• blad nr 11
  • 9-6-2012
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Onderwijsexperts over de verkiezingen 

Ouderwetse ideeën zijn verfrissend

Na de zomer kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer en komt er weer een nieuw kabinet. Politieke partijen timmeren op dit moment aan hun verkiezingsprogramma’s. Welke prioriteiten verdienen in het onderwijs de grootste aandacht volgens kenners?

{met foto grijze man, gele achtergrond}
Sjoerd Karsten, bijzonder hoogleraar beleid en organisatie van het beroepsonderwijs aan de Universiteit van Amsterdam:
“De aandacht voor excellentie en voor kansengelijkheid voor leerlingen is uit balans. Ik ben er een hartgrondig voorstander van dat getalenteerde leerlingen meer worden uitgedaagd. Maar excellentie is een hol begrip geworden, je komt het overal tegen.
Kijk naar de hogere exameneisen die zijn ingevoerd. De gedachte erachter is: als we hogere eisen stellen, dan gaat het niveau vanzelf omhoog. Terwijl dat niveau hem veel meer zit in het onderwijs dat je aanbiedt. Ik ben helemaal niet tegen toetsen, maar het is wel een beetje de easy way out: als we ons zo op het doel richten, gaat de weg ernaartoe vanzelf. Zo werkt dat niet.
Belangrijke rol speelt de professionalisering van leraren, zodat ze in staat zijn om te gaan met het brede spectrum aan leerlingen in de klas. Dat is meer dan even een cursusje hier of daar. Die ontwikkeling van leraren moet op scholen echt onderdeel van personeelsbeleid worden. Ik weet dat schoolbesturen veel vrijheid hebben, maar een nieuw kabinet zou ze veel meer op dat spoor moeten zetten. Zonder nou weer een nieuwe inspectienorm in het leven te willen roepen.
Een ander punt vind ik het schaduwonderwijs in Nederland: al die bijlessen, toetstrainingen en leerlingcoaching buiten de school. Dat is een aparte markt geworden waar inmiddels miljoenen in omgaan. Je kan het zien als een signaal dat aan de bovenkant rijkere ouders bereid zijn veel geld te betalen voor de ontwikkeling van hun kinderen, en dat ze er geen vertrouwen meer in hebben dat de school daarvoor zal zorgen. Daardoor zou de ongelijkheid kunnen worden vergroot. Een ander aspect daarbij is dat de Onderwijsinspectie gebruikmaakt van opbrengstgegevens bij de beoordeling van scholen. Wat zeggen die gegevens over een school als 10 of 20 procent van de leerlingen extra onderwijs buiten de school krijgt?
Ik vind dat de politiek zich daarmee moet bemoeien.”
foto: Marian Haringsma

{met foto pagina 27, HOb 5 2008}
Aleid Truijens, redacteur en columnist bij de Volkskrant:
“Het verbeteren van de kwaliteit in het mbo en hbo, dat lijkt me erg belangrijk. De overheid moet weer meer verantwoordelijkheid op zich nemen. Het is niet overal kommer en kwel, er zijn ook goede scholen, vooral door goede schoolleiders en leraren. Dat is eerder ondanks het onderwijssysteem dan dankzij.
Als je de kwaliteit wilt verbeteren, zijn centrale examens voor de kernvakken onmisbaar. Ik vind dat een toekomstige verpleegkundige ook gewoon moet kunnen rekenen. Voor de beroepsvakken moeten de branches een grotere vinger in de pap krijgen om de beroepspraktijk te bewaken. Het competentiegericht onderwijs is een namaakpraktijk op de computer geworden. In het hbo zijn er prestatieafspraken gemaakt. Maar die moeten ervoor zorgen dat er minder studenten afvallen, niet dat studenten meer opsteken. Het zijn outputafspraken, terwijl de kwaliteit van het onderwijs omhoog moet. Dat zorgt voor diploma-inflatie, dat zesje krijgen ze toch wel.
Je kunt wel roepen dat er meer toezicht moet komen, maar dat lijkt me een raar Sisyfus-karwei als je niet investeert in de kwaliteit van de docenten. Op het hbo zouden alleen eerstegraads docenten aangenomen moeten worden. Je kunt niet verwachten dat het allemaal wel goed komt als degene voor de klas even hoog geschoold is als de student zelf.
Uiteindelijk heeft alles te maken met de besteding van het geld dat naar de scholen gaat. Nu is het motto aan schoolbesturen: hier heb je de lumpsum, zoek het maar uit. Geld moet worden geoormerkt. Er gaat te veel naar management en andere zaken die niet direct met onderwijs zelf te maken hebben. Bestuurders moeten gewoon onder de cao komen te vallen.
Het zullen voor sommigen wel ouderwetse geluiden zijn, maar soms zijn ouderwetse standpunten weer verfrissend. Ik wil ook niet terug naar de tijd dat alles tot achter de komma in Den Haag werd geregeld. Maar nu is er haast geen grip meer op. Door de schaalvergroting zijn scholen in het mbo en hbo ook veel meer een eenheidsworst geworden. Ik vind dat ouders, leerlingen en studenten meer te vertellen moeten krijgen. En dat ze meer te kiezen moeten hebben tussen verschillende onderwijsvisies. Meer eigenwijsheid en eigenheid in het mbo en hbo.”
foto: Yvonne de Blaauw

{met foto van grijs-blonde oudere dame}
Jeanne Jansen, directeur Rec Vierland-Zuid, cluster-4:
“Behoud van de expertise van ambulant begeleiders, dat is mijn topprioriteit. Ik geloof echt in passend onderwijs, ik vind ook dat het efficiënter kan. Maar ik ben bang dat de nieuwe samenwerkingsverbanden, dus de schoolbesturen, als de markt helemaal wordt vrijgelaten, tenslotte vooral goedkopere arbeidskrachten willen hebben. Dat er dus vooral op de financiën gelet wordt en niet op de kwaliteit. De uitvoering van de wet is wel uitgesteld, maar eigenlijk is er nog weinig bekend over wat er gaat gebeuren. Veel van onze tachtig begeleiders, daar hoort ook Vierland-Noord bij, zijn gedetacheerd vanuit een clusterschool. Ze kunnen daar dan weer als docent terug, maar dan moeten er wel andere docenten ontslagen worden. Passend onderwijs is een hele goede zet, maar ik pleit voor iets meer beleid en minder alleen kijken naar de efficiency. Met de nieuwe wet is de positie van ouders erg verslechterd. Het komt erop neer dat het nieuwe samenwerkingsverband alles regelt en dat ouders nauwelijks nog eigen inspraak hebben. Dat soort zaken kunnen in de wet alleen nog veranderd worden als de Eerste Kamer hem terugstuurt naar de Tweede Kamer. Dat zie ik niet zo snel gebeuren. Met het uitstel ben ik blij, maar het is uitstel van executie, wij moeten intussen met al die onzekerheid wel ons werk blijven doen. Ik stimuleer mensen om uit te kijken naar een andere baan, ik zal zelf deze klus wel afmaken.”
foto: Joost Grol

{met foto dame met halflang, bruin haar, witte blouse}
Suzanne Winnubst, docent orde en veiligheid op Roc A12, Leraar van het jaar voor het mbo in 2011:
“Ik denk dat mbo-opleidingen beter moeten aansluiten op de behoefte van de economie. Er zijn door de werkgevers geloof ik negen topsectoren aangegeven waar er veel behoefte is aan mensen. Daar zitten natuurlijk veel techniekvakken bij, het lijkt me beter dat studenten deze volgen dan dat je ze stimuleert om bijvoorbeeld een opleiding ‘uitvoerend artiest’ te gaan doen. Ik begeef me natuurlijk op glad ijs door dat zo te zeggen, maar scholen moeten daar beter op letten, hun verantwoording nemen en eerlijk zijn over de kansen op de arbeidsmarkt. Daar wordt toch te weinig op gelet. Het is ook beter voor de economie. Ik las dat er een plan is om de studie gratis te maken, als je kiest voor zo’n studie uit een topsector. Dat lijkt me prima. Verder vind ik dat het beleid om voor Engels, Nederlands en rekenen een verplicht eindniveau in te stellen prima, alleen hoop ik dan niet dat iedereen daarop zakt. Ik geef les op niveau-2, dat zijn de echte doeners. Het is heel belangrijk dat zij ook in die vakken voldoende niveau krijgen, de maatschappij zit ingewikkeld in elkaar. Het gaat niet alleen om je vak, ook om wat je als burger kunt. Je moet bijvoorbeeld een hypotheek kunnen afsluiten of omgaan met informatica. Maar het moet wel geleidelijk gebeuren. Voor het omhoog halen van het niveau moet je zeker tien jaar uittrekken, daar begin je dan op de basisschool mee. Ik denk dat we nu goed bezig zijn met de focus op vakmanschap. Het zou zonde zijn om dat weer los te laten, door allerlei nieuwe regels in te voeren. Dus geen spannende avonturen meer, die hebben we genoeg gehad.”
foto:

{met foto grijze man in pak in trappenhuis}
Lou Brouwers, directeur van het IJburg College, een brede vernieuwingsschool in Amsterdam:
“Het is echt hard nodig dat nu eindelijk het onderwijs zelf aan zet komt. Dus niet al die oekazes van bovenaf, planning zus, evidence based zo. Scholen moeten zelf emanciperen en aantonen waar hun kwaliteit ligt en achteraf verantwoording afleggen. Dat geldt helemaal voor een vernieuwingsschool, die moet verantwoording afleggen aan degenen die voor die school gekozen hebben, zoals de ouders. Daar hoeft niet de hele goegemeente zich over uit te laten. Er moet eindelijk eens een andere invulling gegeven worden aan het toezicht door inspectie. Niet alleen cijfertjes en afwijkingen van cijfers, maar ook zaken die op het pedagogische vlak belangrijk zijn, zoals samenwerken en reflecteren. Verder vind ik het echt onbestaanbaar dat je mensen die hard moeten werken, nu al jaren op de nullijn laat staan. Aan de ene kant wordt er veel van ze gevraagd, aan de andere kant wordt dat niet gehonoreerd met een normaal salaris! En wat ik ook heel graag zou willen is dat ze eens ophouden over die excellente leerlingen. Ik vind ‘excellent’ geen vies woord, maar probeer het wat breder te trekken. Straks sterft het in dit land van de University Colleges, maar waar staan de excellente vmbo-scholen? Van een excellente vmbo-leerling heb ik nog helemaal nooit gehoord.”
foto: Joost Grol

{kader}
Loze beloften
Als een partij aan de macht komt, wat zijn verkiezingsbeloften dan nog waard? Slechts 7 procent van de AOb-leden stemde in 2010 op de VVD. “Dat zouden er toch meer moeten zijn”, zei Mark Rutte in een interview in het Onderwijsblad mei dat jaar, want de VVD wilde 2,5 miljard investeren in het onderwijs. Eenmaal in de regering bleek de VVD de grootste opportunist te zijn. Geen kleinere klassen meer (de belangrijkste wens van de AOb-leden), of extra miljoenen voor mbo en hoger onderwijs. Vrijwel alle partijen wilden investeren in onderwijs, alleen CDA en PVV zagen extra miljarden niet zo zitten. Het CDA had het al in 2010 over de nullijn. Met Marja van Bijsterveldt als minister heeft het CDA wel veel punten van het verkiezingsprogramma uitgevoerd, zoals het inkorten van het mbo en de verplichte toetsen in basis en voortgezet onderwijs. De 300 miljoen bezuiniging had niemand van tevoren op papier staan. Prestatiebeloning stond op de verlanglijstjes van zeker vijf politieke partijen en vond in de VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra een enthousiaste uitvoerder. De echt belangrijke discussie die in 2010 gevoerd werd, waar gaat het geld naartoe en aan wie leggen de besturen verantwoording af, die is blijven liggen. De PvdA vond dat het geld rechtstreeks naar de scholen moest, het CDA heeft zijn prioriteit altijd bij de besturen gelegd. De uitkomst, met schandalen als Amarantis, zijn bekend. In 2010 zagen de AOb-leden ook niet veel in het CDA, die partij zakte onder AOb-leden van 7 naar 3 procent van de stemmen.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.