• blad nr 10
  • 26-5-2012
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Scholen kopen voorspelbaarheid met derivaten 

De prijs van rentebescherming

Veel instellingen met grote, langlopende nieuwbouwleningen laten de rente vastzetten via zogenoemde derivaten. Ook scholen wapenen zich zo tegen eventuele torenhoge rentelasten in de toekomst. Maar ja, wie had vijf jaar geleden gedacht dat de marktrente zo lang zo laag zou komen te staan? Sommige onderwijsinstellingen hebben rentecontracten afgesloten, vooruitlopend op leningen die nog moeten worden opgenomen. Volgens de Onderwijsinspectie mag dat niet.

De Universiteit Leiden heeft vorig jaar een verlies van 5,2 miljoen euro in de boeken opgenomen voor derivaten. Die derivaten heeft de universiteit in het verleden afgesloten om de rente op een nieuwbouwlening vast te zetten, maar de lening zelf is nog altijd niet opgenomen. Een situatie die volgens de Onderwijsinspectie in strijd is met de financiële voorschriften voor onderwijsinstellingen. De universiteit is het daar niet mee eens, zo blijkt verderop in dit verhaal.
Maar eerst: wat doen derivaten?
Stel, een schoolbestuur wil een nieuw gebouw neerzetten en sluit daarvoor bij de bank een lening af van honderd miljoen euro. Dan betaalt de school tijdens een looptijd tot dertig jaar aflossing en rente. Als die rente stijgt, voelt het schoolbestuur dat gelijk in de portemonnee. Ze kan er ook voor kiezen om die wisselende rente ‘in te ruilen’ voor een vast percentage. Voor een deel van of voor de hele looptijd.
Dat is simpel gezegd de essentie van een renteswap. Het is een contract waarin een renteruil wordt vastgelegd met een andere partij, bijvoorbeeld de bank zelf. Het principe erachter is al zo oud als de wereld. Renteswaps zijn een voorbeeld van zogenoemde derivaten. Dat is het soort financiële producten waarmee woningcorporatie Vestia het schip in ging. Ook in het onderwijs zijn derivaten onderwerp van gesprek geworden.
Dat begon op 10 april met een tweet. Amarantis Onderwijsgroep, de in ontbinding verkerende scholenreus, heeft een schuld aan de bank van 92 miljoen euro, twitterde interim-voorzitter Marcel Wintels. Zeven miljoen daarvan had te maken met derivaten, rentecontracten die financiële risico’s juist moeten beperken. ‘Ongehoord’, noemde Wintels de volgende dag in NRC Handelsblad de manier waarop Amarantis was gefinancierd. Weer een dag later gonsde het woord ‘derivaten’ door de Tweede Kamer tijdens een debat over het middelbaar beroepsonderwijs. De Onderwijsinspectie komt na de zomer met een rapport over financiële risico’s die scholen lopen. Een van de vragen die daarin aan de orde komen: Zijn er meer scholen met derivaten?

Scheutig
Ja, die zijn er. Al heel erg lang. Voor honderden miljoenen euro’s. Het Onderwijsblad maakte een eerste rondgang op basis van de jaarrekeningen over 2010, en aanvullende informatie die verschillende instellingen desgevraagd verstrekten. Die rondgang is niet volledig. Zo mogen scholen standaard-renteverzekeringen buiten het jaarverslag houden en blijken ze in de opgevraagde toelichting niet bepaald scheutig met details. Wat ze wel zonder uitzondering kwijt willen: we kiezen voor zekerheid.
Neem roc Ter Aa, dat tien jaar geleden een lening afsloot bij huisbank Rabobank voor nieuwbouw in Helmond. Met een swap is de rentelast tot januari 2030 vastgezet op een percentage van 5,81, licht bestuurder Erik Dinkgreve toe. “Het toenmalige bestuur heeft ervoor gekozen om dertig jaar lang gegarandeerd te zijn van een vast rentepercentage.” Voor een bestuurder is die voorspelbaarheid erg prettig. Je kunt de rentekosten vooruit invullen in de begroting.
Door de financiële en economische crisis is de marktrente najaar 2008 in een duikvlucht geraakt en van ruim 5,5 procent tot onder de 1,5 procent gekelderd. Het afgelopen jaar krabbelde hij wat omhoog, maar vervolgens zakte hij toch weer terug, zo illustreren statistieken van De Nederlandsche Bank. Voor scholen met schulden is een lage rente goed nieuws, behalve als die rente met derivaten is vastgezet op een hoger niveau. “Met een standaard-swap ben je beschermd tegen tegenvallers, maar je kunt ook niet profiteren van meevallers”, aldus Hans Schumacher, hoogleraar wiskunde en derivatendeskundige aan de Universiteit van Tilburg. “Dat is nu eenmaal het karakter van een swap.”
Zonder een renteswap had roc Ter Aa, en niet als enige, de afgelopen jaren dus minder rente aan de bank betaald. En de komende jaren waarschijnlijk ook. Toch vindt bestuurder Dinkgreve dat niet opwegen tegen de zekerheid. Bij de Universiteit van Amsterdam, dat een grote derivatenportefeuille heeft, wordt net zo gedacht. De universiteit is er niet op uit om per se zo goedkoop mogelijk te lenen, reageert woordvoerder Joost van Tilburg, maar wil verrassingen tijdens de looptijd voorkomen.
Wat bij een aantal schoolbestuurders doorklinkt, is bovendien de verwachting dat de renteverschillen aan het einde van de rit waarschijnlijk wel tegen elkaar weg te strepen zijn. Maar kun je dat vooraf weten?
Schumacher: “Of het rentepercentage uiteindelijk gunstig zal zijn over die hele dertig jaar, dat is koffiedik kijken. Dat kun je pas achteraf zeggen. Het kan best zo zijn dat je uiteindelijk wel meer hebt uitgegeven aan rentelasten. Je kunt ook zeggen: Dat is dan de prijs die je hebt betaald voor het feit dat je er ‘s nachts niet van wakker hebt hoeven liggen.”

Negatief
Swapcontracten vertegenwoordigen op papier ook een eigen waarde. Omdat de marktrente op dit moment lager ligt dan de ‘dure’ vastgezette percentages, is de marktwaarde van die contracten negatief. “Je moet op dit moment betalen om ervan af te komen”, aldus hoogleraar Schumacher.
Het derivatencontract van roc Ter Aa had eind 2010 een waarde van min 6,5 ton. Die van de Aeres Groep -6,7 miljoen euro eind 2010. De TU Eindhoven: -16,9 miljoen euro eind 2010. De Universiteit van Amsterdam: -45,9 miljoen rond maart dit jaar. En de Vrije Universiteit: -40 miljoen euro eind 2010, en volgens een verstrekte opgaaf -79,5 miljoen eind 2011. Het zijn papieren waardes, benadrukken de instellingen stuk voor stuk. Ze hoeven ook niet per se vermeld te worden in de boeken. Zolang de contracten doorlopen, en niet tussentijds worden verkocht bijvoorbeeld, is er niets aan de hand.
Bij Vestia was dat wel het geval. De woningcorporatie had zo’n groot negatief vermogen op haar gigantische derivatenportefeuille, dat zij van de bank als een zekerheidstelling een bedrag op een afgeschermde bankrekening moest zetten. Dat bracht Vestia in acute geldnood. Dergelijke ‘bijstortingsverplichtingen’ kunnen een onderdeel zijn van een derivatencontract. De onderwijsinstellingen in deze inventarisatie hebben zulke verplichtingen niet, zeggen ze.
Bij Amarantis Onderwijsgroep speelde een andere situatie. Vanwege de ‘defusie’, de opsplitsing in vijf afzonderlijke onderdelen, werd de papieren marktwaarde van de derivaten (-7,1 miljoen euro) wél een factor van belang. “Als je gaat defuseren, moeten al je leningen afgelost of herverdeeld worden. En dan kan de bank zeggen: Mag ik even afrekenen”, vertelt bestuurder René s’Jacob. Volgens hem is het waardeverlies op de derivaten meegenomen in de onderhandelingen met de bank over de nieuwe leningenportefeuilles voor de vijf scholengroepen en nieuwe swapcontracten.
Als een schoolbestuur tussentijds met de bank wil gaan praten over het aanpassen van de renteafspraken, vormt die fictieve marktwaarde een reëel blok aan het been. “Ik kan me voorstellen dat je je rentecontract wilt openbreken, omdat je de rente toch te hoog vindt. Bij zo’n herziening van contracten zal een negatieve marktwaarde een rol spelen voor de bank. Je zult dan moeten afwegen of een lagere rente daar tegenop weegt”, aldus hoogleraar Schumacher.

Kostenpost
In één situatie werken de renteswaps direct door in de financiële huishouding van scholen. Dat gebeurt wanneer de school al wel een derivaat heeft afgesloten, maar de betreffende lening nog niet is ingegaan. Vanwege uitstel van de nieuwbouwinvesteringen, bijvoorbeeld. Zo’n renteruil zonder onderliggende lening heet in vaktaal een ‘ineffectieve hedge’. Volgens de regels voor financiële verslaglegging moet de instelling de papieren marktwaarde van de swap dan als werkelijk waardeverlies in de boeken opnemen. Er wordt een voorziening voor ingeboekt, zolang die situatie voortduurt.
Zo’n constructie is niet zonder risico’s, legt Schumacher uit. “Stel dat bij nieuwbouwplannen van uitstel uiteindelijk afstel komt, dan blijf je met die swapcontracten zitten. Vanwege de negatieve marktwaarde vormen die dan wel een kostenpost.”
Dergelijke ‘open posities’ zijn volgens de Onderwijsinspectie in strijd met de regeling Belenen en beleggen. Dat staat niet letterlijk in de regeling zelf, maar wel in de toelichtende handleiding. Ook als die situatie tijdelijk is, stelt woordvoerder Jan Willem Swane: “Er moet altijd een lening tegenover een renteswap staan. Ook als de lening wordt uitgesteld, dan moet de swap gelijktijdig ingaan.”
Toch houden niet alle scholen zich daaraan. Bij de Vrije Universiteit staat vanwege zo’n kale swap een voorziening van 2,8 miljoen euro in de boeken, bevestigt woordvoerder Aukje Schep. Volgens haar wordt in het eerste kwartaal van 2013 de lening alsnog aangetrokken en daarmee de ineffectiviteit opgeheven. In 2010 is al een ander deel van de voorziening vrijgevallen.
De Universiteit Leiden heeft voor zo’n derivaat in 2011 een waardeverlies van 5,2 miljoen euro verwerkt. Die renteswap moet ervoor zorgen dat over een deelkrediet van 30 miljoen euro, van oktober 2009 tot en met oktober 2034, het renterisico wordt afgedekt. Door uitstel van de nieuwbouw voor de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen is de lening nog niet opgenomen. Onder de langlopende schulden staat in de concept-jaarrekening 2011 vanwege de renteswap een nieuwe lening verantwoord van 5,2 miljoen euro.
Woordvoerder Caroline van Overbeeke reageert schriftelijk met een toelichting: ‘Op het moment van het afsluiten van de swap (in 2007) was de verwachting dat de rente voor langjarige leningen op een relatief laag punt was beland en niet verder zou dalen; het leek derhalve gunstig om de rente vast te zetten, ook omdat de verwachting was dat de universiteit het bedrag daadwerkelijk zou gaan lenen.’
Onduidelijk is waarom de universiteit het derivaat pas in 2011 als ‘ineffectief’ heeft verantwoord in de jaarrekening. Volgens de woordvoerder ging de instelling er steeds van uit dat de lening op korte termijn alsnog zou worden opgenomen. Toch kan dat nog wel even duren. De universiteit houdt de swap aan, aldus volgens woordvoerder Van Overbeeke. De instelling houdt vol dat de situatie binnen de regels valt, in tegenstelling tot wat de Onderwijsinspectie zegt. Het derivaat nu afkopen zou een definitief miljoenenverlies betekenen. De universiteit wacht liever betere tijden af en heeft goede hoop dat de waarde wel weer zal stijgen.

Afkopen
Er zijn ook scholen die wél afstand doen van hun derivaten. roc Horizon College heeft in 2011 alle swaps afgekocht, laat woordvoerder Aly Oldersma weten. De instelling is overgestapt naar ‘schatkistbankieren’ bij het ministerie van Financiën. “De belangrijkste reden voor die overstap was dat het dankzij een gunstige rente voor ons goedkoper is”, aldus Oldersma. De marktwaarde van de derivaten bedroeg eind 2010 zo’n -1,4 miljoen euro. Hoeveel was dat op het moment van afkopen eind vorig jaar? “Het is iets meer geworden. We denken dat we het er in drie jaar weer uit zullen hebben.”
Ook Fontys Hogescholen, waar Marcel Wintels sinds 2008 aan het roer staat, heeft renteswaps in de portefeuille. Het rentecontract dateert van 1994. Inmiddels zijn ze bij Fontys anders gaan denken over de wenselijkheid van derivaten, juist vanwege de onvoorspelbaarheid van de financiële markt. Sterker nog, zo bericht woordvoerder Piet van Ierland: ze zouden er waarschijnlijk nu niet meer aan beginnen.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.