• blad nr 7
  • 7-4-2012
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Prestatieprikkels en de zesjescultuur

De laatste prikkel om bij het eindexamen hoge cijfers te halen verdwijnt. Terwijl de minister een einde wil maken aan de zesjescultuur, schrapt zij de regel dat leerlingen met een acht of hoger automatisch worden geplaatst bij geneeskunde. Ook andere opleidingen gaan steeds vaker eigen toelatingsnormen opstellen. Die tegenstelling werd op de landelijke examenconferentie De lat hoger van de AOb bediscussieerd.

Minister Marja van Bijsterveldt heeft de strijd aangebonden met de zesjescultuur in het voortgezet onderwijs. De exameneisen zijn verscherpt, het centraal examen krijgt meer gewicht. De inspectie gaat strenger controleren op de verschilscores. Scholen die langdurig substantieel extreem hoge schoolonderzoekcijfers geven ten opzichte van het centraal schriftelijk, kunnen zelfs hun examenlicentie verliezen. En met de VO-raad is als streven afgesproken dat de gemiddelde examencijfers omhoog moeten. En die van de excellente leerlingen nog wat meer. Maar lukt dat allemaal?
Kort voor de examenconferentie van de AOb De lat hoger kwamen cijfers naar buiten dat de cijfers van het centraal schriftelijk de laatste jaren dalen. “Lage cijfers voor het centraal examen is het centrale probleem: het verschil tussen schoolonderzoek en centraal schriftelijk is slechts een symptoom van dat probleem. Op die scholen wordt blijkbaar minder goed les gegeven in de algemeen geldige examenstof”, constateerde hoogleraar Jaap Dronkers. Voor de conferentie keek hij nogmaals naar de ontwikkeling van alle cijfers. Hij prees de minister voor haar consequente beleid dat zij als staatssecretaris inzette om de exameneisen aan te scherpen.
Het grootste verschil tussen de twee examensoorten doet zich volgens het onderzoek van Dronkers voor bij vwo-scholen. Gemiddeld geeft een vwo-afdeling 0,57 meer voor het schoolexamen dan het centraal schriftelijk; op het havo is dat maar 0,27. Vakken als Duits, Nederlands en maatschappijleer springen er uit met gemiddeld een schoolexamencijfer dat gemiddeld 0,7 punt hoger ligt dan het centraal schriftelijk. Het kleinst (minder dan 0,2 punt) zijn de verschillen bij biologie, scheikunde en wiskunde. Bij bijna alle vakken zijn er vwo-scholen met een verschil van meer dan twee punten. Een groot en langdurig verschil is volgens Dronkers een goede indicator voor lage kwaliteit bij een vak of zelfs een school.
Wat Dronkers betreft komt er een eis dat leerlingen zowel voor het schoolexamen als het centraal schriftelijk een voldoende moeten halen. “Op die manier maakt u van het schoolexamen ook een serieus onderdeel.”
Dat pleidooi kreeg van de honderd aanwezige leraren en directeuren die betrokken zijn bij de examens opmerkelijk veel steun.

Strengere normen
Directeur Rens Koole van Luzac vertelde in het slotdebat hoe de particuliere school het schoolexamen heeft aangescherpt. De toetsen worden niet langer door docenten zelf gemaakt, maar centraal voor alle vestigingen en ze worden door twee docenten nagekeken. Daarnaast zijn de normen voor de becijfering strenger. Koole verwacht hiermee dat grote verschillen tussen de twee examens verdwijnen en zijn leerlingen minder achteroverleunen bij het centraal schriftelijk dan voorheen als zij voor hun schoolexamen hoog scoorden.
Met die operatie wil Luzac de kwaliteit van de schoolexamens verbeteren, iets waar Hans de Vries van leerplaninstituut SLO ook op hamerde. “Vaak hebben scholen geen idee hoe andere opleidingen het aanpakken.” De verschillen zijn dan ook enorm, zowel qua inhoud, nakijkprocedures en aantal herkansingen.
In het slotdebat werd daarom gepleit voor een veel steviger en structurele vormgeving van het schoolexamen.

Geen complotten
Dronkers keek ook naar de normering van het centraal schriftelijk examen, waarbij de cijfers worden aangepast als het examen achteraf te moeilijk of te makkelijk bleek. Daarover wordt wel gezegd dat op die manier de overheid probeert het aantal geslaagden te beïnvloeden. Volgens Dronkers is er zelden sprake van dat soort complotten. “Mijn hypothese is voorlopig dat er vaker en ingrijpender gecorrigeerd moet worden als minder duidelijk is wat de kern van het vak is. Bij de exacte vakken is dat blijkbaar wel duidelijk, terwijl bij talen de overeenstemming over wat wel en niet bij het vak hoort mogelijk kleiner is. Dat maakt de voorbereiding op het examen lastiger en de kans op een hogere verschilscore groter.”
Hetty Mulder van SLO erkende dat en pleitte voor het invoeren van duidelijke referentienormen. Voor de talen zijn die al beschikbaar. “Het Europees referentiekader kunnen we zo overnemen.”
Alles bij elkaar waren de aanwezigen vol twijfel of het wel mogelijk is om een einde te maken aan wat Van Bijsterveldt de zesjescultuur noemt. In het onderwijs ontbreekt namelijk elke prikkel om meer dan die zes te halen. Het diploma havo of vwo is voldoende als toegangskaartje voor het hoger onderwijs. De enige prikkel was dat leerlingen met een acht of hoger automatisch werden toegelaten tot populaire studies waarvoor geloot moest worden, zoals journalistiek, fysiotherapie, geneeskunde of bouwkunde.
Alleen, de loting bij geneeskunde verdwijnt: universiteiten mogen zelf selecteren. De decentrale selectie rukt ook op bij andere studierichtingen, waar hogescholen en universiteiten voor een deel zelf criteria mogen opstellen voor de toelating.
Naar het oordeel van Rens Koole van Luzac een goede ontwikkeling. “Ik ben er voor dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt in het selectieproces. Dus is het goed als universiteiten bepalen wie ze binnenkrijgen.”
Bij die selectie kunnen hogescholen en universiteiten volgens Dronkers het beste kijken naar de hoogte van de cijfers van het centraal examen. “Voorspellen is moeilijk, je kunt gelukkig niet alles voorspellen, maar dat is uiteindelijk toch de beste voorspeller voor studiesucces.”
Hetty Mulder van SLO wilde nog een paar stappen verder gaan, omdat in het Nederlands voortgezet onderwijs nauwelijks prikkels zitten om meer dan een zes te halen. “We moeten niet alleen naar lotingsstudies kijken, maar ook naar andere manieren om jongeren te motiveren tot excelleren. We organiseren bijvoorbeeld op allerlei terreinen internationale olympiades, waar leerlingen kunnen laten zien dat ze goed zijn. De KNAW (Koninklijke Akademie van Wetenschappen) houdt een prijsvraag voor de beste profielwerkstukken. Intussen is studeren erg duur geworden. Waarom belonen we die jongeren niet met een studiebeurs of gratis huisvesting? Ik snap niet dat universiteiten niet met open armen klaar staan voor degene die bijvoorbeeld de wiskunde-olympiade wint.”

[kader]

Intelligentietest

Bij de Onderwijsinspectie worden de oordelen over de opbrengst van scholen aangepast, kondigde Leny Tabak, directeur toezicht voortgezet onderwijs van de inspectie aan. “Na tien jaar met deze maten werken zijn we gaan kijken of het niet anders, rechtvaardiger moest. We gaan in de toekomst meer rekening houden met de leerlingpopulatie. Scholen die aan de hand van intelligentietesten duidelijk kunnen maken dat hun schoolbevolking onvergelijkbaar is met andere scholen, kunnen als dat deugdelijk wordt aangetoond een afwijkende beoordeling krijgen.”

{noot}
De powerpoints van de conferentie ‘De lat hoger’ staan op www.aob.nl (zoek op ‘examen’). Daar staan ook de verschilscores over 2011 per school en per vak van alle havo- en vwo-afdelingen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.