• blad nr 7
  • 7-4-2012
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Hartstikke

“Ben ik lief?”, dreint Jeremy. Jeremy is dertien jaar, geen vier. Hij zit in een klas met jongens die nog liever een rokje aantrekken dan dat ze de juf vragen of ze ‘lief’ zijn. Ik ga even door met wat ik aan het doen was aan het tafeltje van een andere leerling. Maar Jeremy gaat ook door met waar hij mee bezig was: “Juhuff, ben ik liehiefff?” Wat doet een echte juf nu? Anderhalve seconde voeren allerlei onbruikbare rolmodellen een strijd op leven en dood met elkaar, in mijn hoofd. Dat doen die rolmodellen wel vaker. Maar ik weet al welke er gaat winnen: de moeder. “Jeremy, je bent hartstikke lief. Echt hartstikke lief. Ik kom je zo helpen.” Professionaliteit - het wil maar niet lukken. Ik wil alle leerlingen die het moeilijk hebben redden. En ik wil ze redden met liefde. Net als in de film. Jeremy straalt eventjes oprecht. Hij is hartstikke lief. Joeri, ver weg, in een andere hoek, glimlacht ook en tilt zijn moede hoofd van tafel op. Joeri wordt moe van narigheid en veert enorm op bij vrolijkheid en harmonie. Kortom, het is alsof er vlindertjes en zonnestof door ons neonverlichte lokaal zweven. Of het wat voorstelt weet je niet, maar zulke momenten moet je koesteren.
Zolang je je maar geen illusies maakt. Vaseline op de cameralens helpt niet als twee te redden leerlingen tegenover elkaar staan. Met Jeremy in de klas gebeurt dat al gauw. Want zo makkelijk als hij ‘ben ik lief?’ dreint, zo makkelijk roept hij ‘ik ga je doodmaken’ of ‘ik sla je in mekaar als jij Ronald niet een klap geeft’. En die andere jongens zijn niet gek. Ze weten dat een groot kind dat ‘juf, ben ik lief?’ uit zijn mond krijgt, gevaarlijk kan zijn. Ze zijn bang voor zijn immense verdriet en zijn redeloze woede. Niet vaak was een projectiel zo ongeleid als Jeremy.
Joeri zit gekreukeld tegenover de directeur en mij. Hij heeft uren bij zijn moeder zitten huilen. Jeremy had hem op een heel nare manier bedreigd. Toen was Joeri naar huis gevlucht. Een extra handicap van Joeri is dat hij zulke situaties te goed begrijpt. Hij snapt hoe het leven van Jeremy erbij ligt. Hij snapt ook hoe moeilijk het voor ons is Jeremy meteen weg te sturen. Joeri wil iedereen sparen: Jeremy, zijn moeder, zijn mentor. Maar hij is vooral bang. Hij walgt van lichamelijk geweld, dat zie je aan hem. Hij verdraagt dat niet in zijn buurt.
Joeri probeert in het gesprek zijn beleefde zelf te zijn. Correct spreekt hij af het voortaan iedere keer te melden als er iets vervelends gebeurt. Hij aanvaardt Jeremy’s verdwaasde excuses. Heel eventjes moet Joeri huilen. Ik aai hem over zijn bol. Dat helpt absoluut niet. De directeur vraagt hem zich te vermannen. Ik schrik daarvan. Maar die aanmaning helpt wel.
Lens weer schoon, geen happy end. We tobben voort. Het kost me een paar dagen lang belachelijk veel moeite om geduldig te zijn tegen Jeremy. Terwijl het voor hem allemaal het slechtste dreigt af te lopen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.