- blad nr 7
- 7-4-2012
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
De bestorming van de brugklas
“Februari en maart, dat zijn pittige maanden in groep 8, dan krijgt iedereen het emotioneel voor zijn kiezen.” De stress van ouders blijft niet onopgemerkt door de juf van groep 8. Beatrijs van der Stee* maakt het al zo’n jaartje of tien mee in hartje Utrecht. “Het is echt een emotionele achtbaan”, zegt ze. In de Domstad moet er ieder jaar weer geloot worden op de populaire scholen. Anders dan in Amsterdam zoeken Utrechters vaak hun heil buiten de stad op scholen in Zeist of Bilthoven. “Je weet nooit van tevoren welke school het populairst is. Dit jaar gaat het opeens weer goed met de vernieuwingsschool Unic”, zegt Van der Stee.
In veel grote en middelgrote steden moet er dit jaar weer geloot worden. Den Haag, Utrecht, Haarlem, Nijmegen, Amsterdam, Eindhoven, Nieuwegein, het Gooi. Voor de grote steden is het een jaarlijks terugkerend pijnlijk ritueel. Groeigemeentes als Nieuwegein (Cals College) maken het voor het eerst mee.
De spanningen en teleurstellingen als een kind uitgeloot is, zijn volgens Van der Stee het grootst bij de ouders. “Kinderen nemen snel genoegen met een volgende keuze, terwijl ouders zich er juist erg in vastgebeten hebben. Bij de elite van de Oudegracht is dat echt een prestigekwestie. Aan de andere kant zijn er ook ouders die eerst goed kijken naar hun kind voordat ze tot een school besluiten.”
De kinderen raken vaak wel aangetast door die spanningen. Vaak ziet ze hen dan terugvallen in oude slechte gewoontes: plagen, pesten of tegen elkaar opbieden. “De dalen en pieken van groep 8 is een proces dat ieder kind meemaakt, ik vind het leuk om dat proces te begeleiden.” Ze heeft het een paar keer meegemaakt dat ouders van hun tweede naar hun derde of zelfs vierde keuze moesten. “Nu moet iedereen zijn tweede en derde keuze direct al opgeven. Dat vinden ze trouwens ook niet leuk, dan zijn ze bang dat er direct al doorgezapt wordt naar keuze twee.” Natuurlijk praat ze er veel over met ouders en adviseert hen te kiezen voor een wat minder populaire school. “De vmbo-scholen in de stad werken heel hard om hun kwaliteit te verbeteren en timmeren aan de weg. Er zijn nu twee grote scholengemeenschappen in De Meern, een wijk van Utrecht, die in trek zijn. Mensen zoeken toch naar alternatieven, want het tekort in de stad blijft bestaan.”
Triest record
Overal in Nederland oefenen ouders als kritische consument druk uit op de besturen. De Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA) werd door ontevreden ouders opgericht die net als in andere steden te maken kregen met lotingen. Inmiddels is de stichting een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente en de besturen. Voorzitter Krijn van Beek denkt dat er steeds meer kritische ouders zullen komen, omdat er meer informatie is over de kwaliteit van scholen. “Vijf jaar geleden ging het vooral om het gebrek aan plaatsen op de populaire gymnasia. Die hebben dat zelf opgelost door twee extra vestigingen op te zetten. Nu zit het grootste tekort op havo-niveau.”
Er is in de hoofdstad wel geïnvesteerd in extra plaatsen voor vwo-leerlingen, maar voor havo-leerlingen gebeurde er niets. Integendeel, sommige scholen willen alleen nog leerlingen met een gecombineerd havo/vwo-advies aannemen, degenen met alleen een havo-advies zijn niet welkom. Kritiek van onderwijswethouder Lodewijk Asscher, ouders en de vereniging van schoolbesturen op deze gang van zaken bleek geen enkel effect te hebben. Het gevolg is dat dit jaar het trieste record bereikt werd van in totaal 824 overinschrijvingen, verspreid over achttien scholen. Van Beek vindt dat de wet gewijzigd moet worden omdat besturen nu kunnen doen wat ze willen. “Wij hebben in januari een brief naar de Tweede Kamer gestuurd dat het zo niet werkt. De besturen bepalen nu zelf wat het aanbod is in de regio. Er ontbreekt een ‘loods’ die aanbod en vraag op elkaar afstemt en kijkt naar de langere termijn. Er wordt nu ieder jaar opnieuw gekeken waar de knelpunten ontstaan, dan loop je altijd achter de feiten aan.” Scholen zijn elkaars concurrent, maar hebben er wel allemaal baat bij om hun gezamenlijke capaciteit krap te houden. “Als ze meer aanmeldingen hebben dan plaatsen, zijn ze populair. Bovendien zitten ze niet met lege plekken in de klassen. Scholen die minder in trek zijn, profiteren van de gedwongen winkelnering: zij krijgen het overschot aan leerlingen. Op die manier houdt iedereen de markt kunstmatig krap.”
In de brief stellen de ouders dat de samenwerkende scholen eerder de kenmerken vertonen van een kartel, dan van een club die opkomt voor de belangen van de leerling. Van Beek vindt dat er nu initiatieven moeten komen voor een aparte havo-school in Amsterdam teneinde het aanbod meer in overeenstemming te brengen met de vraag. “Maar de andere scholen moeten hiervoor toestemming geven, dus het is heel erg onzeker of dit gaat lukken.” Een ander pijnpunt van de VSA is dat kinderen van buiten Amsterdam soms meer rechten hebben dan kinderen uit de buurt. Zo is de vernieuwingsschool op IJburg, het IJburgcollege, de enige school voor voortgezet onderwijs in deze groeiende wijk, met overaanmeldingen op alle niveaus. Kinderen die naast de school wonen, lopen het risico uitgeloot te worden en moeten dan ver reizen om elders in de stad op school te gaan. “Leerlingen uit Almere, Muiden of Weesp hebben net zoveel kans daar ingeloot te worden, maar kunnen zich ook elders inschrijven. De loterij heeft voor hen dus niet zulke zware consequenties als voor de Amsterdamse kinderen.”
Vorig jaar is het aantal lotingen beperkt gebleven. Na overleg kwam er hier en daar een klas bij en werd er in Amsterdam-Noord Hyperion opgericht, een school voor de vwo-plus-leerling. Dit jaar wordt er opnieuw overlegd, maar volgens Van Beek zijn meer van dit soort structurele oplossingen nodig. “Er wordt een bevolkingsgroei voorspeld voor Amsterdam tot 2025, maar dat geldt ook voor de andere grote steden, die dezelfde problematiek hebben. Als er niets gebeurt dan herhalen zich ieder jaar dezelfde drama’s.”
Lagere cijfers
De voorzitter van de VO-raad, Sjoerd Slagter, heeft regelmatig overleg met de besturen en het ministerie over de evenwichtige verdeling van vraag en aanbod. Hij ziet geen noodzaak de wet te wijzigen. “De kernvraag is hoe om te gaan met de druk van de ouders. De beroepskolom loopt terug ten gunste van havo en vwo. In het jaarverslag van de inspectie zal ook dit jaar staan dat de examencijfers lager worden. Is het winst dat er steeds minder kinderen naar het vmbo gaan?” Slagter plaatst vooral vraagtekens. Hij vindt het niet fout dat scholen elkaars concurrent zijn en laat in het midden of het juist is dat de ‘excellentie’ van scholen soms ten koste gaat van de leerling met een gewoon havo-advies. “Soms gaat het bij de keuze van ouders ook om een witte vlucht. Amsterdam heeft nu twee nieuwe gymnasia, maar als er dan opeens ergens een andere school populair is lopen die gymnasia weer leeg. Waar we vooral vóór zijn is het beleid alle scholen kwalitatief te verbeteren. Er mogen geen zeer zwakke scholen meer zijn. Wij hebben daar ook een steunpunt voor. In Utrecht gaat dat nu goed, in Amsterdam heeft Asscher geld uitgetrokken om het havo-vwo-aanbod aantrekkelijker te maken. Daar staan wij achter.”
Hard gewerkt
Het zijn zeker niet alleen de categoriale gymnasia die te maken hebben met overaanmelding. Vernieuwingsscholen of scholen die zich profileren met extra aanbod, trekken nieuwe groepen ouders. Bij het Spinoza Lyceum in Amsterdam, een brede daltonschool voor mavo, havo, vwo en gymnasium, meldden zich dit jaar 330 leerlingen aan, terwijl er plaats is voor 229. Dat was zes jaar geleden wel anders, weet Marja Out, die er toen net conrector was geworden. “Toen hadden we 172 aanmeldingen en moesten we voor iedere leerling vechten. Maar we hebben in de afgelopen jaren heel hard gewerkt. Het gebouw is vernieuwd, de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd, we hebben veel meer aan public relations gedaan, bijvoorbeeld door proeflessen te geven op basisscholen. Dat heeft dus gewerkt.”
Het Spinoza trekt leerlingen uit de hele regio. Out kent de kritiek van de oudervereniging VSA, die vindt dat kinderen uit Amsterdam voorrang moeten hebben. “Er was zelfs sprake van een rechtsprocedure, maar in en rondom Amsterdam is geen andere vo-school die daltononderwijs aanbiedt. Wij hebben dus echt een regiofunctie.” Om te voldoen aan de groeiende vraag naar daltononderwijs wil het Spinoza graag in Amsterdam-West een tweede daltonschool, maar voorlopig hangt die vraag nog boven de markt. De conrector heeft een dubbel gevoel over de grote belangstelling. “Aan de ene kant ben ik natuurlijk blij dat we niet voor niets zo hard gewerkt hebben, maar ik vind het ook heel erg naar om ‘nee’ te moeten verkopen aan ouders en leerlingen. Die worden er heel nerveus van dat ze het risico lopen om uitgeloot te worden en niet op de school van hun eerste keuze te belanden. Maar wij kunnen in het huidige gebouw niet verder uitbreiden.” Marja Out denkt dat er in Amsterdam genoeg havo-plaatsen zouden zijn, als sommige scholen geen beperkingen hadden ingevoerd. “Het St. Nicolaas laat nog maar twaalf leerlingen met een havo-advies toe, het Amsterdams Lyceum heeft zijn havo opgeheven. Tegelijkertijd zijn er in de afgelopen jaren wel twee categoriale gymnasia bij gekomen. Daardoor is de vwo-keuze inmiddels behoorlijk uitgebreid. Als je dan ziet hoeveel behoefte er is aan havo en vmbo-t dan is dat een scheve verhouding.”
Een aparte havo-school, zoals VSA graag wil, zou in Amsterdam wel succes hebben, denkt ze, al ziet het Spinoza liever een versterking van de brede scholengemeenschappen. “Het tekort wordt ook veroorzaakt doordat er voor bepaalde scholen niet genoeg belangstelling is. Wethouder Asscher wil de kwaliteit daarvan verbeteren, in plaats van nog meer scholen op te richten.”
{kader}
Zelfs in Ubbergen moest geloot worden
Een aparte havo. Het Amsterdamse VSA ziet het als de oplossing voor de havo-scholieren die in de hoofdstad buiten de boot vallen. Even buiten Nijmegen, in Ubbergen, staat de enige, of beter gezegd: de laatste categoriale havo van Nederland, Notre Dame des Anges. Marij van Deutekom, rector van deze rooms-katholieke éénpitter vindt het zelf ook bijzonder dat deze school, met een geschiedenis van meer dan honderd jaar, tegen de stroom in overeind is gebleven. Ze is er zelf pas in 2005 gekomen, maar weet dat er indertijd geknokt moest worden om zelfstandig te blijven. “Nu wil iedereen weer terug naar kleinschaligheid, toen moest er vooral gefuseerd worden.”
Heel vroeger was het een meisjespensionaat. Aan die geschiedenis heeft de school nog wel zijn plek te danken in de landelijke omgeving van de Ooijpolder. Het gebouw is net helemaal vernieuwd, in samenspraak met het Gelderse natuurbeheer. “We hebben er een verdieping bovenop gebouwd waardoor we minder grond nodig hadden en dat terug konden geven aan de natuur.”
De havo is een begrip in de regio, dit jaar moest er zelfs geloot worden. Van de 600 leerlingen komt een derde uit Nijmegen, de rest komt aangefietst uit de omringende dorpen. Dat geeft, volgens Van Deutekom, een leuke mix van stad en dorp. “Onze leerlingen hebben ook een heel verschillend niveau, maar het rendement van de onderbouw is goed, iedereen doet namelijk zijn best de leerlingen hier te houden. In een scholengemeenschap denk ik dat je toch wat makkelijker naar een lager niveau gaat als het er toch is. Andersom hebben de leerlingen hier niet het gevoel hebben dat ze minder zijn omdat ze geen vwo doen. Het geeft ze, denk ik, meer zelfvertrouwen, ze kunnen hier zichzelf zijn en worden ook zo gewaardeerd.”
Van Deutekom weet waar ze over praat. Ze begon haar loopbaan als docent Engels en was twee maal conrector op een lyceum in Oss en Nijmegen. “Havo-leerlingen zijn excellent op hun eigen manier. Ze zijn praktischer ingesteld en heel sociaal. De excellente bèta’s bouwen hier een auto. Het zijn aanpakkers.” Ze denkt dat een aparte havo deze leerlingen goed doet. De docenten hebben hoge verwachtingen en er is een natuurlijke doorlopende leerlijn omdat een docent een leerling soms vijf jaar lesgeeft. De voordelen zijn dus legio. Zijn er ook nadelen? “Als éénpitter zijn we kwetsbaar, financieel zou het ongunstig zijn als we bijvoorbeeld een klas zakken. Dus je moet je altijd waarmaken. Omdat wij een veilige, kleine school zijn, vinden ouders van niet zo makkelijk lerende kinderen ons aantrekkelijk. Dat is goed. Tegelijkertijd moet je oppassen dat die niet gaan overheersen. Iedereen is gebaat bij een ideale mix. We doen hier alles samen, iedereen voelt zich verantwoordelijk. Zo’n team is natuurlijk heerlijk, maar je moet oppassen dat je mensen niet overvraagt.”
Krimp
In Nijmegen en omgeving heeft de krimp nog niet echt toegeslagen in het voortgezet onderwijs. Op drie scholen moest er dit jaar geloot worden, één school breidt uit met een extra brugklas. Ook op de Notre Dame werden tien leerlingen uitgeloot. Marij van Deutekom vindt dat heel vervelend, maar er zijn afspraken om vanwege de bevolkingsprognoses niet te gaan uitbreiden. “Wij zitten gunstig omdat we vlakbij een groeigebied staan, maar er zijn grotere scholen in Nijmegen die wel last krijgen van de krimp. Opvallend vindt ze het dat er een trend is van leerlingen die ten zuiden van Arnhem wonen om in Nijmegen naar school gaan. Dit jaar waren dat er zo’n 200.”