• blad nr 7
  • 7-4-2012
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Samantha & Mariken

Tussen vmbo-leerling Samantha en docent Mariken was het vijandschap op het eerste gezicht. Na een jaar ontstond er vertrouwen, en nu is er zelfs sprake van wederzijds respect.

‘Wie mag dat wel zijn?’, roddelden Samantha (inmiddels 15) en haar vriendinnen toen ze docent mode en drama Mariken Heijwegen, gehuld in een kleurrijke outfit, fier rechtop voor het eerst door de gangen van het Penta College Hoogvliet in Rotterdam zagen lopen. ‘Wat een clown’, zeiden ze tegen elkaar. Om direct daarna te concluderen: ‘Die vrouw mogen we niet.’ En: ‘We gaan haar wegpesten.’
Docent Mariken kan er achteraf luidkeels om lachen: “Een clown! Ik pieste zowat in mijn broek toen ik dat hoorde.” Toen ze net startte op het Penta, stond het huilen haar nader dan het lachen, vertelt ze. “De leerlingen moesten me bij voorbaat niet. In de les was het regelrechte terreur.” Dat ze een zieke verving, hielp daarbij niet. “De klas was gewend aan vrije uren. Voor hun gevoel kregen ze er door mijn komst uren bij.”
Samantha was toen halverwege het tweede jaar vmbo mode en uiterlijke verzorging en gooide er met de pet naar. De leraren vond ze stom. Omgekeerd vonden de docenten haar onwillig en negatief. Mariken: “Samantha is een introvert, gesloten type. Ze heeft een norse oogopslag. Je denkt dat ze nukkig is, terwijl er een lieve meid achter schuilgaat.” Het duurde even voordat Mariken die kant te zien kreeg.

Drama
De les drama werd in de uitvoering een letterlijk drama als het aan Samantha lag. “Ik deed gewoon niet mee en je had geen vat op me”, zegt ze tegen haar docent. “Ik herinner me dat we met een oefening stopten, omdat ik niet meer wilde.”
Mariken zucht als ze eraan terugdenkt: “Heel vervelend was dat.” Samantha drukte een stempel op de sfeer in de groep. “Je kon de les maken of breken.” In eerste instantie liet Mariken dat gebeuren, realiseert ze zich. Tijdens de allereerste les kregen ze ruzie. “Heb ik je er toen meteen al uit gegooid?”, vraagt ze Samantha. “Nee, pas tijdens de tweede les”, antwoordt deze.
Mariken: “Poeh, wat was je dwars en arrogant. En hoe meer ik op je reageerde, hoe erger het werd.” Samantha erkent dat ze irritant was. “Ik kletste gewoon dwars door je heen.” Mariken: “Dat je eruit gestuurd werd, interesseerde je werkelijk geen bal.” Samantha knikt. Zo was dat.
Thuis en onderweg dacht Mariken na over hoe ze de groep in de greep kon krijgen. Haar oplossing was simpel: negeren. “Daar kunnen ze niet tegen”, glimlacht ze. Het hielp. Moeizaam, maar gestaag, pakte ze de regie terug. Ze draaide haar lessen, corrigeerde waar nodig en negeerde waar mogelijk. “Respect is in mijn benadering het sleutelwoord. Ik wil kinderen niet veranderen of etiketteren. Ik benader ze als individuen: ‘Jij bent leuk, maar ik vind je gedrag niet leuk’. Leerlingen mogen mijn les niet verzieken. Omgekeerd mag ook ik de les niet verzieken als ik een keer chagrijnig ben. Het moet gezellig zijn.”

Mok met snoep
Na de zomervakantie veranderde de samenstelling van de groep. Dat hielp. Samantha koos de richting uiterlijke verzorging en mode. Ook dat hielp.
Toen Mariken jarig was, kreeg ze van de inmiddels derdejaars Samantha een met snoep gevulde mok met haar naam erop. Samantha zette hem voor de juf op tafel en zei tegen haar vriendinnen: ‘Ik had gehoord dat deze vrouw jarig is geweest.’
Typisch Samantha, lacht Mariken. “Afstand in haar woorden, maar een ontzettend lief gebaar. Daar zit behoorlijk wat tijd in. Ik wist: nu is ze om.”
Onder Mariken’s ogen maakte de leerling een enorme ontwikkeling door. Tijdens de open dag vorig jaar had Samantha geen zin in de modeshow. Ze vond het eng, maar zei: ‘Ik ga daar niet voor paal staan.’ Dit jaar liep ze zonder vooraf te mokken te stralen in haar zelfgemaakte kleding. Mariken tegen Samantha: “Je durft je grenzen steeds meer te verleggen. Dat vind ik knap.”
Dit jaar kreeg de docent weer een verjaarscadeautje: een ketting met een felroze, hooggehakte laars eraan. “Kijk”, zegt ze, “precies mijn smaak.”
Tijdens de les mode van vandaag zoekt Samantha op de computer naar stof voor haar examenstuk. De opdracht is om een model van top tot teen uiterlijk te verzorgen: opmaken en aankleden met zelf ontworpen kleding. “Ik ga een mini-jurkje maken van tijgerstof”, vertelt ze. Een vriendin van school is bereid om model te staan. Met een donkere huidskleur, want “daar staat tijgerstof het mooist bij”.
Na haar vmbo-examen gaat ze op het Penta verder met de mbo kappersopleiding. Ze zit graag met haar handen in haar. Van haarzelf, of van haar moeder. Een beroep dat bij haar past, denkt Mariken. “Je hebt oog voor de uiterlijke verzorging van mensen. Daarnaast kun je goed luisteren. Ik denk dat je gemakkelijk een vaste klantenkring zult opbouwen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.