- blad nr 7
- 7-4-2012
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Havo-4 topper bij zittenblijvers
Bijna een kwart van de vijftienjarige scholieren is wel eens blijven zitten. Dat percentage ligt ver boven het gemiddelde van 14,3 procent van de 34 landen die aangesloten zijn bij Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Sinds 2008 is het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs zelfs toegenomen. Op bijna alle basisscholen blijven leerlingen zitten. Het overkomt één op de zes, maar op zwakkere scholen doet één op de vijf leerlingen er langer dan acht jaar over. Scholen die meer vertraagde leerlingen hebben, scoren ook lager op de eindtoets. Het is dus niet zo dat scholen die leerlingen vaker laten doubleren betere resultaten hebben. In het voortgezet onderwijs zakken leerlingen vaak af naar een lagere schoolvorm. Vanuit vwo-3 gaan veel leerlingen naar havo-4 en vanuit havo-3 naar het vmbo. Havo-4 staat met 18 procent bovenin de top tien van de zittenblijvers. De inspectie vindt dat leerlingen die dreigen te blijven zitten extra aandacht moeten krijgen om dat te voorkomen. Een onderzoek moet uitwijzen hoe het komt dat er zoveel zittenblijvers zijn in Nederland.
Walter Dresscher, voorzitter van de AOb heeft dé oplossing: scholing van het onderwijspersoneel. De stijging van het zittenblijven verklaart hij uit het feit dat er de afgelopen jaren hogere eisen gesteld worden aan de leerlingen. “Daar is niemand tegen, maar om die eisen waar te maken moet je investeren. Op het moment zijn de middelen beperkt en is de werkdruk onder docenten hoog.” Volgens de AOb stijgt hierdoor het aantal zittenblijvers en zal dat pas dalen als er bijvoorbeeld minder onbevoegden lesgeven. Dresscher wil daarom een realistisch plan van de minister. “Geen proeven met prestatieloon of verkiezingen van excellente scholen, maar investeringen die goed zijn voor het hele onderwijs.”