• blad nr 6
  • 24-3-2012
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Het stempel van dyscalculie

In Nederland zijn we erg druk met kinderen in hokjes stoppen, er een stempeltje op te drukken en verklaringen te zoeken waarom iets niet lukt. De laatste jaren hebben we een gezellige nieuwe stempel ‘dyscalculie’ genaamd. Wat drijft ons toch om overal een stempel op te willen drukken?

Tekst Carla Kooistra Beeld Typetank

Het in hokjes stoppen begon al in 1952 toen hoogleraar onderwijskunde Leon van Gelder voor het eerst de term ‘dyscalculie’ gebruikte. Van dyscalculie is sprake, aldus Van Gelder, als een leerling ernstige problemen ondervindt bij het leren van rekenen. Er zijn veel verschillende meningen over dyscalculie. Zo zijn er in Amerika al vijftig soorten dyscalculie beschreven in de literatuur en anderen geloven niet eens in één vorm van dyscalculie (dr. Jo Nelissen, 2004).

Pietje
Pietje zit in de bovenbouw en hij kan niet rekenen. Erg vervelend voor de meester, want hij kan hem alles wel honderd keer uitleggen, maar dan snapt Piet het nog niet. Pietje zit inmiddels in groep 7 en alle vakken gaan best goed, alleen dat ellendige rekenen… Hij ligt regelmatig met buikpijn in bed na te denken over de dag van morgen, als ze weer een uur samen gaan rekenen met de hele klas.
Alle kinderen snappen de sommen en zijn lekker aan het werk. Piet niet, Piet snapt er de ballen van. Meester legt hem vaak extra uit, maar ook dan begrijpt hij er niets van. Het lijkt soms wel of rekenen een vreemde taal is, dat hij in een land verblijft waarvan hij de taal niet verstaat. Piet had stiekem al even gekeken naar de les van morgen: staartdelingen. Hij kan er nu al om huilen.
Piet’s ouders vinden het ook vervelend en rekenen elke dag thuis met Piet. Hij krijgt van meester elke dag huiswerk mee, tafels extra oefenen, plussommen, minsommen. Het lijkt wel of Piet twee keer per dag naar school moet, hij heeft eigenlijk twee meesters en een juf. Hij vindt er niks aan om thuis te oefenen en maakt veel ruzie met zijn ouders over het rekenen. Zijn ouders worden er soms gek van, maar ze zetten gewoon door, het kan toch niet dat alle vakken goed gaan, behalve het rekenen. Zijn ouders zeggen altijd: ‘We gaan gewoon door, als we blijven oefenen wordt het vanzelf voldoende.’
Als Pietje zijn rekenwerk in de klas niet af heeft, mag hij van meester niet mee doen met gym of moet bij in de pauze binnen blijven om zijn werk af te maken. Hij snapt er niets van, juist gym vindt hij leuk en daar is hij heel goed in! Als ze gaan voetballen is hij topscorer, met basketbal is hij de snelste. Klimmen in een touw? Piet is net een aap, hij tikt zo het plafond aan, als snelste van de klas.
Pietje werd steeds somberder, hij speelde niet meer met zijn vriendjes, lol in de klas was er niet meer bij. Hij was ongelukkig, voelde zich dom en ging met tegenzin naar school.

Plezier
Op een dag kwam de hoofdmeester vertellen dat meester een andere baan had gevonden, vanaf vandaag kregen ze een juf. Ook juf legde het rekenen wel tien keer uit aan Piet, maar nog snapte hij er niets van. De juf vroeg na een weekje: ‘Zullen we in de pauze even kletsen, Piet?’
Juf vroeg: ‘Vind je rekenen moeilijk, jongen?’ Hij moest vreselijk huilen en vertelde zijn juf dat hij er niets van snapte, dat hij thuis extra moest rekenen en dat hij dat niet leuk vond. Ook vertelde Piet dat hij het erg vond dat hij niet mee mocht doen met gym als zijn werk niet af was en dat dat bijna elke week gebeurde.
Vanaf toen werd alles anders. Piet kreeg een tafelkaart, die mocht hij gebruiken tijdens het rekenen. De tafels bleef hij wel extra oefenen op de computer. Bij sommige sommen mocht hij een rekenmachine gebruiken, eentje die hij zelf had gekocht! Het rekenwerk werd aangepast, Pietje mocht op kopieerbladen werken, want dat scheelde veel tijd en zo hoefde hij minder te schrijven. Als er vier rijtjes plussommen stonden mocht hij er twee maken.
Thuis rekenen hoefde niet van juf, want dat deden ze al op school. Piet kwam er achter dat hij heel technisch was; juf had een afspraak met hem. ‘Als jij je rekenwerk af hebt en je hebt goed je best gedaan, mag jij straks buiten met de conciërge de vogelhuisjes gaan ophangen.’ Piet was nog nooit zo gemotiveerd geweest om zijn werk af te krijgen. Hij was goed in taal en spelling, want juf vond dat hij van die prachtige verhalen schreef met mooie illustraties. Volgens juf kon hij wel schrijver worden. Hij was de beste met gym en op sportdag versloeg hij iedereen.
Hij was blij dat hij toch ergens goed in was, al was dat dan niet in rekenen. Piet was weer gelukkig en ging met plezier naar school.

Talenten
Dit verhaal is uiteraard verzonnen, maar helaas geen fictie. Op sommige scholen lopen deze ‘Pietjes’ echt rond. Wij zijn altijd bezig met wat niet goed gaat in plaats van te benadrukken wat wel goed gaat.
Ik heb ooit een inspirerende lezing bijgewoond van Marc Lammers, de coach van het Nederlandse dameshockeyteam. Uiteraard blijf je trainen op de dingen die je moeilijk vindt. Maar laten we vooral proberen van de achtjes tienen te maken, want dan benadruk je talenten van kinderen (en volwassenen). Dit zijn de gebieden waarin je uitblinkt!
Laten we kinderen positief benaderen en ze vertellen waar ze goed in zijn. Laten we ons richten op talenten van kinderen en niet op tekortkomingen, want daar is nog nooit iemand beter/gelukkiger van geworden.
Niet iedereen is topscorer op rekengebied, maar moet daar dan een stempel op? Verandert een stempel iets aan hoe je een kind bedient, hoe je ze helpt, wat je van ze vindt? Een kind dat rekenen moeilijk vindt, bedien je anders: verlengde instructie, extra uitleg, samen rekenen, koppelen aan een maatje.
Laten we ons richten op de positieve dingen en als iedereen daar zijn bijdrage aan levert, zullen mensen elkaar positiever benaderen en helpen. Pas als je weet wat je kunt, kun je werken aan je zwakkere punten.
Dyscalculie krijgt op het moment veel aandacht. Het kan als probleem geven dat kinderen in een hokje gedrukt worden of een stempel krijgen. Waarmee wordt bevestigd: Een defect aan de hersenen of iets raars in je hoofd, waar je als leerkracht toch niets aan kunt doen.
Vandaar mijn pleidooi: laten we met kinderen samen hun talenten ontdekken en ontwikkelen. En vooral stoppen met de nadruk te leggen op wat er niet goed gaat. Zullen we kinderen laten scoren op gebieden waar ze echt goed in zijn? Want zeg nou zelf, als Pietje later sportleraar is, wie vraagt hem dan ooit nog naar de stelling van Pythagoras?

Carla Kooistra is leerkracht van groep 6, 7 en 8 op een jenaplanschool

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.