- blad nr 6
- 24-3-2012
- auteur . Overige
- Juridische rubriek
Wel of geen vast contract
Zij heeft inmiddels vier tijdelijke contracten gehad vanwege vervanging. Haar vriendin wees haar op artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek, waarin onder andere staat dat na drie tijdelijke contracten het vierde contract voor vast zou moeten zijn.
Ik leg aan Dani uit dat deze regel helaas niet op haar van toepassing is. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt namelijk in hetzelfde artikel dat op deze regel bij cao kan worden afgeweken. In Dani’s situatie is de cao primair onderwijs van toepassing, en deze heeft inderdaad afwijkende bepalingen.
In die cao staat dat als zij 36 maanden in dienst is op grond van opeenvolgende dienstverbanden voor bepaalde tijd, met ingang van de dag dat deze termijn wordt overschreden het laatste contract geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd.
Tussen de periode van 36 maanden mogen onderbrekingen voorkomen die niet meer dan drie maanden hebben geduurd.
Op deze regel is één uitzondering: als zij twaalf maanden in dienst is geweest op grond van vervanging, en vervolgens het dienstverband wordt voortgezet zonder dat er van vervanging sprake is, dan geldt dat ook dit contract is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het moet dan wel gaan om een dienstverband in dezelfde functie (artikel 3.5 en 4.5 cao po).
Na mijn uitleg komt Dani erachter dat zij jammer genoeg nog geen aanspraak kan maken op een vast dienstverband. De termijn van 36 maanden is nog niet overschreden en al haar contracten waren op basis van vervanging. Zij besluit wel om eventuele vervolgcontracten bij deze werkgever goed in de gaten te houden.
Viola Knop, juridische dienst AOb