- blad nr 6
- 24-3-2012
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Ondernemingsraad Roc Zeeland: Proef prestatiebeloning is een heilloze weg
Een heilloze weg. Zo noemt de voorzitter van de ondernemingsraad het experiment met prestatiebeloning dat bij Roc Zeeland volop in voorbereiding is. Maar voordat Ed Dijkhuizen uit de doeken doet waarom de personeelsvertegenwoordiging niets ziet in de proef, wil hij eerst iets positiefs kwijt. “Vanwege dat experiment wordt nu meer werk gemaakt van functionerings- en beoordelingsgesprekken en dat is een goede zaak. Er zijn onderdelen binnen het roc waar dat nog veel te weinig gebeurt. Als leerlingen feedback nodig hebben, waarom leraren dan niet? De tijd dat de klas je eigen koninkrijkje was, waar niemand verder wat mee te maken had, is voorbij.”
Een goede zaak, vindt Dijkhuizen. “Maar dan wel zonder die bonussen.”
Controlegroep
Onder de noemer ‘Ruimte voor excellentie’ bereidt Roc Zeeland zich voor op een eenjarige proef met individuele prestatiebeloning, uit te voeren na de komende zomervakantie. Patrick Boonman, sinds april vorig jaar projectleider, legt uit hoe het werkt. De bedoeling is dat tegen de vijftig teams in zogenoemde experiment- en controlegroepen worden verdeeld: 25 teams maken kans op een prestatiebonus (de experimentgroep) en de andere helft, die als controlegroep dient, niet. De bonus bedraagt 4 procent van het jaarsalaris, gemiddeld zo’n duizend euro netto. De beste 20 procent per ‘experimentteam’ kan die extra beloning opstrijken, zo’n zestig van de in totaal zeshonderd medewerkers. Voorwaarde is wel dat ze bij de beoordelingen op een schaal van vijf minimaal een vier scoren. Prestaties worden gemeten aan de hand van enquêtes onder leerlingen en een beoordeling door de leidinggevende.
Het huidige schooljaar wordt er proefgedraaid. Om iets te noemen: er worden voor het eerst leerlingenquêtes afgenomen over individuele docenten en instructeurs. Zo moet vooraf worden bekeken welke invloed alleen al die feedback heeft op de resultaten. De voorbereidingen vormen een fikse operatie, ook omdat tegelijkertijd een noodzakelijke automatiseringsslag wordt gemaakt. Bij het proefdraaien mag bovendien niet te veel misgaan, aldus Boonman. “We proberen het onderwijs zo weinig mogelijk te frustreren.”
Inspireren
Het experiment valt formeel buiten de regeling voor het experimentenprogramma waarvoor het kabinet tussen 2012 en 2015 opgeteld 150 miljoen euro uittrekt. Desondanks schoof staatssecretaris Halbe Zijlstra Roc Zeeland in november vorig jaar wel naar voren als een voorbeeldschool, die andere besturen zou kunnen inspireren zich ook aan te melden voor een gesubsidieerde proef.
Hoeveel subsidie Roc Zeeland heeft ontvangen, wil het bestuur niet zeggen. Het ministerie verstrekt die informatie wel desgevraagd: 232.228 euro, toegekend op basis van de wet overige onderwijssubsidies. Welk bedrag het roc daarnaast zelf in het project steekt, wil Boonman evenmin prijsgeven. Alleen de jaarrekening over 2010 geeft enige cijfermatige informatie. Daaruit blijkt dat het roc uit het exploitatieoverschot van dat jaar ruim drie ton apart zette voor de pilot ‘gedifferentieerd belonen’.
Met de subsidie betaalt het ministerie niet alleen de bonussen voor docenten, maar ook voor ondersteunende medewerkers en het management. Die doen namelijk ook mee in de proef. Die opzet wijkt af van de regels die nu voor alle nieuwe pilotbesturen gelden. Ander personeel dan docenten en instructeurs mag volgens de OCW-regels alleen meedoen bij een proef met teambeloning, niet bij individuele bonussen.
Bonussen voor ondersteuners en management, Boonman vertelt dat het ministerie daar niet happig op was. “Ze hadden eerst zoiets van: alles wat geen onderwijs is, neigt naar bureaucratie.” Die optiek is volgens de projectleider kortzichtig. “Als je alleen de leerkrachten extra beloont, krijg je na een paar jaar scheefgroei tussen ondersteuning en docenten. Docenten en instructeurs zijn afhankelijk van de mensen om hen heen, zowel van collega-docenten als van de ondersteuning en de teamleider. We proberen het collectieve presteren omhoog te halen.”
Ook met de onderzoeksopzet doet de voorbeeldschool het anders. Volgens onderzoeker Robert Dur, onlangs geïnterviewd in het Onderwijsblad, moeten de experiment- en controlegroepen op verschillende locaties zitten. Om het risico te beperken dat docenten in de controlegroep gedemotiveerd raken als ze bij de koffieautomaat horen over de bonussen van collega’s. Bij Roc Zeeland lopen die groepen dwars door elkaar.
Het viel simpelweg niet anders te realiseren, aldus Boonman. “Vanwege deze omstandigheden heeft Dur gezegd: Je hebt twee tot drie jaar nodig voor zo’n experiment. Toch hebben wij besloten dat onze pilot maar één jaar duurt. Om nou twee tot drie jaar lang die discussie aan de koffieautomaat te hebben, dat zorgt voor te veel onrust.”
Boonman vervolgt: “We lopen op een aantal fronten inderdaad het risico dat de uitkomsten op meerdere wijzen interpreteerbaar zijn. We zullen na afloop met de onderzoekers en ondernemingsraad de uitkomsten bekijken en zien óf we conclusies kunnen trekken over de effecten van prestatiebeloning en zo ja: welke? In de tussentijd hebben we wel de instrumenten ontwikkeld om de kwaliteiten van medewerkers naar een nog hoger plan te kunnen tillen.”
Mislukken
Experimenten kunnen niet mislukken, schreef staatssecretaris Zijlstra onlangs aan de Tweede Kamer. Oud-docent economie Dick Bos, die 43 jaar aan het Baarns Lyceum verbonden was, is het daar niet mee eens. “Er zijn experimenten waaruit je na afloop geen conclusies kunt trekken. Die kun je volgens mij wel degelijk als mislukt beschouwen, zeker als je de hoge prijs in ogenschouw neemt die je daarvoor betaalt.”
Bos verdiepte zich in de onderzoeken van de Amerikaanse hoogleraar Dan Ariely, die de effecten van financiële prikkels bestudeerde in uiteenlopende situaties. Prestatiebeloning creëert averechtse effecten, betoogt hij.
Bos: “Het is een misvatting om te denken dat een school als geheel gebaat zou zijn bij prestatiebeloning. Als 20 procent van de medewerkers extra beloond wordt omdat ze betere prestaties zouden hebben gerealiseerd, zal er ook een deel zijn dat afhaakt en gedemotiveerd raakt. Wat is dan het netto resultaat? Dat kan wel eens negatief zijn. Zo’n bonussysteem triggert volgens Ariely een vorm van calculerend gedrag. Docenten zullen meer gaan afbakenen wat ze nog wel of niet meer doen. Daarmee kan de teamgeest ondergraven worden. Terwijl juist een goede teamsfeer op een school veel motiverender is dan een financiële prikkel.”
Belangrijk is volgens Bos te beseffen dat een experiment onomkeerbare gevolgen met zich meebrengt. “Wat men vaak vergeet, is dat je na zo’n experiment niet meer kunt terugkeren naar de beginsituatie van vóór het onderzoek. Die bestaat niet meer, blijkt uit de bevindingen van Ariely. Onderlinge verhoudingen zullen niet meer helemaal dezelfde zijn als vóór de proef, ook als je daarna besluit prestatiebeloning niet in te voeren.”
Onrust
De proef bij Roc Zeeland schept extra onrust bij een instelling die alle zeilen moet bijzetten. Het roc zit in een regio met flinke demografische krimp. De fusie met provinciegenoot Westerschelde wordt gezien als overlevingsstrategie. Getouwtrek over de hoofdlocatie van de per 1 januari gefuseerde Zeeuwse mbo-instelling haalde dit jaar geregeld het nieuws. Intussen staan volgens het roc zo’n honderd voltijdbanen op de tocht. De school staat sinds september 2010 onder geïntensiveerd financieel toezicht van de Onderwijsinspectie.
Snijden in het personeelsbestand en tegelijkertijd bonussen uitdelen is niet tegenstrijdig, benadrukt Boonman. “Hoewel er 100 fte zullen moeten verdwijnen, kun je het niet maken om niet te investeren in de mensen die blijven zitten. En die hard moeten werken om de samenvoeging tot een succes te maken. Ik heb voorheen bij de KLM gewerkt. Daar werd bezuinigd, maar er werd tegelijkertijd ook geïnvesteerd in de mensen.”
Voorzitter Ed Dijkhuizen van de ondernemingsraad ziet dat anders. “Het is gewoon niet uit te leggen dat je enerzijds medewerkers laat vertrekken en aan de andere kant bonussen uitdeelt onder de mensen die achterblijven.”
Vinkje
De personeelsvertegenwoordiging - nu de ondernemingsraad, en daarvoor de centrale medezeggenschapsraad - heeft nooit formeel goedkeuring verleend aan experimenten met prestatiebeloning. Wel was de ondernemingsraad al een tijd met twee personen vertegenwoordigd in een interne begeleidingscommissie, die betrokken is bij de voorbereidingen. Wat Dijkhuizen betreft, was het achteraf gezien een vergissing om daar in te gaan zitten.
“We waren bang dat we anders aan het einde van de rit alleen nog maar een vinkje konden zetten. We wilden meedenken, proactief zijn. Maar we merken dat we steeds meer te horen krijgen: Daar was je toch zelf bij in de commissie, je hebt toch mee mogen praten? Ik heb geen zin om ‘excuustruus’ te zijn. We zijn als ondernemingsraad er scherper in gaan zitten. Dat heeft ook te maken met voortschrijdend inzicht. Die fusie speelde twee jaar terug bijvoorbeeld nog niet zo.”
Wat de ondernemingsraad bovendien niet lekker zit, zijn de ongewisse uitkomsten van het onderzoek. Van het Onderwijsblad-interview waarin onderzoeker Dur zelf kanttekeningen plaatste bij de wetenschappelijke hardheid van de proef, keek Dijkhuizen op. “Als je twijfelt of de uitkomsten wel bruikbaar zullen zijn, moet je er dan wel aan beginnen? Volgens ons niet.”
De ondernemingsraad wil graag meedenken over het verbeteren van het onderwijs, benadrukt Dijkhuizen. Maar in het bonusexperiment ziet hij geen heil. “Als het bestuur zegt dat het met prestatiebeloning het onderwijs wil verbeteren, loopt het vooruit op de uitkomsten. Het staat nog helemaal niet vast dat het roc er beter van wordt. Ik denk dat het meer kapot maakt dan goed doet. We hebben geïnvesteerd in een goede teamgeest, dat collega’s voor elkaar in de bres springen. Het trekt een wissel op de bereidwilligheid en de vanzelfsprekendheid om iets voor elkaar te doen. Niemand zit te wachten op een prestatiebonus voor een klein groepje.”
{KADER}
Experimenten prestatiebeloning
Bij de officiële start van de eerste inschrijvingsronde half november vorig jaar schoof het ministerie van Onderwijs vijf schoolbesturen in het po, vo en mbo naar voren als inspirerende voorlopers. Toch wijken die voorbeeldexperimenten juist op belangrijke punten af van de regels die voor alle nieuwe experimenten zijn afgesproken. Zo hebben lang niet alle pilotbesturen hun medezeggenschapsraden vooraf om instemming gevraagd. In het voortgezet onderwijs zijn twee van de drie voorbeeldbesturen afgehaakt, schreef staatssecretaris Halbe Zijlstra onlangs aan het parlement. Bij sommige andere pilotbesturen spelen bijzondere omstandigheden mee. Het Martinuscollege in Grootebroek heeft dit jaar te maken met een ingrijpende asbestsanering. Op de voorbeeldschool in het mbo, Roc Zeeland, heerst onrust vanwege een fusie.