• blad nr 6
  • 24-3-2012
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Massaontslag speciaal onderwijs heeft nu al ernstige gevolgen

Uit onderzoek van studenten van de Vrije Universiteit blijkt dat de bezuinigingen op het speciaal onderwijs nu al merkbaar zijn. Natuurlijk verloop wordt aangemoedigd en mensen die weggaan, worden niet vervangen. Klassen worden groter.

Tekst Fleur Gase, Simone Olsthoorn, Linda Hanko en Suzanne Kamps Beeld Rob Niemantsverdriet

“Hoera!” Niet omdat er iemand jarig is, maar omdat Sabine (5 jaar) voor het eerst op de wc heeft gepoept, in plaats van in haar luier. Ze mag een sticker uitzoeken. Luiers verschonen doet de leerkracht in een aparte ruimte. Dan let de assistent even op in de klas. “Maar als ik straks alleen sta, dan lukt dat natuurlijk niet meer. Wat dan?”
Juf Judith van de St. Mattheusschool in de Rotterdamse wijk Schiebroek weet al dat ze haar baan kwijtraakt. Ze maakt zich geen zorgen over haar eigen toekomst, maar wel over die van de kinderen in haar klas.
De school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, gespecialiseerd in onderwijs aan autistische kinderen, moet een kwart van het personeel ontslaan: zes leerkrachten en negen mensen in ondersteunende functies, onder wie een psycholoog en een logopedist.
Uit onderzoek van studenten van de master journalistiek van de VU wordt duidelijk dat door de aangekondigde bezuinigingen op veel meer scholen al ontslagen vallen. Gevolg: leerkrachten krijgen te maken met een hogere werkdruk en het ziekteverzuim neemt toe.
Besturen maken zich dan ook niet alleen zorgen over de mensen die ontslagen moeten worden, maar juist over de mensen die blijven. Geert-Jan Reinalda, directeur van de Rotterdamse St. Mattheusschool, sluit zich daarbij aan. De mensen die hij moet ontslaan zijn goede krachten, “die vinden wel weer een baan”, maar wat doet het met de kleinere groep die achterblijft?

Risicovol
In krimpgebieden ligt de situatie heel anders. In provincies als Friesland, Zeeland en Noord-Brabant zijn in alle typen onderwijs minder leerkrachten nodig. Hierdoor zullen ontslagen leerkrachten niet makkelijk aan een nieuwe baan komen.
Op de scholen onder de vlag van Stichting ZML Noordoost Brabant weten ze hoe belangrijk het is om voldoende begeleiding te hebben in de klas. Veel kinderen daar vertonen agressief gedrag. Als een kind een uitbarsting heeft, moet de docent het kalmeren. Bij gebrek aan een klassenassistent is er op de rest van de klas dan geen toezicht. Zoiets kan leiden tot risicovolle situaties.
Gerard van Oers is stagecoördinator, voorzitter van de medezeggenschapsraad en al ruim veertig jaar werkzaam bij de Stichting ZML Noordoost Brabant. Hij wijst op de enorme successen die er nu nog geboekt kunnen worden dankzij de intensieve begeleiding. Van Oers vertelt over een leerling die altijd erg kwaad en agressief was en in aanraking kwam met justitie. Toch vond het stagebureau van de stichting een stageplaats voor hem, waar hij helemaal opbloeide. Het bedrijf was zo tevreden dat de jongen er een vaste, betaalde baan kreeg. “Als de bezuinigingen worden doorgevoerd val je terug en hebben de kinderen geen betere toekomst dan in de dagbesteding of sociale werkplaats”, aldus Van Oers.
Op de school in Rosmalen zijn de klassen al groter geworden. Nu zijn er nog klassenassistenten, maar straks moeten de leraren het alleen doen. “Er leeft onrust bij de mensen. Ze mopperen op de directie en zeggen dat ze de kinderen alleen nog maar kunnen bezighouden en niet meer aan lesgeven toekomen”, vertelt Van Oers.

Individueel les
Op de St. Mattheusschool in Rotterdam krijgen kinderen individueel les. Klassikaal lesgeven kan niet, omdat de niveauverschillen tussen de leerlingen te groot zijn. Dus zijn er veel begeleiders nodig.
“De scholen blijven met de shit over”, roept directeur Reinalda met onvervalst Rotterdams accent. Het ministerie rept alleen over de ontslagen, maar niet alleen de leraren die hun baan kwijtraken worden getroffen, alle leraren zijn de dupe. Ook de bonden moeten het bij hem ontgelden: “Wat zij nergens laten zien, is wat er overblijft. De gevolgen voor de leerkrachten die blijven, voor de kinderen en hun ouders zijn veel groter. Sterker nog, die gevolgen zijn nu al voelbaar.”
De leraren staan zwaar onder druk en voelen zich miskend. Rob Veltman is een van de bevlogen leerkrachten van de St. Mattheusschool. Hij bevestigt dit beeld: “Van VVD-Kamerlid Ton Elias moeten we er een tandje bij zetten. Die tandjes hebben we er allang bij gezet.”
Agnes de Coninck sluit zich aan bij het gesprek. Ze is ambulant begeleider op de St. Mattheusschool en heeft ruim twintig jaar ervaring in het speciaal onderwijs. Ze praat zacht en bedeesd, maar is tegelijkertijd fel over de minister. “Kinderen zijn onze toekomst en niemand maakt zijn eigen toekomst kapot. Deze regering doet dat wel. Zij kiest voor materiële zaken. Zij verloochent onze waarden en normen”. Ze vertelt dat ook de sfeer tussen collega’s verandert. “Het is voor sommigen nog onduidelijk wie wel en wie niet mag blijven. Dat veroorzaakt onrust onder de collega’s.” Haar functie als ambulant begeleider verdwijnt en ze zal de plek van een collega voor de klas innemen. Ze voelt zich er schuldig over.

Epileptisch
Veel besturen melden aan de onderzoekers dat ze regelingen treffen met het personeel en sociale plannen opstellen. Personeel dat door natuurlijk verloop verdwijnt, wordt niet vervangen. Hierdoor worden de groepen nu al groter en krijgen de minder individuele aandacht. Een kind dat speciaal onderwijs nodig heeft, ontwikkelt zich op die manier niet. Rob Veltman: “Je kunt zo’n kind prima een hele dag vermaken met een doos Lego, maar het gaat niet om bezigheidstherapie. We leren de kinderen lezen, rekenen, spreken. We willen alles uit ze halen wat mogelijk is, om ze deel te kunnen laten nemen aan de maatschappij.” Directeur Reinalda gooit er nog een schep bovenop: “Kinderen met een handicap kunnen volgens de overheid gewoon het riool in. Hoe zwaarder de handicap, hoe harder ze gepakt worden.”
Niels en Marijke stemmen hiermee in. Hun zoon Willem is bijna zes, heeft last van epileptische aanvallen en problemen met lopen, fijne motorische vaardigheden en spreken. Hij is leerling op de St. Mattheusschool. “Op vrijdag gaat hij met de klas naar de markt. Als je later op de middag met hem over de markt loopt, kennen de marktkooplui hem, zwaait hij en vertelt hij dat dit nou mama is”, vertelt Marijke.
Het blonde jongetje zit in een klas met tien kinderen, een juf, een onderwijsassistent en een klassenassistent. De klas is verdeeld in drie groepen, ingedeeld naar leeftijd en niveau. In Willems klas zitten drie meervoudig gehandicapte kinderen. Meestal gaat het om een verstandelijke beperking in combinatie met een gedragsstoornis. Een bezetting van drie volwassenen is noodzakelijk, maar door de bezuinigingen zal een onderwijsassistent of klassenassistent moeten verdwijnen. Dit betekent dat wanneer een kind in zijn luier heeft gepoept, de assistent met dat kind naar de wc moet. De juf blijft over met twaalf of dertien kinderen, die allemaal individuele aandacht nodig hebben. Als op zo’n moment een ander kind een epileptische aanval krijgt, moet de juf ingrijpen en zitten er elf kinderen, onbegeleid in de klas.
“Concreet gezegd: wie weerhoudt Pietje ervan voor de zoveelste keer zijn frustratie te uiten door zijn hoofd door de ruit te slaan, terwijl ik bezig ben Jantje te leren lezen?”, vraagt ambulant begeleider Agnes de Coninck zich af.

Fleur Gase, Simone Olsthoorn, Linda Hanko en Suzanne Kamps hebben hun onderzoek gedaan als onderdeel van de master journalistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.


[kadertje]

Alle 140 schoolbesturen die met de bezuinigingen te maken hebben, werden door het team van de master journalistiek van de Vrije Universiteit telefonisch benaderd over de hoogte van de bezuinigingen, de formatiereductie en het aantal ontslagen. De helft, 70, gaf antwoord, deels anoniem. Bij deze 70 schoolbesturen verdwijnen in totaal 2264 voltijdbanen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.