- blad nr 6
- 24-3-2012
- auteur W. de Lange, de
- Column
Bedrading
Als de nood aan de man komt, weet ik bij ons op school zo twee, drie, vier docenten aan wie we die bonus blind voor meerdere jaren kunnen beloven. Ze zijn jong, ze hebben het geld nodig, ze studeren naast hun baan op school - dit laatste met dank aan het convenant, dat waren nog eens tijden!
Die twee, drie, vier jonge docenten geven goed les en ze snappen de leerlingen beter dan een cultuurpessimistische vijftiger als ik. Ik gun hun die bonus van harte. Maar ik weet zeker dat ze het daar niet voor doen. Het zijn onderwijsbeesten, zogezegd. Ze genieten ervan, van lesgeven en van omgaan met tieners. Ze brengen hun pauzes meestal kletsend tussen de leerlingen door. Ze zijn begaafd en jong genoeg om voor meer geld iets anders te doen, maar ze doen het niet. En dat maakt die prikkel extra pervers. Docenten zijn potverdomme geen bankiers of Inholland-bestuurders! Je voert toch ook geen prestatiebeloning voor Kamerleden in, of voor ministers?
Op zichzelf gaat het onderdrukken van de rancune verder goed. We hadden een bijna gemoedelijke stakingsdag die iets weghad van een personeelsuitje. Het teambezoek aan de Arena, tijdig of voortijdig afgebroken door de sirtaki, liep naadloos over in het afhandelen van achterstallig papierwerk en een geslaagde open avond. Nu zijn we alweer weken gewoon aan het werk, alsof er niets gebeurd is en alsof er niets meer zal gebeuren.
Wat ons te doen staat, is nog steeds even duidelijk. Ons werk is de overdracht van kennis, vaardigheden en fundamentele normen en waarden. Waar doen we dat? Steeds vaker tussen leerlingen met grote leerachterstanden en steeds vaker tussen leerlingen met gedragsproblemen. Verzinnen wij die achterstanden en gedragsproblemen om goed te praten dat we als docenten ons vak niet beheersen? Nee. Collega’s met tientallen jaren ervaring op onze school, over wier vakbekwaamheid geen twijfel kan bestaan, lopen ook tegen steeds meer onrust en concentratieproblemen aan.
Wij willen iets heel ouderwets, met die kennis, die vaardigheden, die normen en die waarden. Het is moeilijker om de aansluiting te vinden bij de nieuwsgierigheid van leerlingen en de wil om iets door oefening onder de knie te krijgen. De aansluitingspunten worden overwoekerd door een krioelende bedrading die op iets anders gericht is, op het onder spanning zetten van felle emoties, op snel en heftig vermaak. Juist leerlingen die niet zo geweldig kunnen leren, zijn daar uiterst vatbaar voor. Maakt dat het werk minder de moeite waard? Integendeel. Maar om docenten daarom nou van bovenaf te gaan tegenwerken, dat gaat wel ver.