• blad nr 6
  • 24-3-2012
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

Een gymnasiumafdeling is vaak niet meer dan atheneum met Latijn’ 

Gymnasia zoeken meer zelfstandigheid

In Amsterdam zijn nieuwe gesticht, Haarlem wil graag een tweede. Overal vertonen de zelfstandige gymnasia groei, terwijl er tevens een tendens is naar bestuurlijke zelfstandigheid. Alleen laten grote besturen hun bloeiende gymnasium ongaarne vertrekken, zoals in Schiedam en Zwolle is gebleken. Niettemin zijn er regio’s, bijvoorbeeld de hele provincie Zeeland, waar geen enkel zelfstandig gymnasium te vinden is. Een rondje langs gymnasiumactieplaatsen.

Een aanlokkelijk gebied dat Zuid-Limburg, denk je bij het zien van de tv-spotjes, waarmee de ontvolkende regio welgestelde, hoogopgeleide bewoners wil trekken. Je kunt er wonen op een soort landgoed, met gastenverblijven en een gigantische tuin. Er zijn geen files, integendeel, op het landweggetje naar je huis kun je zomaar een kudde loslopende koeien tegenkomen. En je hebt er de beste scholen voor je kinderen, zegt de commentaarstem.
Het gekke is dat er in Maastricht, in de wijde omgeving en in heel Zuid-Limburg geen zelfstandig gymnasium is - juist bij de doelgroep van het spotje zeer in trek, voor sommigen zelfs een voorwaarde voor vestiging. Claudine van der Weerd ontmoette onlangs een westerling die een dienstverband bij het bedrijf DSM overwoog. “Die was oprecht verbaasd dat zijn kinderen hier niet naar het gymnasium kunnen.” Zij begrijpt die verbazing: “Zeker voor Maastricht, nota bene een universiteitsstad met een klassiek historisch verleden. Dat verwacht je niet als je weet dat Heeswijk-Dinther, een plaatsje in Brabant waar nog nooit iemand van heeft gehoord, wel een zelfstandig gymnasium heeft.”

Verbeten brief
Van der Weerd is secretaris van een stichting die een zelfstandig gymnasium wil oprichten in Maastricht, waar de laatste school van dit type in 1968 haar deuren sloot. In dat jaar werd de Mammoetwet ingevoerd, waardoor meer gymnasia deel gingen uitmaken van een scholengemeenschap. Al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw ijveren groepen met hoogleraren, politici en ondernemers voor opnieuw een zelfstandig gymnasium. Tot nu toe vergeefs. Van der Weerds stichting is nu twee jaar bezig. Lang zag het naar uit dat de onderhandelingen met het grote schoolbestuur Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, het enige bestuur in de stad, tot een second best-oplossing zouden leiden. Binnen scholengemeenschap het Sint-Maartenscollege zou een zelfstandige poot voor een gymnasium komen. Met de school liepen de voorbereidingen geweldig. “Alles was klaar, een mooi programma tot en met de programma’s voor toetsing en afsluiting, leraren enthousiast. Maar het stuitte op weerstand bij de centrale directie die alles ten koste vond gaan van atheneum en havo. De excursies moesten minder en de bovenbouw moest toch weer samen met atheneum. In juni hebben wij de onderhandelingen opgezegd en dat vonden ze niet leuk.”
Zelfs zo vervelend dat de centrale directie in januari een verbeten brief stuurde aan alle ouders en alle basisscholen in Maastricht toen de werving van de driehonderd benodigde leerlingen net was gestart. Van der Weerds stichting werd daarin beticht van het ronselen van ouders, leerlingen en personeel. Jos Bierman van de centrale directie licht toe: “Er was gebruikgemaakt van e-mailadressen die via het Sint-Maartenscollege waren verkregen, doordat mevrouw ook een kind heeft op deze school.”
Van der Weerds oudste doet inderdaad 5-gym op de scholengemeenschap, de tweede doet havo, de derde zit in de brugklas. Zij heeft goede hoop dat haar jongste, die nu in groep 7 van de basisschool zit, als enige van de vier op een zelfstandig gymnasium zou kunnen beginnen. “De werving verloopt nu via onze website. We willen volgend schooljaar beginnen.”
Het Sint-Maartenscollege vertoont nog de sporen van het plan om van het gymnasium een zelfstandige poot te maken. De naam, De negen muzen, was al gekozen en daarvoor bestond ook al een eigen website. Deze gymnasiumwebsite is sinds oktober niet meer bijgehouden. Over de beide teamleiders valt te lezen dat beiden ‘tijdelijk’ vervangen worden.

Moeizame besprekingen
Enschede, ook een universiteits- en hogeschoolstad, heeft evenmin een zelfstandig gymnasium, zelfs in de hele regio Twente is er geen een te vinden. Laurens van Lier, voormalig leraar en schoolleider, is initiatiefnemer van de stichting Categoraal Gymnasium Twente. “Een gymnasiumafdeling binnen een scholengemeenschap is vaak niet meer dan atheneum met Latijn. De verleiding is er heel groot om af te stromen naar atheneum. Ik heb wel eens zitten rekenen met al die examenuitslagen en dan kom je op zo’n vijftig leerlingen per jaar die op verschillende locaties een gymnasiumdiploma halen. Dat zouden er gezien het inwonertal minstens twee keer zoveel kunnen zijn.”
Historisch gezien snapt bestuurslid Kees Eijkel het wel: “Twente heeft vanouds een laagopgeleide bevolking, maar dat is tegenwoordig door hogeschool en universiteit anders.” Eijkel werkt bij Kennispark, ’een innovatiecampus voor kennisintensieve ondernemers’, waarmee de provincie Overijssel, de gemeente Enschede, universiteit en hogeschool meer hoogopgeleiden naar Enschede hopen te lokken. Daardoor weet hij ook, net als Van der Weerd in Maastricht, dat de afwezigheid van een zelfstandig gymnasium bepaald een min is voor deze nieuwkomers.
Enschede biedt meer keuze aan schoolbesturen dan Maastricht. Van Lier en Eijkel voerden zeer moeizame besprekingen met enkele daarvan, die op niets uitliepen. Alleen met het Stedelijk Lyceum leek het eind 2010 wel heel goed te gaan. De school had al op twee locaties een gymnasiumafdeling en kampte met ruimtegebrek. Combinatie van deze twee gegevens leidde tot de belofte van een eigen gebouw voor alle gymnasiasten, waar dan een (bijna) zelfstandig gymnasium in zou komen. Dat eigen gebouw is er niet gekomen, het wordt een enigszins aparte vleugel. Van Lier: “Ik ga er niet zuur over doen, we zijn blij dat het gymnasium zich op deze manier ook volwaardig kan ontwikkelen.”

Wonden
We likken onze wonden, schreef rector Joke Gaasbeek vorig jaar op de website van het Stedelijk Gymnasium Schiedam. De school moest tegen haar wil in het Schiedamse schoolbestuur blijven toen dat fuseerde met een groot bestuur uit Vlaardingen. Zij bedoelde met ‘we’ niet alleen de schoolleiding, maar alle docenten, de MR en alle 550 ouders. Allen wilden liever aansluiting bij een schoolbestuur dat uitsluitend zelfstandige gymnasia beheert, de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia in Haarlem.
Precies dezelfde wens leefde in Zwolle waar het zelfstandig gymnasium Celeanum het bestuur van alle openbare scholen wilde verlaten. En ook dat ging niet door. Procedure en overwegingen verschillen enigszins tussen Zwolle en Schiedam, maar hun toekomst zagen beide liever apart van andere schooltypen. Gaasbeek: “Van de andere scholen in ons bestuur hoor ik altijd dat ik het maar makkelijk heb met al die slimme leerlingen, terwijl ze vergeten dat de variatie in IQ op een gymnasium veel groter is. Op een gemiddelde havo tref je leerlingen met een IQ tussen globaal 100 en 115, terwijl ik te maken heb met verschillen tussen de 105 en 150. Aan rectoren van andere gymnasia hoef ik dat niet te uit te leggen.”

Gelijkgestemden
Bij de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG) zou dat ook niet hoeven, zegt bestuurder Paul Schings, want zijn bestuur is een facilitaire stichting. “We regelen het financiële gebeuren en voor sommige scholen het boeken- en ouderfonds, zodat de rectoren van die rompslomp verlost zijn, maar we ontwikkelen geen onderwijskundig beleid. Dat doen de rectoren volledig zelfstandig voor hun eigen school en daarbij werken ze onderling samen in ons rectorenconvent. Daar wisselen ze ook als gelijkgestemden ervaringen uit.”
Bij het bestuur zijn momenteel zes scholen aangesloten: Haarlem, waar het allemaal begonnen is, twee Amsterdamse gymnasia, Velsen, Heeswijk-Dinther en Den Bosch. Mocht Maastricht opgericht worden, dan sluit dat zich ook aan. En meer gymnasia onderzoeken de mogelijkheden van een overstap.
In Schiedam probeert Gaasbeek na alle commotie van de mislukte overgang zo goed mogelijk invulling te geven aan het convenant, waarmee het Stedelijk Gymnasium een status aparte inneemt in het nu gefuseerde bestuur van Schiedam en Vlaardingen. “De docenten probeer ik daar nu niet mee lastig te vallen, die moeten zich nu volledig op de onderwijsinhoud concentreren en ik probeer me zo constructief mogelijk op te stellen. Maar het kost veel energie om twee culturen samen te voegen. Bij het ene bestuur kreeg de schoolleiding wel een mobieltje, bij het andere niet. En bij ons was het altijd zo bij de persoonlijke functiemix: als je promotie maakte naar LC, dan was dat definitief. Bij het andere bestuur was het tijdelijk, voor een jaar.” Welke gedragswijze gekozen wordt, weet ze nog niet. “Voor het fusieproces is drie jaar uitgetrokken, zodat alle beslissingen nog twee jaar hangen.”
Was Schiedam wel overgestapt naar de OSZG, dan had Gaasbeek gewoon haar definitieve promotie kunnen handhaven, zegt Schings. “We weten hoe de functiemix in 2014 moet zijn. Elke school is vrij om te kiezen in welk tempo ze die eindsituatie wil bereiken.” Doordat zijn schoolbestuur een klein bureau heeft, kan de overhead ook laag zijn, 1,5 tot 2 procent van de lumpsum. Maar Schings waarschuwt voor vergelijkingen van afdrachtpercentages: “Het hangt er natuurlijk ook vanaf wat je ervoor krijgt.”
Voor Gaasbeek was het afdrachtpercentage ook een belangrijke reden om te willen overstappen, zij wil graag zoveel mogelijk geld rechtstreeks voor de school hebben. “Mijn bestuur had me vorig jaar toegezegd op hetzelfde niveau te zullen uitkomen als de OSZG, maar het eerste jaar lukt dat al niet.” Ze heeft nu gevraagd om een service level agreement teneinde inzicht te krijgen in de kosten. Ze voorziet daarover weer eindeloos te moeten praten.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.