- blad nr 6
- 24-3-2012
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Een donkere wolk boven passend onderwijs
Het was trekken aan een dood paard. Op vrijwel geen enkel punt bleek minister Van Bijsterveldt bereid tegemoet te komen aan de zorgen in het onderwijs, verwoord door de oppositie. Door een meerderheid (VVD, CDA, PVV en SGP) werden bijna alle voorstellen van de oppositie terzijde geschoven. Jeroen Dijsselbloem (PvdA) vond het zo opvallend dat hij de minister ervan beschuldigde dat ze alleen de voorstellen van de coalitie steunde, terwijl alle partijen zich inspanden hier nog een goede wet van te maken. Zo wilde ze wel het voorstel van Ton Elias (VVD) om een ‘bureaucratie-sheriff’ aan te stellen overnemen, maar andere voorstellen om de bureaucratie tegen te gaan zouden de besturen teveel in hun vrijheid beknotten. Ze ontkende, maar liet zich vervolgens ontvallen dat ze niet veel overnam van de oppositie omdat het “ter linkerzijde nu eenmaal gebruikelijk is om veel per wet te regelen”. De oppositie reageerde verontwaardigd. Jasper van Dijk (SP) wees er op dat dit ingewikkelde wetsvoorstel, dat honderden pagina’s omvat en waarvan velen in twijfel trekken of hiermee de bureaucratie wordt opgelost, toch echt van de minister zelf afkomstig is. Van Bijsterveldt trok haar woorden weer in, maar er veranderde verder niets. Jesse Klaver (GroenLinks) noemde de polarisatie rond dit belangrijke vraagstuk een staaltje powerplay van het kabinet en eigenlijk heel ‘on-Nederlands’.
De crisis
In het nieuwe stelsel bepalen regionale samenwerkingsverbanden van scholen, waar er inmiddels 150 van zijn, op welke school een zorgleerling wordt geplaatst. Elk bestuur heeft zorgplicht. Ouders die het er niet mee eens zijn, kunnen terecht bij een landelijke geschillencommissie.
Dit raamwerk kent veel bepalingen, maar veel wordt opengelaten, bijvoorbeeld welke basiszorg elke school moet bieden. Als dat niet vaststaat, kan dat tot veel geruzie aanleiding geven tussen de besturen, zo voorspelde Dijsselbloem. Docenten, vooral in het voortgezet onderwijs, zijn slecht voorbereid. De samenwerkingsverbanden hebben nog nauwelijks vorm. Een goede analyse van de zorgleerlingen ontbreekt. Vandaar dat PvdA en D66 pleitten voor uitstel van invoering van de wet met twee jaar.
Opvallend tijdens het debat was dat de bezuiniging van 300 miljoen opeens nodig bleek te zijn vanwege de crisis. Het kabinet ontkende altijd dat er bezuinigd werd op onderwijs. Veel geld zou gewonnen worden door vermindering van de bureaucratie. Nu zei Van Bijsterveldt: “Ik doe mijn werk ook liever zonder dat ik moet bezuinigen. De ontslaggolf maakt mij ook verdrietig, maar ik ben onderdeel van een kabinet dat de nek uitsteekt om te bezuinigen. Een bezuiniging raakt altijd de publieke sector.”
Volgens de oppositie is dat vooral een argument om de prestatiebeloning van 250 miljoen in te zetten. Maar tot een uitruil is het kabinet niet bereid. Boris van der Ham (D66) zette nog eens op een rijtje welke bezuinigingen er de laatste tijd zijn geweest: 90 miljoen op bestuur en management, 46 op de groeiregeling, 31 op het budget voor speciaal onderwijs, bezuinigingen op de gewichtenregeling, 300 op jeugdzorg, 200 op de materiële bekostiging van scholen en 300 op de zorgleerlingen. De nullijn treft vooral het personeel. Hij noemde het de donkere wolk die boven de wet hangt en die de uitvoering ervan ernstig bemoeilijkt. Een grote onderwijsvernieuwing die gepaard gaat met forse bezuinigingen, zal niet goed aflopen. Heeft de minister wel iets geleerd van de parlementaire commissie-Dijsselbloem waarvan de conclusies indertijd zo werden omarmd door het ministerie van Onderwijs?
In een uiterste poging het tij te keren stelde Van der Ham nog voor de stemming over het wetsvoorstel uit te stellen. De partijen die in het Catshuis vergaderen over de financiën, zouden dan de gelegenheid hebben wat bedragen met elkaar uit te ruilen.
Ondanks meer dan vijftig amendementen en 50.000 mensen in de Arena werd de wet vrijwel ongeschonden aangenomen. De bureaucratie-sheriff zal er komen, er zal veel ‘gemonitord’ worden in de toekomst en ouders krijgen wat meer inspraak.