- blad nr 6
- 24-3-2012
- auteur J. van Aken
- Aan de telefoon
Grote groep leraren staat niet fris voor de klas
Ruim vier op de tien leraren vindt de werkdruk onacceptabel, blijkt uit onderzoek van Duo onderwijsonderzoek. Landelijk is dat 14 procent van de werknemers. “Dat is alarmerend”, vindt directeur Vincent van Grinsven.
Is het zorgelijk zo’n hoge werkdruk?
“In zekere zin is het alarmerend. In het onderwijs is de groep die het de werkdruk onacceptabel vindt drie keer zo groot als in de zorg en bij de overheid. Je zou kunnen zeggen dat leraren zeuren, maar als het verschil zo groot is, moet er een reële werkelijkheid zitten achter de hoge werkdruk die leraren ervaren.”
Mensen ervaren veel druk door niet-lesgebonden taken en doordat ze te weinig invloed op hun werk kunnen uitoefenen.
“Onderwijspersoneel heeft het gevoel dat ze hun werk niet goed kan plannen en organiseren. Vaak komt er een leerling of ouder tussendoor die aandacht vraagt. Het werk is niet evenwichtig verdeeld over de week, waardoor het altijd hollen of stilstaan is. Door allerlei nieuwe eisen die politici en schoolbestuurders opleggen, hebben ze steeds minder invloed op de inhoud van hun werk. Denk aan maatschappelijke stages en de referentieniveaus voor taal en rekenen. Weliswaar staan leraren in meerderheid achter de referentieniveaus, maar het vraagt wel weer aanpassingen van het onderwijs. Een van de aanbevelingen van de commissie-Dijsselbloem destijds was om het onderwijs met rust te laten en geen vernieuwingen door te voeren. Aan die aanbeveling heeft niemand zich gehouden.”
Wat is het gevolg van de hoge werkdruk?
“De hoge werkdruk heeft consequenties voor het werk. Een grote groep leraren, 40 procent, geeft aan ’s ochtends niet fris voor de klas te staan. Ook privé heeft het gevolgen. Tweederde heeft ’s avonds niet voldoende energie om andere zaken dan werk te ondernemen. En een kwart van de leraren heeft gezondheidsklachten waarvan ze vermoeden dat die door het werk komen.”
Wat kunnen bestuurders en directies hieraan doen?
“Er zijn verschillende ‘knoppen waaraan je kunt draaien’ om de werkdruk te verlagen. Leerkrachten die hun persoonlijke capaciteiten onvoldoende vinden, kun je bijvoorbeeld bijscholen. In het primair onderwijs kan er beter leiding worden gegeven. Drie op de tien leerkrachten vindt dat de directeur niet zorgt dat de school goed is georganiseerd. Landelijk valt de meeste winst te behalen door de niet-lesgebonden taken te verminderen. Maar er komen voor leraren juist eerder taken bij met de extra zorgleerlingen op school door de invoering van passend onderwijs.”