• blad nr 5
  • 10-3-2012
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Twee meisjes

Bij ons op school is de dominante cultuur er een van bakkers en restauranthouders, eigen bazen, harde werkers. Dat is het achterland van onze praktijkdocenten en het voorland van onze leerlingen. Goed voor heerlijke geuren, goed voor een roerende parade van leerlingen in vakkleding in en om het gebouw, goed voor de oude dames die rond lunchtijd op het leerrestaurant afkomen. Goed voor veel, maar slecht voor de stakingsbereidheid. “Bij ons wordt niet gestaakt. Dat doe je niet. Je gooit je zaak ook niet dicht omdat je ergens mee zit”, zei een collega me toen ik op de school begon.
Nu schijnt de school toch dicht te gaan. (Dit stukje is geschreven voor 6 maart, maar het bereikt u ruim daarna.) De minister en haar paladijnen in de Kamer zullen er niet meteen van opkijken. Maar ik raad hun toch aan het signaal niet te negeren: als bakkers- en horecascholen staken, dan betekent dat nogal wat.
Docenten in de lagere leerwegen van het vmbo geloven eigenlijk niet meer dat er ooit nog iets goed uit Den Haag kan komen. Jullie moeten ons niet? Jullie zien ons als lui, dom, duur, genetisch ontevreden, niet tot verandering in staat? Dan gaan wij vanaf nu zoveel mogelijk doen alsof jullie niet bestaan. Woorden als ‘kenniseconomie’ of ‘niveauverhoging’ willen we niet meer horen. Alles wat jullie van ons vragen, nemen we niet meer serieus.
Er is reden voor rancune. Steeds meer moeilijke leerlingen die steeds moeizamer aan de eisen voldoen. Steeds meer ouders die niet aan hun kinderen toe lijken te komen. Steeds meer onderwijskundige babbels met steeds minder inhoud. Steeds meer beledigende opmerkingen over docenten, in steeds stompzinniger PR-materiaal, bij steeds meer ondoordachte wetgeving. Steeds hogere salarissen voor steeds overbodiger bestuurders die steeds meer, steeds hogere, steeds overbodigere gebouwen neerzetten, die gevuld worden met door ons ingevulde steeds meer inhoudsloze afvinklijsten en handelingsplannen, die met steeds meer poeha geïntroduceerd worden in steeds duurdere managementsessies op een steeds verder van de school verwijderde hei. Zo voelt het.
Je kan er giftig van worden. Maar het onderwijs organiseert zijn eigen tegengif: leerlingen. Zelfs als het moeizaam gaat, zorgt het contact met leerlingen er voor dat de rancune over al dat andere er voor je arbeidsvreugde niet toe doet. Dat tegengif zit in alle leerlingen. Maar voor mij is het ‘t allersterkste geconcentreerd in twee meiden: Mirjam en Geke. Vijftien jaar oud, maar in vele opzichten al af. Twee open gezichten, waar zo nu en dan een snelle opmerking of een goede grap uit komt, maar waar heel vaak niets meer dan kalme werklust op geschreven staat. Nerds, alto’s (geloof ik). Ze vallen uit de toon. Maar ze hebben elkaar. Onverstoorbaar maken ze er het beste van. Al een half jaar komen ze te vroeg op school om Russisch te leren. Voor de lol. Die lessen zijn hun idee. Daar kan geen rancune tegenop.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.