• blad nr 5
  • 10-3-2012
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Cintia & Loes

Cintia kende geen woord Nederlands toen ze als elfjarige van Lissabon naar Enschede verhuisde. De Nederlandse taal leerde ze in een speciale klas bij juf Loes. Nu, tien jaar later, is Loes haar stagebegeleider, en wil Cintia zelf een vreemde taal gaan doceren.

Elf jaar was Cintia (nu 21) toen ze in haar eentje van Lissabon naar Schiphol vloog. Haar moeder, kleuterbroertje en babyzusje woonden al in Enschede. Cintia maakte eerst haar Portugese schooljaar af, en kwam een paar maanden later na. Tot die tijd verbleef ze bij haar vader in de Portugese hoofdstad. “Mijn eerste herinnering in Nederland is aan de stewardess die zich in het vliegtuig over me ontfermde. Ze had prachtige lange, paars gelakte glitternagels. Toen ze mijn koffer pakte, knapte zo’n nagel af. Oh, wat voelde ik me daar schuldig over.”
Juf Loes Kemerink luistert geboeid naar haar oud-leerling. “Wat aandoenlijk om te horen. Ik wist dat niet en ook niet dat je nog een broertje en zusje hebt.”
Cintia begon op een reguliere basisschool, maar werd al snel doorverwezen naar de opvangklas van de Globe in Enschede, een school waar anderstaligen in basisschoolleeftijd een jaar lang intensief taalonderwijs krijgen, waarna ze instromen in het reguliere basisonderwijs.
In die tijd kende de Globe nog geen kleutergroep. Cintia’s broertje ging daarom naar de reguliere basisschool. Dat hij al wat langer in Nederland was, kwam goed van pas, vertelt Cintia. “De allereerste dag moesten we tot tien tellen in het Nederlands. Dat kan ik, riep ik meteen. Had ik al van mijn broertje geleerd.”
“Bijzonder om te horen dat jou dat bijgebleven is”, reageert juf Loes die zich Cintia herinnert als een keurig, bescheiden meisje, dat goed oplette en naar de juf luisterde. “Je was één van de serieuzere kinderen.”
In een groep van acht was Cintia de enige Portugese. Met een asielzoekerscentrum in de buurt kwamen de andere kinderen veel uit oorlogsgebieden.
De eerste dag op school stond in het teken van ‘de eerste schooldag’ met woorden als: schoolplein, juf, puntenslijper, potlood. Toen ze de eerste Nederlandse woorden hoorde, dacht Cintia: Dat leer ik nooit.
Juf Loes: “Je wilde echter graag. Je deed goed mee, en zo lukte het.”
Cintia herinnert zich Loes als een vrolijke juf. “Je was nooit boos op ons”, zegt ze tegen haar. “Ook weet ik nog dat je veel met muziek deed in de klas. Je had een gitaar waar je bijna iedere dag op speelde.”
Loes: “Muziek is een effectief middel in het taalonderwijs. Neem het woord banaan. Ik kan vertellen dat het een lekker geel ding is, maar als ik er een liedje bij zing, beklijft het beter.”
Terwijl ze vertelt, begint ze te zingen: “Een gele banaan uit Afrika, die danste de hele dag. Van je bi boe ba ba nanana. En iedereen die het zag, zei: Hé, waar komt die banaan vandaan? Hé, waar gaat ‘ie naartoe? We dansen die banaan achterna, van je bie boe ba la loe.”

Dikke buik
“Ik vind het heerlijk om met handen en voeten duidelijk te maken wat een Nederlands woord betekent’.” Ook laat Loes voor de afwisseling graag een filmpje op het digibord zien, bijvoorbeeld van Bert en Ernie. Ze imiteert Ernie ter plekke om het even te demonstreren. “Hé, Bert. Er zit een banaan in je oor”, lacht ze.
Ineens herinnert Cintia zich de manier waarop juf Loes bloemen op het bord tekende. Loes spurt naar het bord en tekent de bloem die Cintia bedoelt: met vier bolpuntige blaadjes om de kern, en daartussen ook weer vier blaadjes. “Zo teken ik een bloem ook nog steeds”, lacht Cintia.
Loes vindt het boeiend om te horen dat zulke kleinigheden de leerling zijn bijgebleven. “Dit soort dingen hoor je normaal gesproken niet.”
Omdat het asielzoekerscentrum sloot, ging het leerlingenaantal omlaag en daardoor ging juf Loes na een jaar op de Globe naar een andere school. Jammer, maar het was een kwestie van last in, first out.
Vorig jaar werd ze opnieuw aangenomen als leerkracht taal en muziek. Tot haar verrassing trof ze Cintia in de personeelskamer aan. Met een hoogzwangere buik. Wat bleek? Zij liep stage op de Globe voor haar mbo-opleiding tot onderwijsassistent. Elke maandag helpt ze nu in de klas van juf Loes die ze uit macht der gewoonte soms nog ‘juf’ noemt. Na het mbo wil Cintia naar de lerarenopleiding Engels, om daarna zelf voor de klas te kunnen staan. Een pittige klus om te combineren met de zorg voor een kind. Dat realiseert ze zich. Juf Loes heeft alle vertrouwen in de ambities van haar oud-leerling, zegt ze tegen haar. “Als je het graag wilt, zal het je zeker lukken.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.