- blad nr 17
- 17-10-2000
- auteur . Overige
- Redactioneel
Bij sommige ama1s zit het hoofd te vol om wat te leren
Je bent niet alleen leerkracht, je bent ook pseudo-vader en psycholoog
Het grootste deel van de alleenstaande minderjarige asielzoekers komt rechtstreeks vanaf het vliegtuig naar opvangcentrum Valentijn in Nunspeet, Lochem of Elspeet. De meesten reizen met broertjes en zusjes. De informatie over hen is minimaal. Naam, leeftijd, land van herkomst en datum van binnenkomst. Soms nog een aantekening dat ze door Reen man1 of misschien een hulpverlener op het vliegtuig zijn gezet. In het voormalige vakantiehotel in Elspeet is plaats voor ruim negentig asielzoekers tot achttien jaar. Op het terrein staat een schooltje met vier lokalen.
Om negen uur rammelen twee jongetjes al aan de buitendeur. Ze mogen nog niet naar binnen. De helft van het onderwijspersoneel zit in de file vanwege de vrachtwagenblokkades. De leerlingen van de Valentijnschool moeten nog even buitenspelen. Een jongetje vraagt zich af waarom de school nog niet is begonnen. Gerard Logen probeert uit te leggen dat de chauffeurs vanwege de hoge dieselprijs de wegen blokkeren. Het jongetje knikt begrijpend. 3Dit soort dingen is zo moeilijk uit te leggen. Je hebt vaak de neiging om lange zinnen te gebruiken, maar dat is te moeilijk.2
Om half tien stormen de leerlingen vol enthousiasme de klas binnen. Het is druk in het lokaal van Gerard Logen. Kinderen gillen, een meisje zwaait met een ratel en weer een ander kind laat trots de K1nex-creatie, het constructiespeelgoed, zien die hij de dag ervoor in elkaar heeft gezet. Als een jongetje de klas binnenwandelt, loopt hij rechtstreeks op zijn onderwijzer af en slaat zijn armen om hem heen. 3Hallo, meneer Gerard.2
Vertrouwen
Voor de leerlingen van de Valentijnschool komt taal en rekenen niet op de eerste plaats. 3Onderwijs is voor deze kinderen meer een middel dan een doel. Het is belangrijker dat we hun vertrouwen en regelmaat geven, dan dat ze wat leren2, legt Gerard Logen uit. De leerlingen zitten in dezelfde klas, maar werken op verschillende niveaus. Het ene kind is bij boekje één, terwijl een ander boekje negen al bijna uit heeft. Hun kunnen hangt af van hoe lang ze in Nederland zijn, maar ook of ze in het land van herkomst al naar school zijn geweest. 3Kinderen uit bijvoorbeeld Angola hebben meestal al scholing gehad. Maar ik heb ook leerlingen in de klas die analfabeet zijn.2 De kinderen die wel kunnen lezen en schrijven, zijn daardoor niet per definitie makkelijk. 3Dan is er bijvoorbeeld een nieuw Afghaans jongetje in de klas. Als hij zijn naam op het bord schrijft, krijg je een hele Arabische zin van rechts naar links. Leer zo1n kind maar eens Nederlands.2 Leerlingen die al wat langer in de klas zitten, hebben een andere positie dan nieuwelingen. Zij helpen nieuwe kinderen in de klas als een soort tutor. Zo helpt het jongetje dat het langst op de Valentijnschool zit, zijn klasgenootjes op de computer.
De onderwijzer legt uit dat het per kind verschilt hoeveel het op school leert. 3Sommige kinderen zijn zo getraumatiseerd, dat hun hoofd te vol zit om wat te leren.2 Hij noemt als voorbeeld een kind uit Sierra Leone dat hij ooit in de klas had. 3Dat jongetje zag zijn ouders voor zijn ogen vermoord worden. Door wat hij had meegemaakt, heb ik hem dan ook nog geen zes woorden kunnen leren in de tijd dat hij hier was.2 Toch reageert iedere ama verschillend. 3Sommige kinderen zijn juist erg gemotiveerd om te leren. Ik heb wel eens leerlingen die de stof van een jaar basisonderwijs in een half jaar doorwerken. Dat is hun manier van afreageren.2
Gerard Logen werkt met verschillende lesmethodes, zoals Veilig leren lezen. 3Dat is wel eens lastig. Dan staat er bijvoorbeeld een tekening van een slee, terwijl een kind uit Afrika nog nooit een slee heeft gezien. Dat werkt niet.2 Ook de methodes die speciaal voor allochtone kinderen zijn geschreven, zijn niet ideaal. 3Deze richten zich voornamelijk op Turkse en Marokkaanse kinderen die al een tijdje met hun ouders in Nederland zijn. Hun situatie is niet te vergelijken met ama1s die helemaal blanco en alleen hier naar toe komen.2
Gebarentaal
Als een ama net in het opvangcentrum is, communiceert de leerkracht met behulp van gebarentaal. 3Kinderen uit Sierra Leone spreken een soort Engels en Afrikanen spreken Frans, dus daar komen we wel uit. Soms kunnen andere leerlingen voor mij tolken en als dat niet lukt, gebruiken we handen en voeten.2 Aan de wand in het klaslokaal hangen 36 plaatjes met de Nederlandse woorden erbij. 3Ze leren mij ook wat, want deze woorden ken ik inmiddels ook in het Portugees. Alleen het Chinees is wat problematischer.2
Een Zaïrees jongetje telt in het Frans van één tot tien. Een Chinees klasgenootje komt bij hem zitten en telt enthousiast mee. 3Ik heb het liefst dat mijn klas zo gemêleerd mogelijk is. Als de kinderen uit verschillende landen komen, kunnen ze niet hun eigen taal spreken en moeten ze wel met elkaar communiceren.2 Als er meerdere kinderen uit hetzelfde land in de klas zitten, klinkt er wel eens RAngola de beste1, of RAfghanistan de beste1. Maar daar wil de onderwijzer niets van weten. 3Respect is het sleutelwoord in de klas en niemand is hier de beste.2
Naast taal en rekenen is de computer favoriet in het leslokaal. Ieder dagdeel mogen drie kinderen achter de computer werken. Een jongetje is geconcentreerd een koe aan het inkleuren. Zijn buurman buigt zich naar hem toe en roept: 3O, wat mooi!2 Dan gaat hij weer verder met zijn eigen spelletje.
Het wordt al rustiger in de klas. Twee Angolese meisjes werken druk aan hun taalopdrachten. Een van hen leest voor: 3Zoesje, koesje, o nee, zusje en kusje.2 Even verderop zoekt een Zaïrees jongetje met veel moeite de letters Ri1 in een brij van andere letters. De leerkracht legt uit dat de kinderen zich met de creatieve vakken vaak geen raad weten. 3Veel leerlingen hebben nog nooit een schaar of een kleurpotlood aangeraakt. Ze kopiëren alles wat ik voordoe, want ze hebben geen eigen ideeën. Dat hebben ze niet geleerd.2
Gerard Logen verbaast zich er iedere keer weer over hoe snel de ama1s aan Nederland wennen. 3In het begin zie je twaalf zielige kindjes voor je, die zo verbaasd zijn dat ze niet weten wat ze meemaken. Maar na vier maanden lopen ze op sportschoenen, hebben ze een walkman en zingen ze mee met de clips op televisie.2 De kinderen leven in opvangcentrum Valentijn in groepen onder begeleiding van een groepsleider. Ze blijven rond de drie tot zes maanden in het opvangcentrum. Daarna worden de oudsten overgeplaatst naar woongroepen en worden de jongsten ondergebracht in pleeggezinnen.
Laatst ging er een meisje weg dat ongeveer zes maanden in het centrum had gezeten. Het werd een ceremonie van een half uur, waarbij iedereen haar uitzwaaide. 3Dat is altijd raar. Voor het kind zelf is het vreemd genoeg nooit een probleem. De kinderen hebben iets hemels in gedachten bij een nieuw adres. Dat maakt het afscheid voor hen op de een of andere manier makkelijker.2
Ongeveer de helft van de kinderen die in het opvangcentrum binnenkomen, is de volgende dag alweer weg. Als blijkt dat er al familie in Nederland is, wordt het kind daar ondergebracht. 3Ik heb ook wel eens gehad dat de moeder van een leerling ineens het lokaal binnen kwam wandelen. Het leek net of ik Spoorloos in de klas had. Dat is natuurlijk fijn voor dat ene kind, maar voor de rest van mijn leerlingen is zoiets erg hard.2
Cassettebandje
Een meisje moet opdrachten maken met behulp van een cassettebandje, maar lijkt er weinig zin in te hebben. Ze zit achterstevoren op haar stoel en probeert de aandacht van haar klasgenoten te krijgen. Verbaasd roept ze: 3Meneer Gerard! Dit is boekje drie, maar ik ben al bij boekje vier.2 Als het misverstand is rechtgezet, gaat ze toch maar aan het werk. De leerkracht wijst erop hoe belangrijk het is om van begin af aan consequent te zijn. 3Veel kinderen zijn heel erg op zichzelf gericht en roepen de hele dag Rikke, ikke1. Ze kunnen heel moeilijk omgaan met uitgestelde aandacht. Het is belangrijk dat ze regels leren, zoals hun vinger opsteken en naar elkaar luisteren.2 Een meisje zit boos voor zich uit te kijken, omdat ze niet meteen aandacht krijgt. 3Als je dadelijk in een Nederlandse klas komt, moet je de aandacht met dertig andere kindjes delen. Dan moet je ook op je beurt wachten.2
Na zestien jaar basisonderwijs is deze baan hem niet meegevallen. 3Dit werk is erg intensief. Je bent niet alleen leerkracht, je bent ook pseudo-vader en psycholoog. Dat is wel eens moeilijk, want ik ben opgeleid voor onderwijzer.2 Maar het werk bevalt hem goed. 3Het is een uitdaging. Als je op het schoolplein kijkt, sta je midden in de wereld, de kinderen zijn boeiend. De leerlingen zijn ook erg enthousiast. Ze staan een half uur voor de school begint al aan de deur te rammelen, want ze vinden school gewoon leuk.2 Dat de kinderen maar ongeveer drie tot zes maanden blijven, begint nu te wennen. 3Met sommige kinderen heb je best wel een speciale band. Dan is het niet leuk als ze weer weg moeten, maar daar word je steeds professioneler in.2