• blad nr 4
  • 25-2-2012
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Als jij niet zelf naar de rector stapt, doe ik het 

Zoenen met een leerling

Je komt je collega hand in hand met een leerling in het bos tegen. Of ziet hem in de auto hevig zoenen. In de wandelgangen hoor je scholieren giechelen over docent A die het met klasgenoot B zou doen. Wat te doen bij het vermoeden van een relatie tussen een collega en een leerling?

‘Op mijn scholengemeenschap zijn er twee keer docenten (waaronder een conrector) met (ex-)leerlingen getrouwd… en het houden van begon al in de hoogste klas.’

‘Ik was vertrouwenspersoon en moest op ongewenste intimiteiten toezien en doorspelen wat niet goed ging. Niet altijd gemakkelijk…’

‘Het is ook machtsmisbruik. Zo’n meisje is van die docent afhankelijk voor haar cijfer.’

Enkele citaten van het forum van het weblog Dagelijksestandaard.nl

Iedereen kent ze wel: de verhalen over docent X die het deed met leerling Y. Meestal gaat het om roddel en achterklap. Maar niet altijd. Het gebeurt dat een docent avances maakt naar een leerling. Als de leerling niet van de affectie gediend is, is het een duidelijk zaak: melden bij de schoolleiding, weg met die docent. Wanneer het om liefde gaat, of wanneer je als collega niet zeker weet of er grenzen worden overschreden, wordt het ingewikkelder. Wat als ze maar een paar jaar in leeftijd schelen? En wat als de leerling zelf initiatiefnemer is? Heb je wel gezien hoe die meid er bij loopt? En: hoe moet dat met de goede naam van de school?
Anke Visser van het Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) van onderwijsadviesbureau APS, heeft ze allemaal al wel eens gehoord: de redenen om je mond niet te openen bij een vermoeden van een relatie tussen een leerling en een docent. “Gelukkig hebben we een wet die de afweging eigenlijk heel makkelijk maakt. Om relaties tussen leerlingen en leraren niet langer met de mantel der liefde te bedekken, en de leraar – vaak met een goede referentie op zak – naar een andere school te sturen, werd eind jaren negentig de meld- en aangifteplicht voor onderwijspersoneel ingevoerd. Als je docent A met leerling B tegenkomt in het bos, op een bootje, of hevig zoenend in de auto, zegt die meldplicht dat je dat signaal onmiddellijk moet doorspelen aan je bevoegd gezag.”
Toch gebeurt dit niet altijd, weet Visser. “Het is ook lastig. In Nederland is geen klikcultuur. We hebben zelfs een liedje waarin we ons afkeuren van klikken bezingen: Klikspaan, boterspaan. Toch hebben we een wet die stelt dat je melding moet maken over een collega, terwijl je slechts een vermoeden hebt.”
Als je het ingewikkeld vindt te klikken, kun je ook zelf de docent op zijn verantwoordelijkheid aanspreken. Visser: “Ik ken het verhaal van een collega die trots vertelde over zijn relatie met een leerling. ‘Leuk dat je het zo naar je zin hebt’, zei de collega tegen wie de docent opschepte. ‘Maar je weet wel dat je leerling minderjarig is? En dat er zoiets bestaat als meldplicht? Als jij niet zelf naar de rector stapt, doe ik het’.”

Geheimhouding
De Kwaliteitswet uit 1998 verplicht scholen over een klachtenregeling te beschikken en zich aan te sluiten bij een klachtencommissie. Veel scholen hebben in het verlengde hiervan een vertrouwenspersoon aangesteld die aanspreekpunt is bij klachten over seksuele intimidatie. Wanneer die persoon in dienst is van de school, is hij – in tegenstelling tot een externe vertrouwenspersoon - verplicht om vermoedens van relaties tussen docenten en leerlingen door te spelen aan het bevoegd gezag. Dit kan ingewikkeld zijn voor de vertrouwenspersoon, deze heeft namelijk een geheimhoudingsplicht, tenzij het gaat om zeer ernstige zaken, zoals het vermoeden van een zedenmisdrijf.
“De vertrouwenspersoon moet oppassen om niet als een soort klikspaan in te worden gezet”, zegt Carla Goosen, gedragsdeskundige en auteur van het boek In vertrouwen*. Zij is gepromoveerd op de professionaliteit van vertrouwenspersonen. “De vertrouwenspersoon kan het beste de leerling haar – ik ga er nu van uit dat de docent een man is en de leerling een vrouw - opties voorleggen en haar daaruit laten kiezen, in plaats van woordelijk doorspelen wat de leerling heeft verteld. De vertrouwenspersoon moet het bevoegd gezag op de hoogte stellen, maar altijd met medeweten van de leerling.”
De schoolleiding moet klachten doorgeven aan de vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie. “Deze op zijn beurt is niet verplicht de politie in te schakelen”, vertelt Goosen. “De vertrouwensinspecteur moet de zaak wegen. Hij is daar ook voor toegerust en kan achterhalen of de docent bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft.”

Rommelig
Hoewel de wet duidelijk is, is de praktijk weerbarstig. In de wet worden relaties tussen docent en leerling meteen gekoppeld aan termen als ‘seksuele intimidatie’, ‘ontucht’, ‘slachtoffer’ en ‘dader’. Wanneer er sprake lijkt van oprechte liefde, zijn deze termen daarmee moeilijk te rijmen.
Onzin, aldus Visser. “Bij PPSI zeggen we: er is geen ruimte voor een liefdesrelatie en een pedagogische relatie onder één dak.” De meldplicht gaat tot achttien jaar, terwijl een student van 21 nog steeds een gezagsrelatie heeft met een docent. “In Nederland zijn dit soort dingen zo rommelig geregeld. In Amerika bijvoorbeeld mogen zelfs volwassenen binnen een bedrijf geen relatie met elkaar onderhouden. De filosofie daarachter is dat de productie eronder lijdt wanneer er problemen in de relatie zijn. Binnen Nederlandse bedrijven is men niet zo streng, maar ook daar staat men niet te springen bij relaties op de werkvloer. Zij-instromers in het onderwijs zijn bijvoorbeeld gewend dat relaties op de werkvloer niet wenselijk zijn. Maar in het onderwijs kampt men nog met een erfenis uit de jaren zeventig: van alles moet maar kunnen.”
Terwijl het echt niet kan: een relatie met een leerling, zegt ook Goosen. “Een docent en een leerling zijn niet gelijkwaardig, er is hiërarchie en een zekere zorgafhankelijkheid.” En toch slaat de liefde soms toe, erkent ook de gedragsdeskundige. “Ik vraag altijd aan de betrokkenen of de relatie valt uit te leggen. Is dat niet het geval, dan moet de relatie onmiddellijk stoppen. Maar er kan natuurlijk sprake zijn van een oprechte verliefdheid, bijvoorbeeld tussen een leerling van 18 en een docent van 23. Maar zelfs dan is er hiërarchie, het is niet prettig beoordeeld te worden door je liefje. Bovendien is zo’n relatie niet fijn voor klasgenoten: die weten dat ze ’s avonds besproken worden. Dus wanneer er sprake is van oprechte liefde moet de docent ergens anders gaan werken. Dat gebeurt. Als de docent hiertoe niet bereid is, zat het ook niet zo diep.”

Liefje
“Wanneer een docent een seksuele relatie onderhoudt met een minderjarige leerling – ook al is dat met wederzijds goedvinden – is dat altijd onprofessioneel gedrag”, zegt Jeroen van Velzen, van Onderwijsgeschillen, een instantie die diverse landelijke geschillencommissies voor het onderwijs in stand houdt. Sinds 1998 – toen de Kwaliteitswet werd ingevoerd – heeft de klachtencommissie slechts twee keer een uitspraak gedaan in een zaak waarin een docent een relatie had met een leerling. Beide keren werd de klacht gegrond verklaard. “Een keer ging het om een veertienjarig meisje dat met wederzijds goedvinden een seksuele relatie onderhield met een meer dan 35 jaar oudere docent. De andere zaak ging over een soort van relatie: de docent weersprak dat deze seksueel was, de ouders en de leerling zeiden van wel. Hoe dan ook, er was sprake van onprofessioneel gedrag.”
Dat de Klachtencommissie zo weinig klachten over dit onderwerp krijgt, zegt niet dat het weinig voorkomt. Van Velzen: “Ik vermoed dat dienstverbanden in het voortgezet onderwijs regelmatig beëindigd worden omdat docenten een relatie met een leerling aangaan. Maar ik heb hier geen cijfers van.”
Actualiteitenprogramma Brandpunt deed begin vorig jaar onderzoek onder 700 docenten uit het voortgezet onderwijs. Daaruit bleek dat bijna de helft van de scholen de afgelopen tien jaar één of meerdere keren te maken heeft gehad met docenten die een seksuele relatie onderhielden met een leerling. Van de respondenten gaf 36 procent aan wel eens een vermoeden te hebben gehad. Slechts 8 procent maakte hier ook melding van.
“Ik sta niet echt van die cijfers te kijken”, zegt gedragsdeskundige Goosen. “Het komt regelmatig voor. Je ziet ook dat het steeds dezelfde docenten zijn die een leerling hebben als liefje.” De Onderwijsinspectie kan de Brandpunt-cijfers niet bevestigen, want de inspectie houdt geen tellingen bij van dit type klachten, alle klachten worden op een hoop gegooid.

*’In vertrouwen, een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie’, door Carla Goosen, te bestellen op www.lvvv.nl

Meer informatie? Ga naar www.ppsi.nl en vraag daar bijvoorbeeld de brochure ‘Meldplicht voor onderwijspersoneel’ aan.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.