• blad nr 4
  • 25-2-2012
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Een leraar heeft humor nodig

Als een leraar humor heeft, halen de leerlingen hogere cijfers. Dat is de stellige overtuiging van Bär Derkx, leraar aan het Lyceum Bisschop Bekkers in Eindhoven. In het najaar organiseerde Derkx de ‘Dag van de humor en de lach’.

Vertel eens een mop.
“Ja, daar was ik al bang voor. Maar ik ben niet zo’n moppentapper. Er zijn gelukkig wel heel veel andere vormen van humor, en die kun je heel goed gebruiken als je voor de klas staat. Maar dan moet je wel weten hoe humor precies werkt, en daar kun je veel over leren.”
Vandaar dat u een conferentie over humor organiseerde.
“Ja. Ook vanwege mijn naderende afscheid uit het onderwijs: ik ben 62 en ga over een paar weken met pensioen.”
Veel belangstelling voor de conferentie?
“Ruim tweehonderd deelnemers, dus dat is fors.”
Veel gelachen?
“Zeker bij de workshop ‘lachyoga’, maar verder eigenlijk de hele dag door. We hadden veel leuke workshops en presentaties door deskundigen op het gebied van humor en onderwijs. Onder andere over ‘humor in de kunst’, ‘humor in de klassieken’, ‘de aard van de mop’, ‘karikaturen’ en bijvoorbeeld ‘de waarde van humor in het onderwijs’.
En wat ís de waarde van humor in het onderwijs?
“Je kunt humor op veel verschillende manieren inzetten. Het is bijvoorbeeld een prima instrument om de spanning in je klas even te doorbreken. En je kunt je les er ook aantrekkelijker mee maken voor je leerlingen. Want zeker vandaag de dag, met alle prikkels die er op de leerlingen af komen, is het belangrijk om je lesstof verteerbaar te presenteren, zodat je leerlingen het oppikken. Als docent kun je de stof wel uitserveren, maar als je leerlingen het niet lusten heb jij toch een probleem. En dat presenteren kun je leren. We hadden op de conferentie bijvoorbeeld een tonprater…”
Eh, een wat?
“Een tonprater. Dat is iemand die in carnavalstijd een praatje houdt, waarbij hij of zij een bepaalde rol speelt. Zo iemand kan bijvoorbeeld Willem Alexander spelen. ‘Mijn moeder is net naar het Midden-Oosten geweest, en daar waaide het zo hard dat ze een sjaaltje om haar hoed moest binden’. Dat is net wat je nodig hebt om de zwaarte van het onderwerp ‘hoofddoekjes’ wat te relativeren. En zo’n tonspreker weet precies hoe je met een publiek omgaat, hoe je mensen meekrijgt in je verhaal. Daar kun je als docent veel van leren.”
Hmm… is humor wel te leren?
“Nou, het schijnt dat 10 procent van de mensen helemaal geen humor heeft, inderdaad. Maar verder heeft iedereen het, zij het in zijn eigen stijl. En binnen die stijl kun je altijd wel wat leren. Zelf heb ik bijvoorbeeld jarenlang aan schooltoneel gedaan, en daar heb ik veel opgestoken over hoe je een rol inhoud geeft. Hoe je een karakter kunt neerzetten dat echt overkomt op het publiek. Ik zou willen dat de lerarenopleidingen meer aandacht aan dit soort zaken zouden besteden.”
Leraren moeten allemaal acteur worden?
“Dat niet, maar je kunt theatervaardigheden heel goed gebruiken in de klas. Want elke les is natuurlijk een theatershow: acht uur per dag, met elk uur een nieuw publiek. Publiek dat ook onvoorspelbaar blijft. Als je van tevoren denkt ‘dit wordt een moeilijke les’, zul je soms zien dat het meevalt. En als je over het volgende uur denkt ‘kat in ‘t bakkie’, gaat niets zoals je had gepland. Dat is hartstikke leuk, maar ook heel hard werken. En dat heb ik de afgelopen 39 jaar met superveel plezier - en de nodige humor - gedaan.”
Hoe bent u zelf al die jaren vrolijk gebleven?
“Dat ben ik van nature. En ik heb in de loop van de jaren een aantal vaste grappen ingezet. Als het heel rumoerig is in de klas en een leerling vraagt iets dat ik niet kan verstaan, dan roep ik: ‘Wie zijn moeder?!’ Dan zijn alle leerlingen weer even bij de les, en weten ze dat ze te veel lawaai maakten. En dan gaan we weer rustig verder.”
Weet u zeker dat leerlingen humor waarderen?
“Absoluut. Ik ben ook decaan, waarbij ik onder andere leerlingen begeleid bij het kiezen van hun profielvakken. En daarbij krijg je regelmatig de vraag welke leraar een bepaald vak in de hogere klassen gaat geven. Meneer Jansen? Dan kies ik dat vak zeker niet. Mevrouw Pietersen: graag! En ik zie dat leerlingen de voorkeur geven aan leraren die humor inzetten in hun les, aan leraren die hun publiek betrokken krijgen.”
Halen de leerlingen ook betere prestaties bij die leraren?
“Ik heb er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar dat is mijn stellige overtuiging, ja. Leerlingen presteren beter bij docenten die humor hebben. Want leerlingen werken niet voor het vak, maar voor de leraar. En die leraar hoeft geen popiejopie te zijn, maar moet wel binding met zijn klas hebben. Humor helpt daarbij. Ik ken wel leraren die uitstekende vakkennis hebben, die ik op dat gebied heel hoog acht, maar die het met wat meer humor beter zouden doen in hun klas.”
U gaat nu met pensioen. Wat dan?
“Ik hoop dat ik nog iets kan blijven betekenen voor mijn school. Bijvoorbeeld voor het kennisnetwerk over humor dat ons bestuur, OMO, wil oprichten. We hebben hier bij OMO een aantal beroepswaarden opgesteld voor leraren, en de eerste is ‘vrolijk’.”
Dat is een mooie kapstok voor humor in het onderwijs.
“Precies. Humor is gewoon een van de zaken die je als docent in je trukendoos moet hebben. Het hoort bij je beroepscompetenties, en daar moet je aan blijven werken.”
{noot}
Meer weten over de conferentie en over humor in het onderwijs? www.dagvandehumorendenlach.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.