• blad nr 4
  • 25-2-2012
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

In 2020 bijna 100.000 leerlingen minder in basisonderwijs 

Krimp doet zich in het hele land voor

Tussen 2012 en 2015 daalt het leerlingenaantal in het basisonderwijs met ten minste 67.000 kinderen. Hierdoor krijgen scholen ruim 300 miljoen euro minder van het rijk en staan meer dan 3.300 banen van 4.500 mensen op de tocht. Daarna vermindert de krimp, maar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voorspelt voor de periode 2016-2020 nog eens 30.000 leerlingen minder.
Tekst Robert Sikkes, Gaby van der Mee, Arno Kersten Beeld Typetank
Basisschool It Slúske in het prachtige Friese dorp Goingarijp moet dicht, vindt het schoolbestuur (zie kader). Al jaren zit de school onder het minimum van 23 leerlingen, de overheidssubsidie stopt. Zulke berichten zijn we gewend, van het Groninger platteland, de Zeeuwse eilanden en Zuid-Limburg. De bevolking vergrijst én ontgroent. Neem Zuid-Holland. Ook in Zwammerdam liggen er plannen om de Zwanenburcht te sluiten; in Boskoop gaat aan het einde van het schooljaar de Kievit dicht. Krimp is niet langer iets van Oost-Groningen, Zuid-Limburg of Zeeland, maar doet zich in het hele land voor. In 326 van de 430 gemeenten daalt de komende drie jaar het aantal leerlingen. In 208 gemeenten, bijna de helft, is met een daling van 10 procent of meer zelfs sprake van zware krimp. Het aantal scholen dat fors onder de opheffingsnorm zit, stijgt van 870 nu naar 1.000. Alleen in de gemeenten Westland, Utrecht, Enkhuizen, Amsterdam en Rijswijk is er nog groei van 10 procent of meer.

Passend onderwijs
Het Onderwijsblad heeft de gevolgen van de leerlingdaling in kaart gebracht door de bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de kosten per leerling, leerlingenaantal per school en opheffingsnormen per gemeente te combineren. Het beeld dat ontstaat is weinig vrolijk. Natuurlijk: als het aantal leerlingen omlaag gaat, dan heeft dat gevolgen voor de scholen. De afgelopen jaren verdwenen er al tegen de 2.000 banen, maar de komende drie jaar gaan door de krimp 3.300 banen verloren en tussen 2016 en 2020 vermoedelijk nog eens 1.500. Dat is onvermijdelijk: minder leerlingen betekent minder personeel.
Door de bezuinigingen in het passend onderwijs verstoort het kabinet de arbeidsmarkt in het primair onderwijs extra, door bovenop de krimp zo’n 6.000 banen van 9.000 mensen te schrappen. Veel scholen in het speciaal onderwijs geven daarom aan dat zij voor het personeel dat weg moet, geen uitwijkmogelijkheden naar ander werk in de regio zien. Zeker niet in het onderwijs, en hoogstwaarschijnlijk ook niet daarbuiten. Misschien dat zonder die bezuinigingen een groot deel van de krimp met natuurlijk verloop opgelost had kunnen worden. Misschien, want het afgelopen jaar steeg het aantal mensen uit het basisonderwijs dat een ontslaguitkering aanvroeg naar 4.700.

Kleine scholen
Hoe ziet de krimp er de komende jaren uit? Eerst maar eens de grote getallen, waarbij het Onderwijsblad aan de veilige kant is gaan zitten om de problemen, die al ernstig genoeg zijn, niet verder te dramatiseren. Kijken we naar de bevolkingsprognoses van het CBS, dan daalt het aantal leerlingen in de basisschoolleeftijd de komende drie jaar fors. Tussen 2012 en 2015 gaat het om ten minste 67.000 leerlingen. Omgerekend naar een gemiddelde school van 220 leerlingen zouden dan 304 scholen hun deuren moeten sluiten.
Maar Nederland kent geen gemiddelde scholen. Er zijn een paar scholen die tien leerlingen tellen en een paar met meer dan duizend. En alle varianten daartussen komen voor. Die grote spreiding is het gevolg van de saneringsoperatie in de jaren negentig, toen het nu nog steeds geldende beleid werd vastgesteld: klein waar het moet, groot waar het kan. De laatste school van de richting moet minimaal 23 leerlingen tellen.
Om kleine scholen financieel mogelijk te maken, krijgen scholen met minder dan 140 leerlingen extra geld. Dat kan flink oplopen: scholen met minder dan 25 leerlingen krijgen ongeveer 12.000 euro per ongewogen leerling; de directeur die er meer dan 250 heeft, kan rekenen op 4.000 per leerling. Overigens zijn er ook schoolbesturen die zelf een kleine school als nevenvestiging van een grote school in stand houden. Zij krijgen geen extra geld, maar draaien zelf voor de hogere kosten op.

Ouders
In 2010 waren er 2.180 scholen of nevenvestigingen met minder dan 140 leerlingen, in 2015 zullen dat er ten minste 2.490 zijn. Dure scholen. Voor de commissie die in april 2010 onderzocht welke bezuinigingsmogelijkheden er waren, reden om de minimumnorm op 145 te stellen en uitzonderingen niet langer toe te staan. De opbrengst van die operatie zou 170 miljoen euro bedragen. Het voorstel van deze brede herwaarderingscommissie haalde het niet. Andere plannen, zoals bezuinigen op passend onderwijs en het inkorten van het mbo, overigens wel.
Maar het schrappen van kleine scholen is niet erg populair in de politiek, want nu al leiden beslissingen van schoolbesturen tot protesten in de regio. Ouders willen de school in de buurt niet kwijt, hoe klein die ook is. En dus trokken de ouders en leerlingen van ’t Kakertshöfke uit Landgraaf afgelopen november in een protestmars naar het gemeentehuis (zie kader). Die protesten zullen de komende jaren toenemen, en welke minister er ook op Onderwijs zit, die heeft al die demonstrerende ouders liever niet op de stoep staan. Dus laat het ministerie alles aan de schoolbesturen over.
Nadat het leerlingenaantal jarenlang is gestegen, was er hier en daar wel een school die door lokale omstandigheden onder de opheffingsnorm zakte. Een probleem dat schoolbesturen wel aankonden. Maar nu gaat het door de razendsnelle krimp om een grote en groeiende groep scholen die onder de opheffingsnormen terechtkomen. In 2010 waren er al ruim 800 scholen die meer dan 10 procent onder de plaatselijke opheffingsnorm zaten. Als er niets gebeurt, groeit dat aantal tot zeker 1000. We nemen die grens van 10 procent onder de opheffingsnorm zo ruim, omdat er ook scholen tussen zitten die in nieuwbouwwijken starten en er ook al fusies zijn aangekondigd. Maar de voorzichtige berekening laat zien dat er een forse saneringsoperatie voor de deur staat.

Warrig beleid
Het ministerie voert intussen op landelijk niveau een warrig beleid. Eerst trok minister Van Bijsterveldt het land door omdat zij de allerkleinste scholen – die te lang onder de bodemgrens van 23 leerlingen zaten – extra respijt gaf om meer kinderen te trekken. Het gaf hoop bij veel kleine scholen, maar na deze publiciteitsstunt bleken er maar drie scholen in de prijzen te vallen. En met de krimp in het vooruitzicht is het de vraag of de maatregel realistisch was.
Onlangs verruimde Van Bijsterveldt de fusieregeling. Want kleine scholen of schoolbesturen met kleine scholen zijn nu een dief van eigen portemonnee als zij te vroeg overgaan tot fusie. Door de bekostigingsregels leveren twee scholen van 75 leerlingen veel meer op dan eentje van 150, namelijk ruim een ton in euro’s. Tot nu toe werd dat verschil in twee jaar afgebouwd, dat wordt vijf jaar.
Daarnaast krijgen scholen, als het aan Van Bijsterveldt ligt, langer de tijd om zich te herstellen wanneer ze onder de opheffingsnorm zakken. Nu is dat drie jaar, het ministerie wil dat oprekken naar vijf jaar, omdat dat ook de termijn is waarbinnen opheffingsnormen aangepast kunnen worden. Die veren namelijk mee met het leerlingenaantal. Minder leerlingen betekent een lagere norm en dus meer mogelijkheden voor kleine scholen om te overleven. Alleen ijlen de opheffingsnormen na en kunnen scholen opgeheven worden op basis van oude normen. ‘Dat zou onwenselijk zijn’, betoogde Van Bijsterveldt in de Tweede Kamer. ‘Immers het is belangrijk dat leerlingen in hun eigen buurt of dorp op school kunnen blijven. Dat is goed voor de leefbaarheid van het platteland en de krimpregio’s.’
Maar wie naar de krimpcijfers kijkt, ziet dat dat een weinig realistische gedachte is. De krimp houdt in heel Nederland aan, ook in de periode 2015-2020 daalt het leerlingenaantal met ten minste 30.000 leerlingen, en zorgt voor steeds meer kleine scholen.
{Graphics en lijstjes}
[Kaartje]
Percentage scholen onder de opheffingsnorm in 2015
Friesland 18%
Limburg 17%
Gelderland 16%
Zeeland 15%
Zuid-Holland 15%
Groningen 15%
Utrecht 15%
Noord-Holland 13%
Flevoland 13%
Overijssel 13%
Drenthe 13%
Noord-Brabant 11%
(bronnen: leerlingdaling CBS, opheffingsnormen Staatscourant, leerlingenaantallen DUO/OCW)

[grafic]
Kosten per leerling
school van 25 12.000 euro
25-50 7.000
51-100 5.000
101-140 4.500
140-250 4.300
250 plus 4.000
Hierbij gaat het om ‘ongewogen’ leerlingen, dus zonder extra achterstandsgelden.
(bronnen: leerlingenaantallen en jaarrekeningen DUO/OCW)
[grafic]
Aantal kleine scholen groeit
2010 2015 2020
25 ll of minder 48 58 90
26-50 ll 301 367 444
51-100 1018 1120 1192
101-140 814 892 946

Totaal 2181 2437 2672

[grafic]
Aantal scholen 10% of meer onder opheffingsnorm
2010 870
2015 1.000
2020 1.140
(bronnen: leerlingenaantallen DUO/OCW, opheffingsnormen Staatscourant)
[lijstje]
Krimp in 326 van de 430 gemeenten
Top tien krimpgemeenten 2012-2015
1 HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE -33%
2 LAREN -29%
3 BEEK -25%
4 GRAFT-DE RIJP -25%
5 HEEZE-LEENDE -25%
6 NOORD-BEVELAND -25%
7 ONDERBANKEN -25%
8 OPMEER -25%
9 RENSWOUDE -25%
10 VAALS -25%
(bronnen: prognoses jeugdmonitor CBS)
[lijstje 2]
Top tien groeigemeenten 2012-2015
1 RIJSWIJK 14%
2 AMSTERDAM 11%
3 ENKHUIZEN 10%
4 UTRECHT 10%
5 WESTLAND 10%
6 EINDHOVEN 7%
7 HAARLEM 7%
8 VEENDAM 7%
9 GRONINGEN 6%
10 ZWOLLE 6%
(bronnen: prognoses jeugdmonitor CBS)
{noten}
Uitgebreide gegevens over de leerlingdaling en een verantwoording van de gebruikte cijfers vindt u op www.aob.nl/krimp
Veel informatie over de regionale aanpak van leerlingenkrimp staat op de website www.leerlingendaling.nl

{kader met foto}
It Slúske in Goingarijp


En dan valt, na jaren, waarschijnlijk toch het doek voor de dorpsschool in Goingarijp, It Slúske. Sinds vorig jaar zomer ging It Slúske verder als dislocatie van basisschool Westermarskoalle in Joure. Eerder was het schooltje ook al gefuseerd met een andere school uit Joure. Onderwijsgroep Primus wil er nu echt een punt achter zetten. Dit jaar zijn er 22 leerlingen, volgend schooljaar wellicht nog maar achttien.
Voor het dorp is het niettemin ingrijpend. Directeur Thijmen Krikke vertelt: “Een school is belangrijk in Goingarijp, het is trouwens ook gelijk het dorpshuis. It Slúske hangt al jaren aan een zijden draad. De ouders willen de school het liefst openhouden en hebben een actiegroep opgericht. Ze willen voorkomen dat de kinderen uit elkaar moeten als ze straks naar verschillende basisscholen zouden gaan.”
Krikke vertelt dat de 22 leerlingen gesplitst zijn in twee groepen. Eentje met groep 1, 3, 4 en eentje met 6, 7, 8 (2 en 5 ontbreken). “Na de zomer gaan er vijf leerlingen naar het voortgezet onderwijs en krijgen we er eentje bij. Dan zitten we op achttien leerlingen met twee leerkrachten. Op een bepaald moment is de ondergrens echt bereikt.” Zelf denkt hij dat een school financieel zelfstandig kan draaien bij zo’n negentig leerlingen, met minstens vier lokalen in gebruik.
Uitstel van sluiting voor scholen die onder de opheffingsnorm zakken, vindt hij op zich een goede zaak, om de mogelijkheden op een rij te kunnen zetten. “Je ziet een sluiting vaak wel aankomen. Maar vooral voor ouders gaat het soms opeens allemaal wel erg snel en is het belangrijk dat ze kunnen uitzoeken of er echt geen mogelijkheid is om de school in het dorp te behouden. Als die er dan echt niet blijkt te zijn, dan kun je je er ook bij neerleggen.”
Zou het goed zijn als er vanuit een soort leefbaarheidspot bij de provincie of het rijk extra geld voor dorpsscholen zou komen? “Als de provincie of het rijk met extra geld zou komen om een school te ondersteunen, zou dat natuurlijk toegejuicht worden. Aan de andere kant kan het ook weer niet dat je in al die dorpen de school open kunt houden, dat gaat gewoon niet. Maar je moet er wel iets voor in de plaats krijgen in de regio.”
Wat Krikke betreft, staat het belang van het kind voorop: “Ik heb gelezen in een onderzoek dat alleen een school een dorp niet leefbaar maakt, er speelt meer mee. Maar ik vind dat je vooral moet kijken naar het kind. Je kunt wel een school willen open houden met een groepje van twaalf kinderen, maar op de middelbare school komt zo’n kind ook in een grotere groep terecht, en later in het leven ook weer. Heel klein kan heel vertrouwd zijn, maar ook zijn nadelen hebben.”

De ziel uit de wijk

Mark Renne geeft adviezen over de aanpak van de krimp, hij werkt bij een woningstichting in Kerkrade. Volgens hem zijn er wel alternatieven te bedenken voor de functie die de school nu heeft voor de dorpsgemeenschap. “Ik ben zelf wel gecharmeerd van de Opstapschool, zoals die is bedacht in het noorden van het land. De basis is dat je in het dorp een centrale plek hebt waar de kinderen opstappen en waar ze weer afgehaald kunnen worden. Dan houd je toch een ontmoetingsplek voor ouders. Dat trok mij aan in het plan. Volgens mij kun je dat in het hele land toepassen. De vraag is vooral waarom dat in onze cultuur niet wordt geaccepteerd. Hier in Kerkrade wordt gezegd dat je de ziel uit de wijk weghaalt. De keerzijde van de medaille is dat je te lang doorgaat en dat het de vraag is of het onderwijs goed blijft.”
“In het dorpje Rimburg hadden ze een ander alternatief bedacht, daar zijn ze gefuseerd met een andere school en hebben alleen de onderbouw in het dorp gehandhaafd. Helaas is die nu ook weer verdwenen.” Renne hoopt dat er landelijk een keer een groep opstaat die helemaal out of the box een groots plan presenteert. “Een groep die eerst alle alternatieven op onze aardbol inventariseert en vervolgens met een plan komt. Nu gaat het stapje voor stapje, terwijl er dan een aanbod ligt hoe de krimp bij scholen wordt aangepakt. De ouders moeten daar dan natuurlijk ook de voordelen van zien.”

Bijspringen
Yvonne Raaijmakers, voorzitter van scholenkoepel SPOVenray in Venray, wil zich niet meer laten verrassen door de krimp. Er ligt nu een plan plus een overeenkomst met de dorpsraden onder welke voorwaarden een school open kan blijven. Het aantal leerlingen van de achttien scholen aangesloten scholen ligt bij allemaal onder de 100. Een van de voorwaarden is dat de gemeenten financieel bijspringen als het gaat om de exploitatie van de gebouwen. Raaijmakers weet uit haar hoofd dat een leegstaand lokaal jaarlijks zomaar 4.500 euro kost. “Dat kan dus aardig oplopen en wij willen dat niet betalen. Met de kleinescholentoeslag kunnen wij het allemaal net behappen, maar als een dorp een school wil openhouden zullen ze ook inspanningen moeten leveren. Dat doen ze meestal graag. Met de dorpsraden is nu afgesproken dat vijftig leerlingen de ondergrens is, tegelijkertijd moet de kwaliteit van het onderwijs dan wel in orde zijn.”
De prognose voor de koepel in Noord-Limburg is dat er ruim 700 leerlingen minder zullen zijn in drie jaar tijd. “Voor het personeel is het natuurlijk ook heel moeilijk, gelukkig kunnen we alles tot nu toe met natuurlijk verloop regelen. Er zijn al dertig fulltime plaatsen weg en er zullen er nog zo’n acht moeten verdwijnen.” Raaijmakers voorziet dat er straks weer een tekort zal zijn aan leerkrachten. “Mijn zorg daarover is momenteel groter dan over de uitstroom. Als straks alle 65-jarigen verdwijnen, dan vrees ik dat de jonge docenten allemaal vertrokken zijn terwijl wij hier allemaal vacatures hebben.”

’t Kakertshöfke in Landgraaf
In de wijk De Kakert in Landgraaf werd eind vorig jaar geprotesteerd tegen de sluiting van basisschool ’t Kakertshöfke. De school gaat fuseren met de Prins Willem Alexanderschool, ook in Landgraaf. Vrijwel iedere sluiting van een kleine school is een drama voor de ouders en de leerkrachten. Wim van Wersch was directeur van de inmiddels opgeheven dorpsschool de Koelebösch in Bemelen. “Het laatste jaar was moeilijk, iedereen stond te janken bij het afscheid. Maar wij hadden de ondergrens bereikt, de krimp zet door in de Oostelijke Mijnstreek, er waren geen kinderen meer. Dan houdt het op, dat is hetzelfde als een bakker die geen meel meer heeft, die kan ook geen broden bakken. De ondergrens? Drie combinatiegroepen, dat is pedagogisch nog te behappen.”
Hij werkt nu op een school in Valkenburg die zelfs groeit. “Wij profileren ons hier met ict-onderwijs en een continurooster. Dat trekt kennelijk leerlingen aan, wij zijn begonnen met 72 leerlingen en zitten nu op 115.”


Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.