- blad nr 4
- 25-2-2012
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Bezuiniging op passend onderwijs komt hard aan in voortgezet onderwijs
Meer thuiszitters, meer voortijdig schoolverlaters
“We moeten voor hetzelfde aantal leerlingen onderwijs blijven verzorgen, maar voor 13 procent minder geld. En daar bovenop komt dan nog een bezuiniging op de ambulante begeleiding. Scholen voor speciaal onderwijs verliezen in totaal bijna een kwart van hun inkomsten.”
Nee, Hennie Loeffen, lid van het college van bestuur van de Onderwijsspecialisten – een stichting van achttien scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in de regio Arnhem – is niet blij. En dat terwijl het kabinet wel geld overheeft voor experimenten met prestatiebeloning. “Het geld wordt in feite weggehaald bij de leerlingen en in extra salaris gestopt. Dat lijkt me in deze tijd geen goed signaal naar de samenleving.”
Ook het reguliere voortgezet onderwijs gaat veel merken van de bezuinigingen. Zo verdwijnen de ‘rugzakjes’ waarmee zorgleerlingen binnen het reguliere onderwijs ambulante begeleiding kunnen inkopen. Bijvoorbeeld bij de Onderwijsspecialisten van Loeffen. Bij deze stichting alleen al verliezen daardoor zo’n 275 van de 1275 medewerkers hun baan, waaronder een groot aantal ambulante begeleiders.
Ontslagen
Een deel van het huidige budget (43 procent om precies te zijn) voor ambulante begeleiding kan via een omweg weer terugkomen. Dat geld wordt overgemaakt aan de nieuw te vormen samenwerkingsverbanden van speciale en reguliere schoolbesturen. Die kunnen dan besluiten om een deel van de ambulante begeleiders weer in te huren of in dienst te nemen.
Maar die ambulante begeleiders zijn dan al ontslagen, verwacht Peter Mol, voorzitter van de Landelijke Beroepsgroep Ambulant Begeleiders (LBab). Of ze hebben zelf een andere baan gezocht. “Ze gaan in elk geval niet zitten wachten tot ze wellicht weer ingehuurd worden.”
Mol is tevens directeur van een expertisecentrum voor speciaal onderwijs, met 120 ambulante begeleiders en trainers. “Als daar straks veertig van over blijven, heb je het wel gehad.”
Door de bezuinigingen rond passend onderwijs kan het voortgezet speciaal onderwijs straks ook minder projecten in het voortgezet onderwijs overeind houden, zegt Mol. “Wij steken nu geld in bijvoorbeeld reboundprojecten, waar leerlingen die problemen krijgen even tijdelijk kunnen worden opgevangen. Dat kunnen wij niet meer betalen als we zelf met 13 procent worden gekort. Het reguliere voortgezet onderwijs zal te maken krijgen met afbraak van speciale voorzieningen.”
Een grote onzekere factor binnen de bezuinigingen is de ‘verevening’. De nieuwe samenwerkingsverbanden van reguliere en speciale schoolbesturen worden georganiseerd per gemeente. Maar belangrijker: het geld wordt herverdeeld. Sommige regio’s krijgen daardoor meer geld dan vroeger, andere minder.
“Als je de landkaart van Nederland doormidden vouwt”, zegt Loeffen van de Onderwijsspecialisten, “zie je dat aan de rechterkant van de kaart, dus in het oosten van het land, meer gebruik wordt gemaakt van rugzakjes dan in het westen.” In het oosten gaan straks dan ook grote klappen vallen. “Die regio’s worden, net als de rest van Nederland, getroffen door de bezuiniging op passend onderwijs. Maar daar bovenop lopen ze soms miljoenen euro’s mis door de verevening, en krijgen ze ook nog eens te maken met bevolkingskrimp. Er komen hele zwarte wolken af op de schoolbesturen in het oosten.”
Positief
Loeffen is overigens geen tegenstander van het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden. “Een van de positieve zaken uit passend onderwijs is dat we straks afspraken kunnen maken met alle scholen in een gemeente of regio, onafhankelijk van hun denominatie. Zo kunnen we met elkaar de ondersteuning aan leerlingen mooi vormgeven. Maar niet met een bezuiniging van 300 miljoen er overheen.”
De verevening van geld tussen de regio’s is een enorm probleem, vindt ook Mol van de beroepsgroep van ambulante begeleiders. “Er zijn gebieden waar gigantische klappen vallen. In sommige regio’s scheelt het twee miljoen euro. En dan moet je in zo’n gebied ook nog een heel nieuw zorgsysteem opzetten? Dat is echt onmogelijk.”
Grote verliezer
Grote verliezer van de operatie zijn overigens niet de scholen voor voortgezet onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, zelfs niet de ambulante begeleiders. Grote verliezer zijn de leerlingen. Het wordt straks moeilijker om leerlingen passende ondersteuning te bieden, verwacht de VO-raad. Het aantal thuiszitters en voortijdig schoolverlaters zal toenemen. ‘Door lagere budgetten kunnen minder leerlingen met een indicatie voor zware zorg in het voorgezet speciaal onderwijs terecht’, redeneert de raad. ‘Ze worden dan in het reguliere onderwijs geplaatst.’ Wat natuurlijk ook het doel is van de stelselwijziging. ’Maar omdat ook daar wordt bezuinigd op extra middelen, zoals voor ambulante begeleiding, wordt het voor zorgleerlingen lastiger om in het reguliere onderwijs te blijven.’
Dat is ook de grote zorg van Mol, van de beroepsgroep voor ambulante begeleiders. “Ik ben bang dat de kinderen op straat terechtkomen. Natuurlijk, dat mag niet. Maar er zitten in Nederland al genoeg leerlingen thuis die af en toe een ochtendje naar school komen om te voldoen aan de regeltjes. En dat zal alleen maar erger worden.”
Jammer dat de politiek dat niet inziet, vindt Mol. “Politici bagatelliseren het probleem. De kinderen zouden te gemakkelijk naar het speciaal onderwijs worden verwezen. Maar met die kinderen is echt wat aan de hand.”
Mol heeft, in zijn functie als directeur van een expertisecentrum, onlangs vijftig leerlingen nog eens onder de loep genomen bij de overstap van speciaal onderwijs naar speciaal voortgezet onderwijs. “Er was er eentje bij die, tijdelijk en onder voorwaarden, misschien naar het reguliere voortgezet onderwijs zou kunnen. De rest hoort in het speciaal onderwijs thuis. Ze zitten hier niet voor zweetvoeten.”
Door de bezuinigingen van passend onderwijs, verwacht Mol, gaan reguliere scholen de zorgleerlingen zo lang mogelijk vasthouden, totdat de situatie rond een leerling echt onhoudbaar wordt. En dan is het te laat. “Dan is het leed al geleden. Die kinderen halen dan in het speciaal onderwijs nooit meer het niveau dat ze gehaald zouden hebben als ze bijtijds waren ingestroomd. ‘Passend onderwijs’ is echt heel schadelijk voor de kinderen.”