• blad nr 4
  • 25-2-2012
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Iedere gemeente vindt zijn eigen vve-wiel uit

De vroeg- en voorschoolse educatie gaat gebukt onder te veel variatie, een gebrek aan efficiëntie en weinig resultaat. Opnieuw sombere berichten uit de peuterspeelzalen.

ITS-onderzoeker Geert Driessen heeft weinig lichtpuntjes ontdekt in de wereld van de vroeg- en voorschoolse educatie (vve). Het enige is dat er door gemeenten, peuterspeelzalen, kinderopvang en scholen met veel overtuiging en enthousiasme wordt gewerkt. Maar of het tot iets leidt? Niemand weet het.
Sinds het beleid in 1998 werd gedecentraliseerd is iedere gemeente voor zich aan het werk gegaan, samen met de schoolbesturen. Opvallend vindt Driessen dat niemand gebruikmaakte van de ervaringen van gemeenten die al langer bezig zijn, iedereen ging opnieuw het wiel uitvinden. “Eerst werd eindeloos vergaderd om de doelgroep te definiëren. Vervolgens werden er ook de zorgkinderen bijgehaald, kinderen van ouders met psychische problemen of kinderen die zelf taalstoornissen hebben. Terwijl het oorspronkelijk gaat om kinderen met een taalachterstand omdat ze allochtoon zijn of uit een sociaal achterstandsmilieu komen. Als een taalprogramma voor zo’n diverse groep wordt gebruikt, kan het gevolg zijn dat het geen effect heeft.”
De effecten van de vve zijn nog maar mondjesmaat gemeten. Uit onderzoek van het Kohnstamminstituut bleek dat er alleen onder heel gunstige condities een positief resultaat. Driessen vindt het vreemd dat een overheid die miljoenen pompt in deze voorziening, niet de moeite neemt om te laten nagaan welke programma’s goed zijn. Een digitale databank met goed materiaal waarvan de betrokkenen gebruik kunnen maken, zou een enorme besparing opleveren. “Je kunt dat geld dan weer investeren in de leidsters die vaak zelf een enorme taalachterstand hebben.” In Amsterdams zakte 60 procent van de mbo-opgeleide leidsters voor een taaltoets. “In de grote steden wordt daar nu ook wel wat aan gedaan.”
Hij geeft toe dat dit geen optimistisch rapport is. Toch ziet hij hier en daar vooruitgang en denkt hij nog steeds dat de vve de enige ‘beperkte mogelijkheid’ om kinderen met een taalachterstand te helpen. “Het is hun enige kans. Nu overal de klassen groter worden, kan ik me niet meer voorstellen dat deze kinderen nog individueel bijgespijkerd worden. Dan blijven ze een beetje onderaan bungelen.” Samen met anderen start Driessen een cohortonderzoek om de effecten van de vve-programma’s nu eens echt te meten.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.