- blad nr 17
- 17-10-2000
- auteur O. Bosma
- Redactioneel
VVD-minister Hermans kiest voor andere koers dan eigen parti
Geen nieuwe lastenverlichting, maar investeren in onderwijs
De commentatoren in dag- en weekbladen waren het roerend met elkaar eens. Leuk al die miljarden voor de zorg en het onderwijs, maar het is lang niet genoeg. Centraal thema in alle commentaren was het contrast tussen private rijkdom en publieke armoede. Het kabinet had gefaald. Al die teleurgestelde reacties op zijn begroting irriteren onderwijsminister Hermans niet. Hij is het er niet mee eens, maar dat is iets anders: 3Met klagen kom je er niet. Van de financiële ruimte gaat een zo groot mogelijk deel naar onderwijs.2
Bij de voorjaarsnota heeft u toch zelf de verwachting gewekt dat er met de begroting veel meer bij zou komen?
Hermans: 3Er is ook incidenteel het een en ander bijgekomen voor 2000, structureel voor 2001 ook. Maar ja, alles lekt tegenwoordig heel snel uit en vervolgens lijkt het dan op prinsjesdag of er niets nieuws is bijgekomen.2
De econoom Bomhoff rekent in NRC Handelsblad van 23 september voor dat de loonsom voor agenten, verpleegsters en leerkrachten in 2001 weer twee miljard achter zal blijven bij de ontwikkeling van de economie. Het kabinet zegt extra miljarden te investeren, maar dat lijkt maar zo, schrijft hij. In het regeerakkoord van 1998 is de ontwikkeling van lonen en prijzen expres veel te laag ingeschat. Dat geeft het kabinet volgens Bomhoff ook gewoon toe in een voetnoot bij de miljoenennota.
Hermans: 3Dat verhaal klopt niet. We hebben afgesproken dat het onderwijs een marktconforme loonstijging zal hebben. Nu de lonen in het bedrijfsleven harder stijgen dan verwacht, zullen we in het voorjaar van 2001 0,75 procent extra loonsverhoging geven, boven op de stijging van 2,75 procent die in de cao is afgesproken. We doen dus wel iets extra1s. Maar iedereen zoekt zijn eigen ijkpunt en dan blijkt het vervolgens weer niet genoeg te zijn. Ik praat liever over geld dat er wel is. Tegelijkertijd zie ik dat je 22 jaar van bezuinigingen niet in één keer inhaalt.2
Staatsschuld
Op de bijeenkomst van de AOb op prinsjesdag werd voorgesteld om bij de verkiezingscampagne in 2002 als eis neer te leggen dat er geen nieuwe lastenverlichting komt, maar dat het geld naar onderwijs gaat. Mee eens?
Hermans: 3Waarom wachten tot 2002? Dat kan volgend jaar toch ook?
Dus u bent vóór?
3Ja2, zegt Hermans. Maar hij kiest daarbij voor een indirecte aanpak, die loopt via het versneld aflossen van de staatsschuld. 3In het regeerakkoord is afgesproken dat de helft van eventuele meevallers gebruikt zou worden voor belastingverlichting, de andere helft voor het aflossen van de staatsschuld. Ik ben er voor om in plaats van lastenverlichting honderd procent van de meevallers te gebruiken voor het verminderen van de staatsschuld. Het bedrag aan rente dat dan vrijvalt, zou ik willen investeren in het onderwijs.2
De minister maakt de rekensom niet ter plekke. Maar als de methode Hermans1 wordt gevolgd, komt van elk miljard dat extra wordt afgelost structureel vijftig miljoen voor onderwijs beschikbaar.
Het is een aanpak die staatssecretaris Karin Adelmund wel aanspreekt. 3Ik vind het bijzonder dat een VVD-minister op deze manier zijn nek uitsteekt.2
Binnen de VVD is uw mening nog geen gemeengoed. Lastenverlichting voor de burger is een van de verkiezingsitems. Leidt dat niet tot spanningen binnen uw eigen partij?
Hermans haalt zijn schouders op. Hij geeft toe dat de verdeling van het geld aanleiding is voor heftige discussies in het kabinet: 3Dat is een enorm gevecht, ja.2
Topprioriteit
Het Centraal planbureau heeft ook een oplossing voor het geldprobleem bedacht. Het CPB zegt: Extra geld is mooi, maar stel daarnaast prioriteiten binnen de onderwijsbegroting. Als er extra middelen in de achterstandsscholen gestoken moeten worden, kan dat geld wellicht gehaald worden uit het hoger onderwijs. Dat zou zich veel meer met privaat geld moeten kunnen bedruipen. Wat vindt u van dat voorstel?
Hermans: 3Ik vind dat de overheid verantwoordelijk blijft voor de bekostiging van een goed en toegankelijk stelsel van hoger onderwijs. Ongetwijfeld zullen er tal van discussies komen over private investeringen, maar op het hoger onderwijs wil ik niet bezuinigen. De financiering van dit moment wordt gehandhaafd. Dat is trouwens ook nodig voor de huidige kenniseconomie.
3Het CPB zegt dat ik prioriteiten moet stellen. Dat doe ik. Topprioriteit is het bestrijden van achterstanden in het onderwijs, de gebouwen en de werkomstandigheden van leraren en natuurlijk een impuls voor het beroepsonderwijs. Maar zo1n prioriteitenplan kan alleen samen met de sociale partners worden uitgewerkt.2
Adelmund: 3De prioriteiten buitelen over elkaar heen. Ik word iedere dag geconfronteerd met nieuwe. Onlangs was het weer het zmok (onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen), dan is het Weer samen naar school, dan weer klassenverkleining in de bovenbouw. Maar we moeten in de breedte werken. Het zou een verarming zijn als we het hoger onderwijs nu overlaten aan de privé-financiering.2
Hermans: 3Stel je voor dat je zegt: De mensen met een inkomen boven de 125.000 gulden krijgen geen tegemoetkoming meer voor het hoger onderwijs van hun zoon of dochter, zoals collegevoorzitter Veldhuis van de universiteit van Utrecht wil. Dan zet je een nieuwe inkomensafhankelijke structuur op. Moet je dan weer terug naar de driedubbele kinderaftrek van vóór de basisbeurs? Volgens mij zit niemand daar op te wachten. Belangrijker is dat er een nieuwe bachelor/master-structuur komt, waar studenten ook internationaal mee wegkomen. Ik bekostig daarvan vier jaar. Wil een hogeschool of universiteit er een vijfde jaar op zetten, dan moet dat uit eigen middelen betaald worden.2
Adelmund: 3Je zou ook kunnen denken aan hogere belastingen in plaats van een hogere eigen bijdrage in het hoger onderwijs. Uit enquêtes blijkt dat 73 procent van de bevolking meer voor onderwijs wil betalen. Het besef dat goed onderwijs nodig is voor de economische groei begint door te breken. Ons ministerie wordt allang niet meer gezien als een spending department. Ik hoor steeds meer om me heen dat onderwijsuitgaven gezien moeten worden als investeringen. Zeggen dat studenten meer moeten betalen, roept het idee weer op dat de overheidssubsidie aan het hoger onderwijs alleen maar kosten zijn, in plaats van investeringen. Die discussie wil ik juist niet terug.2
Taken afstoten
Paars II heeft nog twee jaar te gaan. Een echt deltaplan laat op zich wachten, maar voor Hermans blijft Rmodernisering1 het stempel dat hij op onderwijs wil drukken. Het doel waarnaar hij streeft? 3Een open arbeidsmarkt, zoals in alle andere sectoren bestaat, en die de hbo-opleidingen al enigszins hebben, dat wil ik doorzetten. Ik weet dat het een schrikreactie geeft bij het personeel, maar er staat geen muurtje om onderwijs heen, er moet veel meer mobiliteit komen.2 Zo1n proces gaat langzaam weet hij, maar tevreden constateert Hermans dat er vorig jaar nog veel verzet was tegen de introductie van zij-instromers en dat ze er nu gewoon aankomen. 3Natuurlijk hebben we met tekorten te maken. Toch moet het ook duidelijk zijn dat je na een paar jaar lesgeven weer iets anders kunt gaan doen. Als het beeld blijft bestaan dat er geen doorstroom mogelijk is, dan stoot dat vooral jongeren af.2
Hermans wil tevens de nadruk leggen op de professionaliteit van het beroep. Voor hem betekent dat dat een school veel taken moet afstoten naar derden. Bijvoorbeeld door vervangers of andere taken te laten regelen door commerciële bureaus. Bij de modernisering hoort voor de minister natuurlijk ook het schoolbudget, waarmee voor een deel het modernere personeelsbeleid moet worden opgezet.
Voor de laatste twee jaar van dit kabinet heeft Adelmund zoveel op haar lijst staan dat zij wel zal moeten tekenen voor een tweede termijn. 3Modern vind ik zelf eigenlijk een woord voor een verkeerd bankstel uit de jaren vijftig, maar het gaat toch om meer dan alleen de arbeidsmarkt. Klassenverkleining, maatwerk, gelijkekansenbeleid, wegwerken van wachtlijsten, onafhankelijker maken van scholen.2
Maar u bent daarin niet consequent want vervolgens komt u met een wet om scholen te dwingen kinderen vijf dagen les te geven. Is dat dan niet strijdig met die onafhankelijkheid?
Adelmund: 3Ja, ik begrijp dat het zo lijkt, maar soms is dat nodig. Kwaliteit is ook dat kinderen elke dag naar school kunnen.2 Hermans: 3In het onderwijs zal ook aan debureaucratisering1 moeten worden gedaan.2
De boog kan niet altijd gespannen zijn. Daarom voor de bewindslieden een klein quizje.
Vraag 1. Stel, er komt een derde paars kabinet. Aan welk ministerie zou u dan de voorkeur geven: VWS, Binnenlandse Zaken of Onderwijs?
Hermans aarzelt (3En als ik nou helemaal geen tweede termijn wil?2), maar kiest voor Onderwijs. Adelmund kiest direct voor Onderwijs.
Vraag 2. U krijgt een nieuwe baan op een school. Wat wilt u zijn: conciërge, gymleraar of klassenassistent in de onderbouw?
Hermans weet het dit keer meteen: 3Conciërge. Dat is iemand die een spilfunctie heeft in de school.2 Adelmund zit ook bij vraag 2 op één lijn met de minister, zij kiest eveneens voor de conciërge. 3Gymnastiekleraar lijkt me ook heel leuk, maar dat wil ik leerlingen niet aandoen.2
Vraag 3. Een meer opvoedkundige vraag. Uw kind komt thuis met hasj. Hoe reageert u? U verbiedt het en gooit het spul weg; uw kind mag het wel roken maar niet inhaleren (naar Clinton); u laat uw kind experimenteren.
Hermans (vier kinderen van elf tot achttien jaar) protesteert: 3Dit heeft toch niets met onderwijs te maken?2 Maar na enig gefrons kiest hij voor de derde mogelijkheid: 3Ik geloof niet in verbieden. Maar met het experimenteren wil ik er wel over praten.2 Ook Adelmund (twee kinderen van twaalf en veertien jaar) kiest voor experimenteren. 3Maar dan wel voor een geleid experiment.2 Beide bewindslieden zijn er overigens van overtuigd dat hasj Ruit1 is: jongeren zijn nu met heel andere zaken bezig, waarbij bijbaantjes en angst voor geweld een hoofdrol spelen.