• blad nr 17
  • 17-10-2000
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Barth

Het is nog maar iets meer dan twee jaar geleden dat Jo Ritzen, toen vertrekkend minister van Onderwijs, tijdens een afscheidsinterview vertelde dat hij graag vier miljard gulden had willen hebben. Door dat te investeren, in arbeidsvoorwaarden voor leraren, ict en betere onderwijsgebouwen, moest het mogelijk zijn om de problemen van het onderwijs op te lossen en het klaar te stomen voor een nieuwe eeuw.
Hij werd weggehoond. Vier miljard, dat was zo¹n ongekend, astronomisch bedrag, het leek buiten iedere realiteit. Inmiddels weten we beter. Tegen de tijd dat deze kabinetsperiode voorbij zal zijn, zal er tussen de vijf en zes miljard extra in onderwijs en wetenschappen geïnvesteerd zijn. In 2001, zo blijkt uit de nieuwe begroting, komt er 1,4 miljard bij. De Kamer vond dat niet voldoende. Tijdens de algemene beschouwingen is er nog een stevig bedrag aan de onderwijsbegroting toegevoegd. Bijvoorbeeld 75 miljoen voor het schoolprofielbudget van het voortgezet onderwijs, veertig miljoen voor uitbreiding van voorschoolse educatie en, later dit jaar, een bedrag van bijna een half miljard voor het opknappen en moderniseren van schoolgebouwen.
Intussen tuimelen de bedragen over elkaar als het gaat om investeren in onderwijs. De Onderwijsbond CNV vroeg twaalf miljard, en de inkt van het persbericht was nog niet droog of de AOb kwam met een wensenlijst goed voor achttien miljard. Zo zie je maar, hoe het kan verkeren, en in korte tijd!
Is al dat geld nu alleen maar nodig om problemen op te lossen? Moet het onderwijs, zoals SP-collega Harry van Bommel op het prinsjesdagforum van de AOb suggereerde, de adem inhouden tot alle nood gelenigd is? Moet alle vernieuwing en modernisering stopgezet, tot alle gaten gedicht zijn? Ik voel daar weinig voor. Zonder problemen te bagatelliseren - want die zijn er èn ze moeten worden opgelost ­ volgens mij doen we daar het onderwijs tekort mee. U zult mij niet mee horen huilen met de wolven in het bos, die doen voorkomen alsof alles kommer en kwel is in de klas. Voor elke leraar die het niet meer ziet zitten, zijn er twee die dag in, dag uit met nieuwe inspiratie aan de slag gaan. Tegenover de conclusie van de Oeso dat Nederland achterblijft met investeren in onderwijs, staat de vaststelling van dezelfde organisatie dat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs zich steevast in de hoogste regionen bevindt.
We moeten doorgaan met investeren in onderwijs, zelfs nu de wensenlijst van Ritzen niet meer onhaalbaar, maar een tikje te terughoudend overkomt. Om problemen op te lossen: het lerarentekort moet aangepakt, het ziekteverzuim naar beneden, de lokalen schoon en ruim genoeg voor kinderen en computers. Maar vooral ook omdat een hoogopgeleide bevolking steeds meer betekenis krijgt als grondstof van onze economie en als basis voor een veilige samenleving. Om het onderwijs krachtiger te maken, is moderniseren en professionaliseren juist broodnodig. Het extra geld is niet bedoeld om een schier bodemloze put te dempen. Het moet ervoor zorgen dat we die hoge kwaliteit niet alleen hebben, maar ook houden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.