• blad nr 17
  • 17-10-2000
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Basisvorming krijgt nieuw programma in 2004

De scholen krijgen meer geld - 75 miljoen - en meer ruimte om de basisvorming vorm te geven. In 2004 komt er een nieuw lesprogramma. Dat zijn de hoofdelementen van de plannen van staatssecretaris Adelmund om de basisvorming te verbeteren. De meeste onderwijsorganisaties zijn woest omdat Adelmund het inspectievoorstel om het aantal lesuren van 32 naar dertig te verminderen eerst overnam, maar nu op het allerlaatste moment naar de prullenbak verwijst. De AOb reageert genuanceerder. ³Ik denk dat veel scholen in rep en roer zijn², zegt hoofdinspecteur Heim Meijerink. ³Rectoren keken echt uit naar een vermindering van het aantal lesuren.²

Na een lange radiostilte presenteerde staatssecretaris Adelmund eind september eindelijk haar voorstellen om de basisvorming te moderniseren (zie kader). Zij deed dat naar aanleiding van het vorig jaar verschenen evaluatierapport van de inspectie van het onderwijs. In grote lijnen heeft zij de ideeën van de inspecteurs overgenomen. Als de Tweede Kamer instemt, gaan haar maatregelen al op 1 augustus 2001 in. Voor de langere termijn wil Adelmund dat de Onderwijsraad adviseert over een nieuw onderwijsprogramma, dat minder versnipperd is dan het huidige en recht doet aan verschillen tussen leerlingen.
Aanvankelijk leek het er op dat in de tussenliggende periode gestreefd zou worden naar een minimumprogramma. De overheid zou dan een deel van de kerndoelen verplicht stellen, zodat er een soort kernprogramma voor alle leerlingen overbleef. Adelmund laat de keuze uit de honderden kerndoelen echter over aan de scholen. Die laten al een groot deel van de kerndoelen liggen: op het vbo wordt slechts veertig procent behandeld van de verplichte stof, havo en vwo komen niet verder dan zestig procent. Deze situatie duurt in ieder geval voort tot de Onderwijsraad volgend jaar met een nieuw programmavoorstel komt, dat dan in 2004 wordt ingevoerd.
In onderwijskringen is op Adelmunds aanpak gemengd gereageerd. Het idee van een gemeenschappelijk programma - wat de basisvorming in essentie is ­ wordt op deze manier aan de kant geschoven. Maar tegelijkertijd sluit het aan bij de dagelijkse praktijk. En nu een kernprogramma vaststellen en in 2004 een nieuw programma invoeren, kost volgens andere onderwijskundigen te veel tijd.
Wij vinden het een plausibele aanpak², zegt hoofdinspecteur voortgezet onderwijs Heim Meijerink. ³Een kernprogramma vaststellen kost veel tijd. Dit legitimeert de huidige praktijk en sluit aan bij bestaande methoden die toch als leidraad voor leraren werken. Maar het is wel het vooruitschuiven van een fundamentelere vraag: Gaan we naar een kerncurriculum of niet?²

Lucht in het lesrooster
Eén belangrijke aanbeveling van de inspectie uit het rapport Werk aan de basis heeft Adelmund niet overgenomen. Om lucht in het lesrooster te blazen, stelden de inspecteurs voor om de lesweek van leerlingen te verkorten van 32 naar dertig uur. Bovendien zou het aantal schoolweken van veertig naar 38 terug moeten. Leraren zouden niet minder moeten gaan werken, maar de tijd die daardoor vrijvalt benutten voor onderwijsvernieuwing. Want dat de basisvorming nog niet helemaal was geworden wat het wezen moest, kwam vooral doordat leraren te weinig voorbereidingstijd hadden gekregen.
Dat idee viel in goede aarde bij de onderwijsorganisaties. Het zou de werkdruk van docenten verlichten en ruimte scheppen om te werken aan vernieuwingen. Lange tijd leek het ook alsof staatssecretaris Adelmund die kant op wilde. In het Povo, het overlegorgaan voor onderwijsinhoudelijke zaken, leek er sprake te zijn van een afspraak. Adelmund verraste de organisaties dan ook door nu opeens sterk te hechten aan onderwijstijd. ³Ik heb daar lang over nagedacht, maar wil nog niet snijden in de onderwijstijd van leerlingen², zei zij bij de presentatie van de plannen.
De onderwijsorganisaties reageerden dan ook woedend op de ommekeer in de opvattingen van Adelmund. ŒDe maatregel is in het onderwijs onomstreden en het kabinetsbesluit wordt dan ook ervaren als een domper¹, stelden de besturenorganisaties en onderwijsbonden in een gemeenschappelijke verklaring. De AOb heeft genuanceerder gereageerd. Het is de vraag of de scholen wel zo gelukkig geweest zouden zijn met weer een nieuwe verandering voor de korte termijn. Beter is het als iedereen zich concentreert op de wijzigingen die zich in 2004 moeten voltrekken, aldus de AOb. (Zie ook het commentaar op pagina 9.)
De vernieuwingsimpuls¹ van Adelmund van 75 miljoen is in omvang kleiner dan wanneer de 32-30-maatregel zou zijn doorgevoerd. Van 75 miljoen kunnen naar schatting tussen de 750 en 900 nieuwe fulltime leraren worden aangesteld. Door de 32-30-maatregel zouden in de eerste twee jaar van de basisvorming de leraren gemiddeld hun werkweek van 26 lessen naar 24 zien teruglopen. Daardoor komt tijd beschikbaar voor vernieuwing in de omvang van naar schatting tussen de 1500 en 2000 volledige arbeidsplaatsen. Zonder dat deze ingreep geld kost.

Een blik leraren
Hoofdinspecteur Heim Meijerink vindt de keuze voor geld in plaats van urenvermindering geen verkeerde. ³Wij kozen voor urenvermindering omdat bij het opstellen van de evaluatie niet het vermoeden bestond dat er extra geld beschikbaar zou zijn. De vraag is alleen of je wel met al die miljoenen een blik leraren kunt opentrekken. Met urenvermindering hoeft dat niet, maar als je extra investeert zul je mensen moeten aantrekken.²
Bij de presentatie van de evaluatie van de basisvorming verdedigde de onderwijsinspectie indertijd de urenvermindering voor leerlingen met het argument dat de geplande onderwijstijd toch bij lange na niet werd gehaald. Volgens de inspecteurs was het daarom verstandiger uit te gaan van een reële planning van 38 lesweken van dertig uur, wat een vermindering van 1280 naar 1140 uur per jaar zou betekenen. Adelmund blijkt nu zeer te hechten aan dat hoge, volgens de inspectie in haar rapport onrealistische aantal. Meijerink: ³Het probleem van de irreële eisen staat op zich los van de 32-30-maatregel. Als het 32 lesuren per week blijft, moeten we nog steeds kijken naar het realiteitsgehalte van veertig lesweken. Het probleem zit in het verschil tussen bruto wettelijke onderwijstijd en werkelijke lesweken. Ik ga liever uit van realistische voorschriften.²

De belangrijkste maatregelen
*Scholen hoeven tot 2004 niet alle verplichte kerndoelen aan te bieden maar mogen zelf keuzes maken.
*Slechts 23 (nu 25) van de 32 lesuren per week hoeven aan basisvorming besteed te worden.
*Het vak informatiekunde kan opgenomen worden binnen andere vakken.
*Het leerwegondersteund onderwijs en de basisberoepsgerichte leerweg hoeven nog maar 75 procent van hun lestijd te besteden aan basisvormingsvakken.
*Voor deze groepen leerlingen laat de overheid leermiddelen ontwikkelen omdat de markt te klein is voor commerciële uitgevers.
*Vrijstellingen binnen deze onderwijsroutes hoeven niet langer individueel bepaald te worden, maar kunnen ook aan groepen leerlingen worden gegeven.
*Er komen meer mogelijkheden om vakken te clusteren. Ook hiervoor zal de overheid de productie van nieuwe leermiddelen stimuleren.
*De verplichte toetsen basisvorming worden afgeschaft.
*De kerndoelen wiskunde worden omgezet in eindtermen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.