• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Inspectiebezoek bij een zwakke school 

Met je rug tegen de muur


Jaarlijks krijgt een flink aantal scholen van de Onderwijsinspectie te horen dat zijn werk beneden de maat is, en de geboden onderwijskwaliteit ‘zwak’ tot ‘zeer zwak’. Dit heeft impact op een schoolteam. “Ik kan me voorstellen dat het mensen tot wanhoop drijft.”

 

RiAfgelopen voorjaar berooft een basisschoolleerkracht in het Friese Surhuizem zichzelf van het leven. In een interview met de Leeuwarder Courant (LC) vertelt zijn vrouw dat zij het gevoel heeft dat de Onderwijsinspectie hem de dood in heeft gejaagd. De leerkracht werkte al meer dan twintig jaar met hart en ziel bij zijn vroegere dorpsschool. Als hij in 2008 - door de invoering van passend onderwijs - een hoop leerlingen met (ernstige) gedragsproblemen in de klas krijgt, raakt de balans tussen werk en privé zoek. Soms is hij ‘s avonds nog uren in gesprek met ouders.

Nadat de Onderwijsinspectie in februari dit jaar oordeelt dat de onderwijskwaliteit van de school beneden aanvaardbaar niveau is, breekt hem dat op. ‘Hij kwam huilend thuis, zei: Ik heb twee jaar lang alles gegeven wat ik kon. Nu is het alsof je een schop na krijgt’, aldus de weduwe in het LC-interview.

Het oordeel van de inspectie kwam hard aan bij het hele team, vertelt Rieks Mulder van Bureau Meesterschap Assen, die de school sinds de tragedie als interim runt. “Dat had te maken met de manier waarop het nieuws gebracht werd. De mensen voelden zich in de hoek gezet, niet serieus genomen.”

De kritiek van de inspectie richtte zich met name op het gebrek aan verslaglegging van alles wat er op de Surhuister basisschool gebeurde, blijkt uit het rapport. Dat was een sluitpost op de school, erkent Mulder. “Men dacht: Eerst de leerlingen, dan het papierwerk. Dat klinkt mooi, maar de inspectie zegt: Je kan dat wel zeggen, maar je moet het aantoonbaar maken.”



Frustrerend

Herkenbare materie voor Bram Sinke, sinds twee jaar directeur van de Juliana van Stolbergschool in Poederoijen. Na een onvoldoende rapport vanwege ‘tekortkomingen in de opbrengsten, het onderwijsleerproces en de naleving van wettelijke vereisten’ staat de school sinds medio 2008 onder toezicht van de inspectie. Het bestuur stelde een verbeterplan op. Het toezichtorgaan inspecteert hoe de voortgang vlot. Soms behoorlijk frustrerend, aldus schoolleider Sinke.

Dat komt vooral door de manier waarop de inspecteurs te werk gaan. “Het is eenrichtingsverkeer. De dialoog is weg. Er is geen ruimte voor discussie. Veel leerkrachten vinden het moeilijk daarmee om te gaan.”

Een voorbeeld: de interne begeleiding wilde de inspecteur tijdens een voortgangsgesprek vertellen dat de afgelopen periode een aantal ‘mooie stappen’ waren gezet. Sinke: “De inspecteur wilde er niets van weten: Mooie stappen? Dat is jullie idee.”

De interne begeleiding was er door geëmotioneerd, vertelt een van hen: “Je inbreng doet niet ter zake. Je staat als team met je rug tegen de muur.”

Sinke: “Sommigen liggen er ‘s nachts wakker van. Zelf kan ik werk en privé goed scheiden, maar ik kan me voorstellen dat het mensen tot wanhoop drijft.”

Als je als zeer zwak bestempeld bent, heb je geen enkel recht van spreken, merkt Sinke. “De bejegening is kritisch en wantrouwend.” Aan de ene kant is dat terecht, vindt hij. “Je staat niet voor niets onder toezicht. Een auto kan prachtige onderdelen hebben, maar is waardeloos als hij niet rijdt. Dat geldt ook voor een onderwijsinstelling.” Aan de andere kant zet de directeur vraagtekens bij de normering van de Onderwijsinspectie. Hij vindt deze weinig objectief. “Neem het Cito-systeem. Je kunt het eindeloos met kinderen oefenen om je opbrengsten omhoog te brengen, maar wie houd je dan voor de gek?”

Sinke: “Men wekt de suggestie dat de gegevens meetbaar zijn, maar dat is niet zo. Inspecteur X kijkt met een andere bril dan inspecteur Y.” Uit een in 2010 uitgevoerd tevredenheidsonderzoek van de inspectie blijkt dat ruim een kwart van de scholen vindt dat het uitmaakt welke inspecteur de school bezoekt. Ook Mulder van Bureau Meesterschap Assen herkent dat beeld. “Iedere inspecteur heeft zo zijn eigen stokpaardjes. De een zit op zorg en vraagt daarop door, de ander richt zich meer op lesgevende kwaliteiten.”



Politiek

Zowel de Surhuister als de Poederoijense school leed onder het veranderende onderwijsbeleid, waardoor de focus werd verlegd van zorgleerlingen naar hoger eindopbrengsten. Maar beide scholen kampten met een erfenis uit het verleden. Het teveel aan aandacht voor de zorgleerlingen, ging ten koste van de reguliere leerlingen en dat komt nu terug in de Cito-scores van de huidige bovenbouw.

Sinke signaleert inmiddels echter een positieve trend in zowel de onder- als de middenbouw; daar gaat het bergop. Binnenkort komt de inspecteur langs voor een laatste voortgangsgesprek. Sinke hoopt dat deze tevreden is en dat de associatie ‘zwak’ spoedig tot het verleden behoort.

Ook de intern begeleiders hopen dat: “Inmiddels hebben wij alles op orde en lopen we in sommige dingen zelfs voor op andere scholen. Dan voelt het oneerlijk om nog steeds voor ‘zeer zwak’ door te gaan. De druk blijft hierdoor constant groot.”

Een van hen zegt: “Als dat etiket er maar af was, zou ik met een ander gevoel naar mijn werk gaan. Ik ging het onderwijs in voor de kinderen, maar heb soms het gevoel dat ik alleen maar voor de inspectie bezig ben. Je hebt soms ouders die zeggen: Een zwakke school? Dan zullen er wel niks van kunnen. Maar ik denk nu: Je kunt het papierwerk goed op orde hebben, en toch slecht onderwijs verzorgen.”

Sinke: “Als de inspectie iedere school zo kritisch onder de loep zou nemen als de scholen met het label ‘zeer zwak’, zou een groot deel een onvoldoende halen. Voor de ontwikkeling van een school is het intensieve toezicht een positieve stimulans. Het is wel jammer dat de inspecteurs alleen oordelen over wat ze aantreffen op een school. Het zou prettig zijn als ze ook handreikingen geven om je de goede weg op te helpen.”



{kader 1}

Inspectie

De Onderwijsinspectie bezoekt (ook onaangekondigd) alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs (ook het speciaal onderwijs) minimaal een keer per vier jaar. Scholen zijn verplicht eraan mee te werken. De inspectie doet onderzoek of komt op bezoek. Bij een onderzoek kijkt de inspecteur in de klas, spreekt het personeel en bekijkt de werkwijze van de school. Daarnaast onderzoekt de inspectie gegevens zoals examenuitslagen, eindtoetsen en jaarverslagen.

Bij een bezoek bekijkt de inspectie of de school zich houdt aan de wettelijke regels en hoe de school er financieel voor staat. Zo nodig maakt de inspectie afspraken met het bestuur om de tekortkomingen te herstellen.



{kader 2}

Zeer zwak

Een ‘zeer zwakke’ school is, volgens de Onderwijsinspectie, een school die onvoldoende eindopbrengsten realiseert en op ‘cruciale onderdelen van het onderwijsleerproces onvoldoende kwaliteit laat zien’. De Cito-normering is van wezenlijk belang in de beoordeling. Deze verschilt per school en is mede afhankelijk van het gemiddelde en het opleidingsniveau van de ouders.

In de regel krijgt een school maximaal twee jaar de tijd om de kwaliteit weer op een aanvaardbaar niveau te brengen. In deze verbeterfase voert de inspectie geïntensiveerd toezicht uit. Tijdens en aan het eind van dit traject van geïntensiveerd toezicht beoordeelt de inspectie de resultaten van de kwaliteitsverbetering.



Het overzicht van zwakke scholen staat op www.onderwijsinspectie.nl 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.