• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

Wiskundige strijdt tegen de verdomming van Nederland 

Kinderen kunnen veel meer dan we denken


Wie goed naar spelende peuters en kleuters kijkt, ziet dat ze logisch denken, patronen herkennen, redeneren. Wiskundige Jan de Lange wil die talenten in beeld brengen zodat ouders en docenten ze herkennen en kunnen stimuleren. Samen met onderzoekers van het Freudenthal Instituut heeft hij al meer dan honderd ‘talentontlokkende’ taakjes en activiteiten ontwikkeld. “Ouders en docenten ogen geven, dat is mijn droom.”



Het is het probleemoplossend vermogen, domkoppen! Nederlandse jongeren behoren tot de internationale top bij rekenen en wiskunde, maar als ze nieuwe problemen moeten oplossen zijn het middenmoters, weet professor Jan de Lange. Daardoor zakt Nederland op de internationale ranglijsten.

De Lange kan het weten. Hij was tien jaar voorzitter van de groep internationale experts die de wiskundeopgaven maakt voor Pisa, het onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) waarmee elke drie jaar de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen in zeventig landen in kaart wordt gebracht. “Wij kennen de opgaven en kunnen dus precies zien waar Nederlandse kinderen achterblijven.”

Als Nederland beter wil presteren op de internationale ranglijsten, moet er dus meer aandacht zijn voor het ontwikkelen van de denkkracht van kinderen, stelt De Lange. “Nadenken, logisch redeneren en probleem oplossen zijn volgens de Oeso de competenties van de 21ste eeuw.” Maar in Nederland zwaait de slinger de andere kant op. “Wij gaan weer terug naar de 18de eeuw. Er moet meer aandacht komen voor staartdelingen en we stellen rekentoetsen verplicht die bestaan uit multiplechoicevragen. Hoe verzin je het!”

De Lange wil de ‘verdomming’ van Nederland een halt toe roepen. Hij was van 1981 tot 2006 hoogleraar-directeur van het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht, dat zich richt op innovatie van het wiskundeonderwijs. Na zijn pensionering stortte hij zich op de talentontwikkeling van peuters en kleuters. Hij zag dat kinderen van drie tot zes jaar nieuwsgierig en leergierig zijn en over talenten beschikken die meestal niet herkend worden. “Kinderen van vijf kunnen al logisch denken, patronen herkennen en redeneren. Als je goed kijkt terwijl ze aan het spelen zijn, zie je die talenten.”

Peuters en kleuters gebruiken hun talenten om de wereld om hen heen te begrijpen. Ze stellen slimme vragen - waarom loopt je schaduw met je mee? - proberen dingen uit en bedenken eigen verklaringen voor wat ze zien en beleven. Maar in het onderwijs raken kinderen die sprankelende nieuwsgierigheid en onderzoekende houding snel kwijt. “In groep 3 begint het leren, denken we. Maar in groep 3 eindigt het.” Dat ligt niet aan de leerkrachten, maar aan rigide leerboekjes en leerlingvolgsystemen die geen ruimte laten voor onderzoekend leren en probleem oplossen, meent de wiskundige.



Luchtspuit

De Lange kreeg bijval van twee prominente wetenschappers, logicus Johan van Benthum en natuurkundige Robbert Dijkgraaf. Samen schreven ze het pamflet Talentenkracht. “Onze stelling was: kinderen kunnen veel meer dan we denken, juist als het gaat om logisch redeneren en probleem oplossen”, vertelt hij. “We moeten die vaardigheden identificeren en kijken hoe je ze kunt ontwikkelen. Daar is nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Ontwikkelingspsychologie gaat voor 80 procent over taalontwikkeling, voor 18 procent over rekenen en 2 procent gaat over de rest van de cognitieve ontwikkeling. We weten dus niet hoe kinderen leren redeneren, analyseren of problemen oplossen. Dat willen wij in beeld brengen.”

Dat in beeld brengen moet je letterlijk nemen. Met een subsidie van “een paar ton” ontwikkelden onderzoekers van het Freudenthal Instituut materialen waarmee je onderzoekend gedrag bij kleuters kunt uitlokken. De gesprekken die de onderzoekers voeren terwijl kinderen met zo’n talentontlokkend instrument spelen, zijn op video vastgelegd. Wesley en de luchtspuit is De Langes favoriete filmpje.

Wesley is een Katwijks jochie van vijf jaar en drie maanden en krijgt twee injectiespuiten (zonder naald) te zien die verbonden zijn met een doorzichtig slangetje. ‘Yeah, dat is leuk’, roept hij enthousiast als hij de luchtspuit ziet. De zuiger van één van de injectiespuiten is helemaal uitgetrokken. De spuit die Wesley vasthoudt is helemaal ingedrukt. ‘Wat zou er gebeuren als ik deze induw’, vraagt de onderzoeker. Wesley weet het niet meteen. De onderzoeker drukt zijn injectiespuit langzaam in. ‘De mijne gaat achteruit’, zegt Wesley verrast. ‘Hoe kan dat? Wat gebeurt er’, vraagt de onderzoeker. Het kwartje valt, maar Wesley moet even naar woorden zoeken om duidelijk te maken dat hij het snapt. En dan komt hij met een prachtige metafoor voor de luchtverplaatsing die hij ziet. ‘De jouwe ademt naar de mijne.’



Vijf miljoen

De video’s zijn een doorslaand succes. De Lange: “Als je ouders die filmpjes laat zien, staan ze paf. Is dat mijn kind? Mijn dochter of zoon? Is ze zo knap?” Ook op het ministerie van Onderwijs maken ze indruk. “We hebben dat luchtspuit-filmpje aan toenmalig minister Maria van der Hoeven en haar ambtenaren laten zien”, vertelt de onderzoeker. “Toen bleek Wesley goud waard te zijn. We kregen vijf miljoen euro om het onderzoeksprogramma dat we voor ogen hadden, uit te voeren.” Met dat geld gingen zes universitaire onderzoeksgroepen, waaronder het Freudenthal Instituut, aan de slag.

Dat was vijf jaar geleden. Inmiddels zijn er door het Freudenthal Instituut meer dan honderd taakjes en activiteiten ontwikkeld waarmee de talenten van jonge kinderen in kaart worden gebracht. Daarmee zijn docenten op tien scholen aan de slag gegaan. “Als we die filmpjes op scholen laten zien, zegt iedereen: Wat prachtig, maar in de klas kan dat niet. De Talentenkracht-scholen hebben nu laten zien dat die speelgoedjes niet alleen onder laboratoriumomstandigheden werken, maar ook in de praktijk”, stelt De Lange. “Maar het eist wel veel van de docent. Je moet heel goed naar kinderen kijken, de goede vragen stellen, maar vooral heel goed luisteren naar wat ze zeggen, zodat je feedback kunt geven op hun denkproces. ”  

Het onderzoek naar de denkvaardigheden van kleuters en peuters staat nog in de kinderschoenen. De video-opnamen die op de Talentenkracht-scholen zijn gemaakt, moeten bijvoorbeeld nog in detail geanalyseerd worden. “Daar kunnen drie onderzoekers meteen op promoveren”, stelt de hoogleraar. Over hoe het logisch denken en redeneren zich ontwikkelt als kinderen ouder worden, is nog heel weinig te zeggen. “We hebben meteen aangegeven dat het zeker twintig jaar gaat duren voor we daar enig licht op kunnen werpen”, stelt De Lange. Of de onderzoekers die tijd krijgen, is de vraag. Het Platform Bèta Techniek waarbij het Talentenkracht-programma is ondergebracht, heeft alweer andere prioriteiten. “Alles draait daar nu om het bevorderen van excellentie in het onderwijs”, weet de hoogleraar. Waarschijnlijk wordt Talentenkracht wel voortgezet, maar in sterk afgeslankte vorm.



Droom

Daarom zet De Lange zijn missie op eigen kracht voort. Hij heeft al contact met nieuwe sponsoren die het onderzoek en het uitrollen van Talentenkracht in scholen, de kinderopvang en onder ouders willen financieren. Hij probeert in ieder geval het 20/20-project veilig te stellen. Daarin worden twintig kinderen, waaronder Wesley, twintig jaar gevolgd. “Het is puur beschrijvend onderzoek. We laten zien hoe die twintig kinderen zich cognitief ontwikkelen. We proberen natuurlijk ook factoren die mogelijk van invloed zijn op die ontwikkeling op te sporen. Je ziet bijvoorbeeld dat jongens vragen toch een beetje anders beantwoorden dan meisjes. Daarom volgen we ook de huiselijke omstandigheden, hoewel je over oorzaak en gevolg met zo’n kleine groep natuurlijk geen conclusies kunt trekken. Maar het is een fantastische studie waarmee je in ieder geval de variëteit in cognitieve ontwikkeling kunt blootleggen. Ik twijfel er daarom niet over dat we die sponsors vinden. Ik wil docenten en ouders ogen geven zodat ze de cognitieve talenten van kinderen herkennen en hun ontwikkeling kunnen stimuleren. Dat is mijn droom en die geef ik niet op.”



{noot}

De video Wesley en de luchtspuit en 25 andere filmpjes zijn te zien op www.talentenkracht.nl 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.