• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Kinderhand


Het mag niet het doel van de leerkracht zijn: geliefd zijn. Het doel van de leerkracht is… nou, dat weet u zelf wel,  ik heb geen zin om in de buurt te komen van het pedagogisch-didactisch dieventaaltje. Bemind worden willen we allemaal, maar daarvoor moet je geen les gaan geven in het voortgezet onderwijs. Daar ben je pas geliefd, als je het niet wilt zijn.  

Wat doe je als je toch, plotseling, tot je stomme verbazing bemind wordt? We hebben het niet over broeierigheid, laat staan viezigheid. We hebben het hier over 100 procent zuivere, kinderlijke toewijding. Toewijding van het soort dat eerder past bij de basisschool. We hebben het hier over Ruben.

“Juf, ik vind het leuk dat we u vandaag hebben.”

De eerste keer was ik overrompeld, na me vijf jaar schrap te hebben gezet tegen “Saai!” Ik keek stomverbaasd naar beneden. Naar beneden, want Ruben is heel klein. Zijn kruin houdt een decimeter onder mijn kin op. Steile, blonde stekeltjes, montere blauwe ogen, zo uit Ot en Sien weggelopen.

“Het is leuk bij u.”

Hij pakt mijn arm beet, met een klein kinderhandje, en blijft stralend naar me opkijken. Ik moet er op dat moment belachelijk blij en moederlijk uitgezien hebben. Blij met het compliment, moederlijk omdat hij vertederde. Maar ik realiseerde me meteen dat Ruben moet oppassen met dit gedrag.  Het maakt zijn positie in de pikwanorde van een net begonnen eerste klas zwak. Meester Janssen stompen is stoer, een high five met juffrouw Amrani ook, maar dit niet. Alle andere jochies voelen dat aan. Ruben niet.  

“Ruben moet sofatraining”, zegt een collega. Wat? Sociale vaardigheid, natuurlijk, sova-training. “Nou dat weet ik niet zo zeker”, zegt de juf Nederlands. “Hij is goed in taal en hij helpt de andere kinderen bij mij in de les spontaan met hun werk. Doet hij hartstikke goed. Niks mis met zijn sociale vaardigheden.” De ander mompelt iets over Rubens dossier waarin staat dat hij kwetsbaar is. En dat is ‘ie, natuurlijk. Maar wat moet Ruben leren in een training? Wantrouwen,  geniepigheid, niet helpen, verraad aan je opvattingen ter wille van je positie in de groep? Zou jammer zijn. Hoe houden we Ruben de komende vier jaar én heel én gelukkig én zuiver? 

“Ha, juf, daar bent u weer!” Stralende ogen, nu een arm om mijn middel. Ik ga hem niet wegduwen, maar ik omhels hem niet.   “Daar hebben we Ruben”, roep ik. “Kun jij goed vuurtje stoken? Dan zal ik jou eens even wat laten zien.” Ik maak me los, doe de deur nog wijder open en loop naar mijn bureau. Daar ligt mijn sterkste nummer uit deze lesperiode: de prehistorische vuurmaker en een tondelzwam. Ruben krijgt een voorvertoning.

“Die Ruben, dat is een lieverdje”, zegt de juf Frans. “Die komt naar me toe en zegt: Ik ben toch zo blij dat ik u heb, vandaag!” 

“Ja, lief”, beaam ik, het moederhart ongebroken, 90 of 80 procent zuivere toewijding is ook al veel. “Laten we hopen dat hij niet gepest gaat worden.” 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.