• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Bonje over de bapo


Op hoog niveau wordt er geknokt om het al dan niet voortbestaan van de bapo, de bevordering arbeidsparticipatie ouderen, zoals de regeling officieel heet. VVD-Kamerlid Ton Elias wil van de bapo af. Duur en niet meer van deze tijd, vindt hij en vond de Tweede Kamer. De Stichting van de Arbeid roemt in een bijlage bij het pensioenakkoord juist het succes van deze onderwijsregeling, omdat hierdoor de werkdruk voor ouderen beheersbaar blijft. Alle feiten over de bapo op een rij. 



Tekst Gaby van der Mee en Robert Sikkes Beeld Jeroen Poortvliet



1.Waar komt de bapo eigenlijk vandaan?

De bapo is de opvolger van een hele reeks maatregelen die de arbeidstijd van ouderen verminderden. Sinds 1985 bestonden achtereenvolgens adv, dop en tvs-regelingen die het voor ouderen mogelijk maakten om korter te werken met behoud van volledig salaris. Het mes sneed volgens het ministerie aan twee kanten: er kwamen in die tijden van hoge werkloosheid uren vrij voor jongeren en ouderen konden zo beter hun pensioen halen. Maar door de vergrijzing werd deze regeling onbetaalbaar. In 1992 verbouwde de toenmalige minister Jo Ritzen alle voorgaande regelingen tot de bapo. Hij introduceerde daarbij een eigen bijdrage om voortaan de kosten in de hand te houden. Die varieert per sector. Daardoor zouden mensen een scherpere afweging maken: werk ik volledig door, of heb ik er ook zelf wat voor over om minder te werken.



2.Wat is het effect van de eigen bijdrage?

Bij Omo, een scholengroep voor voortgezet onderwijs in Zuid-Nederland, neemt het bestuur in de eigen cao de eigen bijdrage voor zijn rekening. Omdat het niemand geld kost, doet daar bijna al het onderwijspersoneel mee. In de rest van het voortgezet onderwijs ligt het deelnamepercentage onder de doelgroep nu op 59 procent, in andere onderwijssectoren lager. De eigen bijdrage betekent dus inderdaad dat mensen een afweging maken: kies ik voor meer inkomen of meer vrij. Wel neemt met de leeftijd het gebruik toe. In het primair en voortgezet onderwijs mag je vanaf 52 met de bapo, maar het is maar een kleine minderheid die dat doet. Hoe ouder, hoe meer bapo. Vanaf 60 gebruikt de helft de regeling. Vooral onder fulltimers en deeltijders die vier dagen werken is de bapo populair, daar gebruikt bijna driekwart vanaf hun 58ste de bapo.



Deelname aan de bapo per sector 2010



po   51%

vo   59%

bve   48%

hbo   nb

wo   27%



Bron: Stamos



3.Blijven ouderen nu langer doorwerken of niet?

Jazeker, de afgelopen jaren is de gemiddelde pensioenleeftijd van onderwijspersoneel enorm opgeschoven, van iets onder de 61 tot 62,5 jaar. De verwachting is dat dat nog verder stijgt. Maar komt dat door de bapo? Om eerlijk te zijn weten we dat niet zo precies. Want er zijn een heleboel maatregelen die daar van invloed op kunnen zijn. Zo krijgt onderwijspersoneel dat langer doorwerkt de opgespaarde fpu-inleg terug, een aantrekkelijke financiële prikkel. De eisen voor de wia – de nieuwe arbeidsongeschiktheidsregeling – waar veel ouderen in terechtkwamen zijn veel strenger geworden. Dat er door die twee maatregelen langer wordt doorgewerkt is dus verklaarbaar. Helaas wordt bij de instroom in de wia niet gekeken of mensen die van de bapo gebruikmaken minder vaak arbeidsongeschikt worden. De enige plek waar dat wel gebeurt is bij het ziekteverzuim en daar valt positief nieuws te melden. Mensen met bapo verzuimen ongeveer een 0,5 tot 1 procent minder dan mensen zonder bapo, al jarenlang. Blijkbaar fungeert de rustdag bij de oudste groep als een buffer voor de werkdruk en wordt men minder vaak ziek. Het werkt, maar of het gunstig uitpakt op minder arbeidsongeschiktheid of verhoging van de levensvreugde, is onbekend.



Minder ziek met bapo

verzuimpercentage 2009 wel bapo geen bapo



basisonderwijs   7,4  8,4

speciaal onderwijs  7,7  8,1

voortgezet onderwijs 5,8  6,2



Bronnen: Stamos (vo) en Regioplan (bao en so)



4.Is het geen ontzettend dure maatregel?

De bapo kost veel geld, maar is het duur? Dat is van veel meer afhankelijk. Minder ziekteverzuim (bewezen) of minder arbeidsongeschiktheid (niet onderzocht) levert weer geld op. Bovendien leveren doorwerkende ouderen meer geld op voor de schatkist via de belastingen dan hun jongere invallers. Langer doorwerken verzacht bovendien het lerarentekort, dus daar kunnen we alleen maar blij mee zijn. Dat het een ‘dure’ regeling is, wordt vooral naar voren gebracht door de werkgeversorganisaties PO- en VO-raad, die het vrijvallende geld blijkbaar graag voor iets anders zouden gebruiken. Inmiddels ligt er nu een motie uit de Tweede Kamer dat de bapo beter kan verdwijnen.

De feiten liggen een tikkeltje anders. Schoolbesturen hebben geld gekregen in de lumpsum om de bapo te betalen met het uitdrukkelijke doel om ouderen langer door te laten werken. Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat dat werkt. Volgens onderzoek van Centerdata in het primair onderwijs kost de bapo bijna 189 miljoen in 2011. Datzelfde onderzoek maakt duidelijk dat scholen daarvoor voldoende budget hebben gekregen en dat de kosten na 2014 snel zullen dalen tot uiteindelijk 150 miljoen. In het voortgezet onderwijs begint ook die daling rond 2014, maar zijn de toevoeging aan de lumpsum en de uitgaven nooit berekend, de verwachting is dat ook die sector de bapo prima kan betalen. Duur is dus een relatief begrip, wie ouderen langer wil laten doorwerken zal maatregelen moeten nemen om dat mogelijk te maken. De bapo is zo’n maatregel.



5.Hoe moet het nu verder met de bapo?

Het doel van de bapo – mensen langer aan het werk houden – werkt. Onderwijspersoneel maakt zich zorgen om de eigen gezondheid en de werkdruk. De bapo is volgens de AOb een uitstekend middel om de werkdruk te beperken die op hogere leeftijd zwaarder gaat drukken. Dat wordt nog eens onderstreept door de bijlage van het pensioenakkoord, waar de Stichting van de Arbeid de regeling als voorbeeld neerzet voor andere zware beroepen. Schoolbesturen hebben in de lumpsum geld voor de bapo gekregen en kunnen deze daaruit betalen. Volgens de AOb is er daarom geen enkele reden om de regeling af te bouwen of af te schaffen. Aanpassingen om de bapo te verbeteren zijn bespreekbaar, maar niet onder druk van de Tweede Kamer of het ministerie. Dat is een zaak tussen werkgevers en werknemers aan de onderhandelingstafel.



{portret 1}

Wat rust krijgen



Harry de Ruiter (58) probeert al vanaf zijn 53ste zijn bapo-verlof van 3 uur per week op te nemen. “Ik werk fulltime en wilde graag 3 lesuren minder om wat meer rust te krijgen. Ik ben ook nog voorzitter van de medezeggenschapsraad, dus ik heb het druk genoeg.” De Ruiter geeft wiskunde in de bovenbouw havo/vwo van het Insula College in Dordrecht. “Toen ik 53 werd voelde ik dat nog niet zo, maar nu, vijf jaar later, merk je toch wel dat bepaalde zaken zwaarder worden.” Dat ligt volgens hem niet per se aan de leerlingen, maar wel aan de organisatie die ieder jaar complexer wordt. “Met klassen van dertig leerlingen is alles veel ingewikkelder.” De wiskundeleraar heeft sinds zijn 53ste weliswaar recht op 3 lesuren minder en zou vanaf zijn 56ste 6 uur minder kunnen werken, maar tot nu toe was er altijd wel wat aan de hand. “Mijn werkgever lijkt niet in staat om dat adequaat te regelen. Vorig jaar werd er bijvoorbeeld een vacature onverwacht niet vervuld, dan wordt er toch op mij een beroep gedaan. Aan het begin van dit jaar zijn er alweer 55 uur van mijn bapo af. Tot nu toe heb ik ieder jaar van de 170 uur niet meer dan 100 uur minder gewerkt.” Toch vindt hij het een ideaal middel om langer door te kunnen werken. “Ik heb nog studerende kinderen, mijn vrouw is een stuk jonger, ik zie mij zelf niet thuiszitten. Voorlopig ben ik niet van plan om te stoppen.” Mocht de bapo worden afgeschaft dan is dat voor hem heel vervelend. “Bij de planning van de laatste zeven jaar van mijn baan heb ik daar wel rekening mee gehouden. Hoewel je natuurlijk nergens zeker van mag zijn. Persoonlijk denk ik dat het contraproductief werkt als je dit afschaft, want je zult zien dat er dan gemiddeld meer ouderen afhaken, omdat ze het fysiek niet aankunnen. Nu kiest iemand er bewust voor om minder te werken.”



{portret 2}

Altijd een workaholic geweest



Hans Vermeulen (55) had nooit gedacht dat hij nog eens gebruik zou maken van de bapo-regeling. Hij is fulltime docent economie op het Insula College in Dordrecht en is daarnaast examensecretaris. “Ik ben altijd een beetje een workaholic geweest, maar toen mijn eerste kleinkind vorig jaar geboren werd wilde ik daar eigenlijk wel tijd voor vrijmaken. Dan besef je toch opeens, dat, ook al voel je je niet oud, er twee generaties onder je zijn. Dus ik wilde een halve dag in de week beschikbaar zijn voor mijn kleinkinderen. Inmiddels heb ik twee prachtige kleinkinderen.” Helaas lukte het niet om zijn bapo-wens dit jaar al verwezenlijkt te krijgen. “Er was niemand voor de extra havo-4 klas, toen werd ik daarvoor gevraagd. Als tegenprestatie zouden zij mij wel voor de dinsdagochtend uitroosteren, zodat mijn doel wel haalbaar was. Maar voorlopig werk ik dus niet minder, zelfs meer.” Hij hoopt dat het volgend jaar met de grote bapo wel gaat lukken. “Ik wil graag tot mijn 65ste werken, maar tegelijkertijd wil ik ook tijd hebben om te genieten van mijn familie. Ik wil daar niet mee wachten tot na mijn pensioen. Er is onlangs een dierbare collega van ons overleden, zij was pas zestig jaar. Door zo’n verdrietige gebeurtenis realiseer ik mij dat mijn jaren ook doortellen.”



{portret 3}

Momenteel geen behoefte aan



Ina Hoogland (55) heeft, zoals ze het zelf uitdrukt, een ‘fulltime plus’ baan. Ze is decaan op het Insula College, vertrouwenspersoon, verzorgt faalangstreductietrainingen en geeft nog 5 uur Duits, haar oorspronkelijke vak. “Dat doe ik allemaal met veel plezier. Ik had de afgelopen jaren wel recht op bapo-uren, maar ik heb het nooit gewild. Ik zag bij collega’s dat met zo’n kleine bapo van 3 uur per week er toch weer van alles tussenkomt. Dan betaal je er wel voor, maar je maakt er geen gebruik van. Ik maak nu heel veel onbetaalde overuren en werk in de vakantie een week door.” Wat ze volgend jaar gaat doen, als ze recht krijgt op een verdubbeling, weet ze nog niet. “Ik ben er nog niet uit, heb ook zoiets van ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’. In drukke perioden lijkt het me heerlijk om een dag vrij te nemen. Tegelijkertijd vind ik het werk heel leuk en vind ik het heerlijk om dagelijks onder de mensen te zijn. Op dit moment heb ik er daarom geen behoefte aan, maar het hangt er natuurlijk helemaal van af of je gezond blijft. Ik weet van collega’s die nu met pensioen zijn dat ze het de laatste jaren zwaarder hadden en dat de bapo voor hen goed uitkwam. Dus ik zou wel graag de mogelijkheid achter de hand houden.” Daarom hoopt ze dat de regeling niet wordt afgeschaft. Door het jongste pensioenakkoord, zal ze tot haar 66ste moeten werken voor een volledig pensioen. “Gunstige regelingen gingen altijd aan mijn neus voorbij omdat mijn leeftijdscategorie er net buiten viel. Zo is het niet meer mogelijk om bapo te sparen. Dat is lastig, ik weet nu niet of ik, door er volgend jaar geen gebruik van te maken, de mogelijkheid verspeel voor de komende jaren.” Als haar huidige werk ophoudt, wil ze zeker iets anders gaan doen. “Soms droom ik van een eigen coachingsbureau.” Voorlopig moet ze alleen een beslissing nemen over de bapo. 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.