• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het niet op school


Zielige, wereldvreemde kindertjes met sektarische ouders. Dat is het beeld dat veel mensen hebben van thuisonderwijs. De kleine groep thuisonderwijzers in Nederland ageert stevig tegen dit beeld. Terwijl de minister van plan is het thuisonderwijs te beteugelen, wil Kohnstamm-onderzoeker Henk Blok het juist toegankelijker maken. “Thuisonderwijzers zijn niet gek. Ze zijn juist heel gedreven en willen hun kind alle kansen bieden.” 



Het was een opmerkelijke koerswijziging. Afgelopen winter verklaarde Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt geen enkele reden te zien om het thuisonderwijs aan banden te leggen. Het gaat om een kleine groep, die het bovendien nog goed doet ook. Dus wat een gezeur. Een paar maanden later dacht ze daar heel anders over. Toen namelijk het Islamitisch College Amsterdam werd gesloten, verklaarden ouders dat ze op thuisonderwijs zouden overgaan, dan kregen hun kinderen tenminste een gedegen islamitische opvoeding. De Amsterdamse onderwijswethouder Lodewijk Asscher schrok zich rot en vroeg meteen de minister thuisonderwijs af te schaffen.

Zover is het niet gekomen. Al snel bleek dat slechts enkele islamitische ouders in staat waren thuisonderwijs te geven. En in de Tweede Kamer was geen meerderheid voor het afschaffen van thuisonderwijs.

Dat sloeg Van Bijsterveldt niet uit het lood. Ze onderzoekt nu of het dan mogelijk is in de toekomst toezicht te houden op thuisonderwijs. Eind dit jaar wil ze hierover een beslissing nemen.

De Onderwijsinspectie houdt zich op het moment niet bezig met thuisonderwijs. Dat is niet verwonderlijk: wettelijk gezien bestaat thuisonderwijs niet. Ouders konden tot 1970 met het geven van thuisonderwijs aan de leerplichtwet voldoen. Maar in dat jaar werd die regeling afgeschaft. De enige mogelijkheid die overbleef was ontheffing van de leerplicht aanvragen op basis van gewetensbezwaren. Een procedure met nogal wat haken en ogen. “In Nederland betekent leerplicht in feite schoolplicht”, legt Tonnie Nijenhuis, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO), uit. “Wie thuisonderwijs wil geven, moet eigenlijk ontheffing aanvragen voordat een kind leerplichtig is. Veel ouders constateren pas als hun kind al op school zit dat hun levensovertuiging en opvoeding botsen met die van school. Als de ouders dan over willen gaan tot thuisonderwijs, moeten zij zich wenden tot de leerplichtambtenaar. Omdat niet veel ouders met zo’n verzoek komen, kan het gebeuren dat de leerplichtambtenaar wat paniekerig reageert. In dat geval wordt het verzoek doorgeschoven naar de kantonrechter. Daarmee hangt er meteen zo’n negatieve sfeer omheen. Ouders zijn ineens ‘verdacht’ en ‘strafbaar’. En omdat er geen wettelijk kader bestaat, zijn ouders volstrekt afhankelijk van de willekeur van de leerplichtambtenaar en kantonrechter. Hiervoor moet een zorgvuldige procedure komen.”



Principiële types

“Het ministerie zit in een spagaat”, zegt Henk Blok, onderzoeker bij het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam en oud-leraar basisonderwijs. “Het ministerie wil toezicht op thuisonderwijs, maar kan dat niet realiseren zonder het wettelijk te erkennen. En dat laatste wil het ministerie niet omdat het bang is voor een aanzuigende werking.”

Blok verwerpt de stelling dat er geen toezicht is op thuisonderwijs. “Op grond van artikel 247 van het Burgerlijk Wetboek zijn ouders verplicht hun minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Je kunt een kind niet goed verzorgen zonder dat het onderwijs krijgt. De Raad voor de Kinderbescherming kan dus via dat wetsartikel als toezichthouder op thuisonderwijs optreden. Natuurlijk zal de raad dat pas doen als er een signaal van een buurman of zo komt dat het niet goed gaat met een kind. In die zin is er misschien net iets minder toezicht. Maar op school is wel toezicht en daar gaat ook van alles mis. Kinderen worden gepest, vinden school saai, krijgen te veel rode strepen in hun werk, de gymleraar kan zijn handen niet thuishouden.” 

Ook denkt Blok niet dat erkenning van thuisonderwijs een aanzuigende werking heeft. “Er is een groot financieel argument tegen thuisonderwijs. Je kunt eigenlijk niet én een baan hebben én thuisonderwijs geven. Ook is er geen financiële compensatie voor thuisonderwijs.”

In België is thuisonderwijs wel erkend. “Daar volgen zo’n zeshonderd tot achthonderd kinderen thuisonderwijs”, weet Nijenhuis van de NVvTO. “Het is dus helemaal niet zo dat het thuisonderwijs groeit als het makkelijker wordt gemaakt.” Wel is het thuisonderwijs de afgelopen jaren in Nederland gegroeid. Nijenhuis: “In zeven jaar tijd is het aantal verdubbeld. Maar het gaat nog steeds om heel weinig kinderen, slechts 328. Daarnaast is er een groep die om psychische en lichamelijke redenen niet meer naar school kan. Die groep van 2964 kinderen krijgt ook thuisonderwijs.”

Wie zijn nu die ouders die ontheffing van de leerplicht aanvragen op basis van richtingsbezwaren? Zo’n aanvraag is mogelijk als er zich geen scholen op redelijke afstand van de woonplaats bevinden die de levensovertuiging van de ouders uitdragen. De thuisonderwijzer moet dus wel een principieel type zijn. De grootste groep heeft een holistische levensovertuiging, populair in new age-kring. Daarnaast is er een groep christenen die zich in het bijzonder onderwijs niet thuis voelen. En er zijn ouders die voor thuisonderwijs kiezen omdat hun kind hoogbegaafd is. Die ouders kunnen dat argument niet aandragen voor ontheffing van de leerplicht, maar zullen met een andere, levensbeschouwelijke reden moeten komen. De NVvTO wil dat ook op pedagogische gronden thuisonderwijs geven mogelijk wordt.        



Torpederen

Het feit dat thuisonderwijzers principiële types zijn, maakt ook dat zij gewantrouwd worden. ‘Ook ik zie de leegte die bestaat in de meeste rooms-katholieke basisscholen in Nederland’, schrijft moeder en leerkracht basisschool Sylvia de Koning-van Hout in een opiniestuk in het Katholiek Nieuwsblad. ‘Ik erken het probleem van burgerschapsvorming waarin homoseksualiteit en seksuele opvoeding op een niet-katholieke manier worden aangeboden. (..) Toch kies ik voor schoolonderwijs. Enkele leerprocessen die alleen op school kunnen plaatsvinden zijn essentieel voor de ontwikkeling van kind en ouders. (..) Kinderen kunnen beter weerbaar gemaakt worden, dan beschermd.’

Risico van thuisonderwijs is dat ouders hun kinderen afschermen van ideeën die de ouders onwelgevallig zijn, stellen tegenstanders van thuisonderwijs. Kinderen moeten hun eigen mening leren vormen. Een ander nadeel van ouders als leerkrachten is dat ze minder objectief kunnen zijn over de prestaties van hun kinderen. Ook hebben ze meestal geen onderwijsachtergrond. Hun kind zouden zij opvoeden tot een wereldvreemde.

De argumenten worden weggewuifd door Blok, die onderzoek deed onder thuisonderwijzers. “Het beeld dat kinderen die thuisonderwijs krijgen de deur niet uitkomen, klopt niet. Ouders organiseren regelmatig bijeenkomsten onderling, kinderen spelen met buurtkinderen op straat, zitten bij de scouting, bij de muziekvereniging. Ouders die kiezen voor thuisonderwijs zijn niet gek. Zij zijn gedreven en willen hun kind alle kansen bieden die er zijn. Uit mijn rondgang blijkt dat het curriculum dat ouders aanbieden breder is dan wat er op school wordt aangeboden. Ouders doen wat scholen doen, en gooien daar nog wat bovenop. Dat kan van levenbeschouwelijke aard zijn, of bijvoorbeeld een extra taal.”

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen die thuisonderwijs krijgen niet negatief afwijkt van schoolgaande kinderen. Om voor vervolgonderwijs in aanmerking te komen, leggen kinderen in Nederland vaak het staatsexamen af. Ook in het vervolgonderwijs doen zij het goed.



{portret 1}

Beschadigd



Leah Witmond gaf samen met haar man Peter thuisonderwijs aan hun oudste dochter Lisa (18) die nu op de kunstacademie zit. Met zijn drieën onderwijzen ze nu de jongste dochter van het gezin: Hannah (13).



“Op school raakte onze oudste dochter beschadigd. Ze is hoogbegaafd en werd niet voldoende uitgedaagd. Uiteindelijk kwam er een indicatie voor speciaal onderwijs. Maar wij zijn joods en er is geen speciaal onderwijs dat strookt met onze levensovertuiging. Toen hebben we voor thuisonderwijs gekozen. We wisten dat dat juridisch moeilijk zou worden. En dat werd het. De leerplichtambtenaar sluisde ons door naar de kantonrechter en sleepte er en passant ook nog de Raad voor de Kinderbescherming bij. Uiteindelijk stelden beide instanties ons in het gelijk. Maar we hebben daar wel van geleerd. Onze jongste dochter is nooit naar school gegaan.

Voor Lisa hebben we gedaan aan unschooling, dat gaat uit van de filosofie dat kinderen uit zichzelf leren omdat ze nieuwsgierig zijn. En dat was Lisa. Maar Hannah kan de hele dag gamen. Zij vraagt om meer structuur. En dat bieden we haar. We hebben een vast rooster met daarop onder andere religious education, Engels, rekenen, Nederlands, kunstgeschiedenis, current affairs, tekenen, psychologie, Spaans, food and nutrition. Hannah zit op judo en leest elke avond Engelse of Nederlandse literatuur. Onze lessen zijn in het Engels. Enerzijds omdat we dat in onze maatschappij belangrijk vinden, anderzijds omdat er in de VS veel Engelstalig materiaal beschikbaar is. 

Op school leren kinderen sociale vaardigheden van klasgenoten, die zelf ook nog niet sociaal vaardig zijn. Ik denk dat het dan misschien beter is dat kinderen sociale vaardigheden leren van volwassenen. Een nadeel van school vind ik dat kinderen van eenzelfde leeftijd in één groep gezet worden. Waar anders in de maatschappij kom je dat tegen?”    



Leah Witmond, Thuisonderwijs in Nederland en Vlaanderen, te bestellen op www.hbboek.nl, € 17,50.



{portret 2}

School past niet bij ons



Marjo Crins geeft samen met haar man Stephen Griggs thuisonderwijs aan hun dochters Helen (11) en Sarah (9).



“Vanaf hun tweede jaar gingen onze dochters in Engeland twee tot drie dagen per week naar een heel pure, kleine montessorischool. De rest van de tijd onderwezen mijn man en ik ze. Later ben ik erachter gekomen dat zoiets flexi-onderwijs heet. Toen wij in 2007 naar Nederland kwamen, waren wij het liefst op die voet verder gegaan. Maar dat was niet mogelijk. Al snel merkten we dat de opvattingen van de school niet met die van ons overeenkwamen en hebben we voor thuisonderwijs gekozen. Wij doen dat vanuit onze holistische levensovertuiging. Wij zien alles als één geheel. Als wij het bijvoorbeeld hebben over biologie, pakken we daar geen boek bij. We planten zaadjes en bespreken wat een zaadje nodig heeft om te kunnen groeien, hoe planten en dieren op elkaar zijn ingespeeld. Als er vruchten aan de plant komen, bereiden we die. Onze manier van lesgeven is heel eclectisch: wij pakken alles op wat bij ons past, wij proberen onze dochters te leren wat zij nodig hebben. Ze leren bijvoorbeeld rekenen zoals dat op school gebeurt, mijn man doet dat. Maar vervolgens leer ik ze dat rekenen toepassen bij het koken.

Thuisonderwijs is een manier van leven. Je moet daar als gezin dan ook samen voor gaan. Onze oudste dochter heeft nu bijna de leeftijd waarop andere kinderen naar het vervolgonderwijs gaan. Op dit moment gaat haar interesse vooral uit naar dieren. Als ze zou zeggen dat ze dierenarts wil worden, kunnen we uitzoeken wat ze nodig heeft om die opleiding te volgen. Als ze zou zeggen ‘ik heb daar vwo voor nodig, dus het is tijd naar school te gaan’, vinden wij dat prima. Wij zijn namelijk helemaal niet tegen school, bij ons past het gewoon op dit moment niet zo.”



{portret 3}

Lekker anders



Nannette geeft samen met haar man Gaby thuisonderwijs aan Koen (12). Broertje Bram (8) gaat wel naar school.



“Toen Koen vijf was kocht ik lego voor hem voor kinderen van tien jaar en ouder. Op school moest hij vervolgens met houten blokken spelen. Ik merkte al snel dat hij de dingen anders wilde doen. School sluit aan op de massa. En daar werd Koen doodongelukkig van. Op zijn achtste zei de huisarts dat hij tegen een burn-out aan zat. Hij wilde het allemaal anders, maar werd steeds beperkt. We zochten een school die met een vernieuwende manier van leren werkte. Alle onderbouw- en bovenbouwleerlingen zaten bij elkaar in één groep, ieder werkte op zijn eigen niveau. Toen Koen tien was hebben we hem de Cito-eindtoets laten maken, daar kwam een heel hoog niveau uit. Eerder was Koen al als hoogbegaafd gediagnosticeerd. Na die eindtoets vonden we het wel best en zijn we hem thuisonderwijs gaan geven. Voor Bram hebben we dat niet gedaan. Die zwemt er wel tussendoor op school. En sluit zich als hij thuiskomt aan bij ons programma.

Koen volgt een aantal vakken bij de Wereldschool. De rest doen we zelf. Wij nemen boeken als leidraad, maar doen het dan toch lekker anders. Gaat het in de geschiedenisles bijvoorbeeld over het spijkerschrift, dan staan wij de volgende dag al in het Allard Pierson Museum. We schakelen die hulp in waarvan we denken dat die nodig is. Dat kan van een buurman zijn, een vader, een vriendin. Koen gaat wel eens mee met Gaby naar zijn werk - hij is geluidsman bij film en televisie, en maakt commercials. Koen voelt zich daar als een vis in het water, maakt kennis met de gehele werkvloer. Misschien dat hij ook die wereld inrolt. Of misschien wil hij naar een muziekopleiding: hij houdt erg van muziek, speelt piano, accordeon en gitaar. Als Koen dat wil, of bijvoorbeeld naar de Technische Universiteit wil, laten we hem de nodige staatsexamens doen.” 

     





 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.