• blad nr 16
  • 15-10-2011
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Omgaan met machogedrag


Het machogedrag van sommige leerlingen maakt het voor leerkrachten moeilijker om les te geven, stelt oud-docent en onderwijskundige Hans Kaldenbach in zijn nieuwe boek Machomannetjes. Hij komt met 99 tips om ‘de straat’ terug te dringen uit de school. Kunnen docenten er wat mee?



Tekst Andrea Holwerda Beeld Typetank



Volgens onderwijskundige Hans Kaldenbach is het heel belangrijk om te investeren in de band met je leerlingen. Klopt, zegt Patrick Woudstra, docent burgerschap op het roc Graafschap College in Doetinchem. “Ik geef les op niveau-2, aan jongeren met een kwetsbare achtergrond die niet veel kansen hebben gehad. Er zijn vaak problemen thuis. Ze hebben niet zoveel, dus proberen met dat wat ze hebben zich te laten zien.” 

Door als docent betrokken te zijn schieten je leerlingen in de les niet alle kanten op. “Dat betekent wel dat ik af en toe net een sociaal werker ben. Leerlingen moeten aan het begin van de les soms eerst hun ei kwijt, bijvoorbeeld omdat die ochtend ineens de nieuwe vriend van hun moeder op de bank zat of ze ruzie met hun vader hebben gehad. Daar moet je ruimte voor maken.”

Ook heeft hij weleens een moeilijke klas voor zich gewonnen door te beginnen met een ontbijt. “Dat deden ze gewoon thuis niet.” Volgens Kaldenbach een slimme zet: leerkrachten klagen vaak dat ze al zoveel moeten doen, en dat is volgens hem ook zo, maar het kan de docent, en zeker ook de leerlingen, helpen als je dit soort dingen toch doet.

Duidelijk zijn, zegt Woudstra, grenzen stellen, is ook heel belangrijk bij machogedrag. Zo was er laatst een leerling die, terwijl de les al was begonnen, met een koptelefoon op achter de computer bleef zitten. “Ik zette, na het een paar keer gevraagd te hebben, de koptelefoon bij hem af. Ik wist dat die van school was. Hij schreeuwde gelijk dat die van hem was, dat ik eraf moest blijven, wat ik wel niet dacht.”

Woudstra zette de leerling eruit, stelde dat hij een bonnetje wilde zien en dat ze er dan verder over zouden praten. Uiteindelijk gaf de leerling een aantal lessen later toe dat de koptelefoon inderdaad van school was. Daarmee was het voor Woudstra af. Hij vindt, net als Kaldenbach, dat je als docent een autoriteit moet zijn, maar niet autoritair. “Ik verwacht dat ze eerlijk tegen me zijn. En dus mocht de leerling na ons gesprek en een handdruk, zonder straf of iets dergelijks, weer naar binnen.”

Geluk heeft Woudstra naar eigen zeggen met het feit dat hij zich niet snel door de leerlingen aangevallen voelt. “Als ik een van mijn meidenklassen binnenloop en de leerlingen roepen: O meneer, dat T-shirt bij die broek; dat kan echt niet. Nou, dan vraag ik ze gewoon om een tip en is het klaar.”



Kleurtje

Het is slim ervoor te zorgen dat een lerarenteam, net als de leerlingen, niet helemaal wit is, stelt Kaldenbach. Het zou inderdaad wel een plus zijn als het team wat meer gemixt zou zijn, zegt Syreeta van de Vijver, docent aan de Kranenburgschool, een school voor praktijkonderwijs in Utrecht.

“Toen ik hier kwam was ik de eerste met een kleurtje. Nu zijn we met zijn drieën. Ik merkte gelijk dat de leerlingen, voor iets meer dan de helft allochtoon, het fijn vonden dat ik Surinaams ben. Ze hebben het gevoel dat ik ze net iets beter begrijp. Ook omdat ik, al ben ik hier geboren, overal wat harder voor heb moeten werken. En dat moeten zij ook.”

Volgens Kaldenbach is het tevens belangrijk dat leerlingen zich echt welkom voelen op school. “Daar letten wij goed op. Onze leerlingen kunnen moeilijk leren en hebben vaak gedragsproblemen. Iedereen moet zich op zijn gemak voelen. Als er iets misgaat, breng ik het altijd zo positief mogelijk: Je bent een slimme jongen, echt, maar dat is een domme actie. Het is ook belangrijk dat leerlingen zich bij elkaar betrokken voelen. Ik roep daarom altijd: Wij zijn klas 2b.”

De beste manier voor Van de Vijver om in de klas met machogedrag om te gaan, is door ermee te spelen. Een ‘judo’-reactie te geven, zoals Kaldenbach het noemt. “Een groep jongens mag van mij best even praten over hoe je een meisje versiert. Maar het is vervolgens geen chicky, maar jongedame of meisje.”

Tegelijkertijd moet je goed weten wanneer je voor de karate-reactie moet gaan. “Zoals die keer dat een leerling tegen mij zei: Wacht maar, je gaat zien, vanmiddag krassen op je auto. Daar ben ik toen heel serieus op in gegaan: Als ik dus nu een kras zie, heb jij het gedaan. Doe ik aangifte en heb ik genoeg getuigen.” De volgende dag kwam de leerling naar Van de Vijver toe om sorry te zeggen. “Hij had het gezegd omdat hij heel boos was en hij beloofde dat hij het echt niet zou doen.”

Het belangrijkste is volgens Van de Vijver uiteindelijk dat de leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Structuur bieden, stelt ook Kaldenbach. “Daar kunnen de leerlingen wat mee. Zo is het voor iedereen heel duidelijk dat je schrijfstraf krijgt als je te laat komt of spijbelt.”



Natuurlijke leider

Het is volgens Kaldenbach goed als ouders weten hoe dingen op school gaan, wat wel en niet wordt geaccepteerd. Dat vinden wij ook, zegt Maartje Hezemans, docent Nederlands op de deelschool vmbo van het IJburg College in Amsterdam. “Het lijntje tussen ons en de ouders is bewust heel kort. Ze weten wie wij zijn, onder andere omdat we op huisbezoek gaan en er twee keer per jaar op school een uitgebreid gesprek met hen is.”

Toen er op een gegeven moment een leerling was die de indruk wekte niet te willen luisteren naar vrouwelijke docenten, werd het thuisfront daar gelijk over ingelicht. “Een docent heeft toen nog eens duidelijk gemaakt dat we dat hier niet willen. En ondanks hun cultuur staan de ouders dan echt achter ons. Ze weten wat we hier doen voor hun kind.”

Dit soort machogedrag is lastig, maar eigenlijk stoort Hezemans zich een beetje aan de negatieve lading die er vaak aan het gedrag wordt gegeven. “Ik heb weleens gehad dat een leerling had bedacht dat de klas helemaal niets ging doen. Dat was heel frustrerend. Maar je kunt ook van die macht gebruik proberen te maken.” Een suggestie die Kaldenbach ook doet, al is het voorzichtig omdat hij de indruk heeft dat docenten de sterksten niet willen belonen.

“Maar hoe mooi is het dat diegene trots is op wie hij is, dat hij de natuurlijke leider van de groep is en voor leerlingen op kan komen die dat zelf niet kunnen. Je kunt die leerling bewust klassenvertegenwoordiger maken, zodat hij leert dat hij zijn overwicht wijs moet gebruiken en je daarvoor bijvoorbeeld ook naar anderen moet luisteren.”  

Hezemans maakt in haar lessen ook bewust ruimte voor straattaal. “Dan bespreken we een woord dat ze op dat moment veel gebruiken. Zoeken we op waar het vandaan komt.” Maar, stelt Hezemans ook, de leerlingen weten heel goed hoe ze tussen ABN en straattaal moeten schakelen.

Zelf je kwetsbare kanten opzoeken zodat je voorbereid bent op opmerkingen van leerlingen, zoals Kaldenbach adviseert, deed Hezemans ook. “Ik word van nature heel snel rood. Het gebeurt al als een leerling zegt: U bent vandaag nog helemaal niet rood geworden. Ze weten nu allemaal dat dat zo is en als er toch wordt gelachen, zeg ik hoe vervelend ik dat vind. Dat helpt heel goed.” 

Schelden met ‘kanker’ wordt op de school door geen enkele docent geaccepteerd. Volgens Kaldenbach een belangrijke afspraak om meer (verbaal) geweld te voorkomen. “Als ik het een leerling hoor zeggen, mag diegene een opstel schrijven over het verschil tussen de ziekte en het scheldwoord.” 



{noot}

Machomannetjes. 99 tips om de straatcultuur terug te dringen uit uw school, door Hans Kaldenbach, Uitgeverij Prometheus, augustus 2011, ISBN 9789044618136,

€15,00.

 


Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.