• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Leerkracht heeft moeite met getraumatiseerde leerling 

Mohammed kreeg driftbuien

Een leerling verliest een ouder of is getuige van een ernstig ongeluk. In elke klas zitten gemiddeld vier kinderen die zo’n schokkende gebeurtenis meemaakten. Veel leerkrachten weten niet goed hoe met getraumatiseerde leerlingen om te gaan, blijkt uit onderzoek van psycholoog Eva Alisic. Ze maakte de ‘Toolkit kind en trauma’ met informatie om leerlingen te begeleiden bij de verwerking.

Kort na elkaar overleden twee vaders van kinderen in groep 6/7 van leerkracht Ariënne Karlietis, die destijds op basisschool de Twijn in Utrecht werkte. “De vader van Jeroen stierf aan kanker. Een paar weken daarna kwam de vader van Mohammed* om bij een verkeersongeval. Wie is de volgende, dachten de leerlingen op een gegeven moment.”
De kinderen maakten een boekje voor Jeroen. “Een paar leerlingen hadden een voetbalstadion voor hem geknutseld. Dat was voor hem heel waardevol”, merkte Karlietis.
Op de school van Rob Zwaneveld, leerkracht van groep 8 op basisschool de Kleine Prins in De Bilt, stierf afgelopen schooljaar de vader van een meisje dat Zwaneveld dit jaar in de klas heeft. De school heeft een draaiboek hoe daarmee om te gaan. “Dat geeft houvast. Het is belangrijk daarover na te denken voor het je overkomt. Op het moment zelf ben je te laat.” Na een sterfgeval richt de school met kaarsen en bloemen een gedenkhoekje in bij het beeld van de Kleine Prins in het gebouw. Er ligt een boek waarin ouders en leerkrachten hun medeleven tonen. In de klas schreven kinderen hun gedachten op. “Zo’n boekje biedt troost en helpt om met leerlingen in gesprek te raken over het verlies.”

Onderzoek
Een schokkende gebeurtenis als het overlijden van een ouder, een ernstig verkeersongeluk of een brand heeft een op de zeven leerlingen in groep 5 tot en met 8 meegemaakt. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Eva Alisic, die als psycholoog verbonden is aan het Landelijk Psychotraumacentrum van UMC Utrecht.
Veel leerkrachten weten niet goed hoe ze om moeten gaan met deze getraumatiseerde leerlingen. “Veertig procent van de ondervraagde 765 basisschoolleerkrachten gaf aan het lastig te vinden deze kinderen te begeleiden. Ze ervaren een gebrek aan kennis en vaardigheden op dit vlak”, vertelt Alisic. Ze adviseert op de pabo meer aandacht te besteden aan traumaverwerking. “Het is onwaarschijnlijk dat een leerkracht nooit met een schokkende gebeurtenis te maken krijgt. Dan kun je hem beter kennis meegeven om ermee om te gaan.”

Bied structuur
Alisic ontwikkelde de ‘Toolkit kind en trauma’. In zeven stappen staat in de brochure uitgelegd hoe leerkrachten na een schokkende gebeurtenis hun leerlingen het beste kunnen ondersteunen. Bied kinderen structuur, raadt Alisic aan. “Over een schokkende gebeurtenis heb je geen controle en dat geeft een machteloos gevoel. Door leerlingen hun oude routines te laten oppakken en ze een gestructureerde dagindeling te geven, bied je zekerheid en veiligheid.”
Karlietis merkte dat haar leerling Jeroen snel terug naar school wilde. “Hij vond het erg fijn weer bij zijn vrienden te zijn.” De eerste dag kwam zijn moeder mee de klas in om samen met Jeroen over de euthanasie van zijn vader te vertellen. “De andere kinderen stelden hem vrij directe vragen, hoe zijn vader precies doodging bijvoorbeeld.”
Bij Mohammed was de situatie anders. Doordat hij nog niet zo lang op school was, kenden de kinderen hem minder goed. “Mohammed was er twee weken niet door de begrafenis in Soedan en toen hij er weer was, ging het normale leven weer door.” Zijn klasgenoten waren wel vol mededogen. “Mohammed zei soms rare dingen en kreeg driftbuien. De kinderen reageerden begripvol, dat valt te verklaren voor ze.”
Alisic vertelt dat het belangrijk is kinderen de ruimte te geven om te verwerken, maar hen niet te pushen om te praten. “Sommige kinderen tekenen liever. Volg het kind in zijn tempo van verwerken.”
Karlietis vond het lastig in te schatten in hoeverre ze leerlingen moest stimuleren over hun verdriet te praten. Onbewust volgde ze Alisics raad. “Mijn uitgangspunt was dat ik keek hoe de jongens ermee omgingen en waar ze behoefte aan hadden.” Veel wilden Jeroen en Mohammed er niet over kwijt. “Af en toe had Jeroen buikpijn en dwarse buien. Als hij een slechte dag had, kwam hij naar me toe. Soms belde ik zijn moeder dat hij naar huis wilde, soms sprak ik met de klas af Jeroen die dag met rust te laten.”

Verdriet uiten
Alisic vertelt dat een leerkracht dacht een meisje dat haar moeder verloor, te helpen door alles waarin een moeder voorkwam uit de klas te weren. Het is een goedbedoelde oplossing die averechts werkt. “Het kind denkt dat het haar verdriet op school niet mag uiten en heeft juist meer moeite met verwerken.” Het beste is het kind zelf de controle te geven. “Spreek af of je als leerkracht af en toe vraagt hoe het gaat of dat de leerling zelf een babbeltje komt maken.”
Het overlijden van de vaders kwam regelmatig ter sprake op de Twijn. De klas zag de film Oorlogswinter, waarin de vader van de hoofdpersoon wordt doodgeschoten. “Daar hebben we het met elkaar over gehad. Ik ben het onderwerp nooit uit de weg gegaan, maar ik ging niet therapeutisch een keer per maand vragen hoe het ging”, blikt Karlietis terug.
De ervaring van Zwaneveld van de Kleine Prins is dat kinderen op school vaak niet veel over een gebeurtenis willen praten. “Ze willen ‘gewoon’ verder, lekker met rekenen en taal aan de slag. Thuis hangt het verdriet in de lucht. Dat willen ze niet op school importeren.” Dat betekent niet dat hij het onderwerp verzwijgt. “Soms is een aai over de bol genoeg om te laten zien dat je het kind begrijpt. Of je zegt alleen: Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik vind je heel dapper.”

Positieve ervaringen
Laat kinderen na een schokkende gebeurtenis ook weer leuke dingen beleven. “Sommigen gaan zich heel verantwoordelijk voelen voor een broertje of zusje”, weet Alisic. Zorg dat ze zich vrij voelen, laat merken dat ze kind mogen zijn. “Verdrietig zijn mag, maar plezier hebben ook. Het is positief voor de verwerking om ze ook fijne herinneringen te geven.”
De meeste getraumatiseerde kinderen kunnen zich de eerste weken slecht concentreren, maken vaker ruzie en presteren slechter. Volgens de richtlijn van het Psychotraumacentrum moeten de klachten na een maand afnemen. “Het is zorgelijk als een leerkracht dan geen verbetering ziet”, waarschuwt Alisic.
Op de Kleine Prins vermelden ze schokkende gebeurtenissen in het overdrachtsdossier. Zwaneveld: “Ik bespreek met de andere leerkracht wat hij gedaan heeft, wat hij inschat dat er nog moet gebeuren en waar hij op moet letten.” Het kan zijn dat een leerling na een gebeurtenis heel stil of juist extra druk is. “Na een maand steken we de koppen nogmaals bij elkaar om te zien hoe het gaat”, legt hij uit. Het advies is bij langdurige klachten contact op te nemen met een psychotraumacentrum voor extra ondersteuning door professionele hulpverleners. “De kans bestaat dat kinderen anders met depressies en angsten rondlopen en dat hun sociale leven en schoolprestaties hieronder lijden”, zegt Alisic.

Ondersteun ouders
Stem samen met de familie af hoe het met een kind gaat. “Slaap- en concentratieproblemen thuis zie je als leerkracht niet. Ouders kun je tips meegeven zoals snel de dagelijkse routine weer oppakken.” Karlietis had regelmatig contact met de moeder van Jeroen. “We bespraken hoe het met hem op school en thuis ging en hoe met haar was.”
Ook de Kleine Prins zoekt contact met de ouders. “Over het algemeen vinden ze het prettig hun zorgen en verdriet te delen”, merkt Zwaneveld.
Het is goed als collega’s oog voor elkaar hebben bij traumatische gebeurtenissen, vindt hij. “Ook voor leerkrachten zijn het heftige situaties. Informeer of je iets kunt doen, vaak is een luisterend oor al genoeg.” Karlietis vertelde haar klas dat het overlijden van Jeroens vader voor haar ook verdrietig was. “Ik kende hem ook al sinds de kleuters en zat met mijn eigen emoties. Het was moeilijk, gelukkig kreeg ik steun van collega’s.”

{noten}
*Jeroen en Mohammed heten in werkelijkheid anders.

Meer informatie en de toolkit: www.kind-en-trauma.nl

{kader}
Jonge Helden
Leerkrachten vinden het vaak moeilijk kinderen bij te staan na iets ingrijpends, merkt ook Saskia Koning, directeur en oprichter van Stichting Jonge Helden. “Leraren weten vaak niet hoe ze moeten reageren, zijn bang om het verkeerd te doen en doen dan vaak niets.”
Stichting Jonge Helden heeft verschillende workshops en programma’s voor leerkrachten en jongeren. De organisatie begint altijd met een workshop voor leerkrachten en het zorgteam, waarbij ze praktische informatie, tips en concrete handreikingen krijgen om jongeren bij te staan. De school krijgt een verdrietkoffer met leesboeken over het thema, werkvormen om verdriet, dood en scheiding in de klas bespreekbaar te maken en troostcadeautjes als een zorgpoppetje waaraan kinderen hun zorgen kunnen vertellen. Ook is het mogelijk een algemene ouderavond te organiseren over omgaan met klein en groot verdriet.
Daarnaast zijn er het ‘Sterprogramma’ voor kinderen die een familielid verliezen en het ‘Kameleonprogramma’ voor kinderen van gescheiden ouders. In groepjes van vijf tot tien komen de leerlingen zes middagen bij elkaar. “In gesprekken met lotgenoten proberen we twijfels en angsten van kinderen weg te nemen.” Dit najaar begint het nieuwe programma ‘Overhoop’ voor jongeren met een ernstig ziek gezinslid.
Zie: www.jongeheldenindeklas.nl en www.stichtingjongehelden.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.