• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Aalt Dijkhuizen wil niet in ons lijstje staan

Aalt Dijkhuizen, collegevoorzitter van Wageningen, staat alweer bovenaan in ons lijstje van best betaalde onderwijsbestuurders. Met een bezoldiging van 351.000 euro zit hij zo’n anderhalf keer boven de Balkenendenorm. Alleen vindt Dijkhuizen dat hij niet in ons lijstje van onderwijsinstellingen thuishoort. Wij wel.

Dijkhuizen liet vorig jaar het Onderwijsblad nadrukkelijk weten dat hij niet past in een lijstje van onderwijsbestuurders. Eerst belde zijn voorlichter, daarna mailde de secretaris van het college van bestuur en vervolgens kwam daar een mail overheen van een heel dure advocaat. Kort voor deze zomer, nog voordat het jaarverslag 2010 was verschenen, werden we er per mail nog eens op gewezen dat Wageningen ons bij een nieuwe ‘incorrecte interpretatie van de feiten’ aansprakelijk zou stellen.
Wat zijn volgens Dijkhuizen de feiten? Zijn werkgever ‘Wageningen’ is veel meer dan een onderwijsinstelling. Wageningen University & Researchcentre (WUR) is de moedermaatschappij van een kleine universiteit, een mini-hogeschool en de omvangrijke Dienst Landbouwkundig Onderzoek. Die laatste is volgens de WUR zeer actief op het gebied van contractresearch, een woord dat ruikt naar knokken op de vrije markt. Het salaris van Dijkhuizen wordt opgebracht door de drie bedrijfsonderdelen. Van de universiteit komt 46,5 procent, nog eens 46,5 procent wordt betaald door DLO en de hogeschool wordt voor 7 procent aangeslagen.
Tot zo ver de feiten, daarna beginnen de meningen, van ‘Wageningen’ èn het Onderwijsblad. De suggestie is dat het onderwijsdeel van het concern voor een schijntje een topbestuurder in dienst heeft. Zo presenteert de WUR het ook in het jaarverslag. Het roept de vraag op of die verdeelsleutel ook geldt voor de portier van het bestuursgebouw in Wageningen, en of die portier door zijn efficiënte inzet voor het totale concern ook anderhalf maal meer toucheert dan zijn collega bij andere universiteiten. Maar dat is een zijpad. Want de collegevoorzitter van Wageningen is weliswaar verantwoordelijk voor meerdere bedrijfsonderdelen, maar die situatie geldt net zo hard voor andere onderwijsinstellingen met onderzoeks- of nevenactiviteiten.


Oké, de onderzoekspoot is met een omzet van 358 miljoen euro relatief groot ten opzichte van de 343 miljoen die het onderwijsdeel ontvangt. Maar komt dat doordat de universiteit en hogeschool klein zijn, of de onderzoekspoot groot is? Nog een vraag die opduikt: juridisch zijn de bedrijfsonderdelen keurig van elkaar gescheiden, maar volgens het organigram op de website werken de universiteit en onderdelen van DLO op wetenschappelijk terrein samen in vijf kennisgebieden. Onderwijs en onderzoek gaan hand in hand, zoals gebruikelijk in instellingen voor wetenschappelijk onderwijs.
Rechtvaardigt dan de marktgeoriënteerde aanpak van de onderzoekspoot een hoog salaris? Duiken we wat dieper in de jaarrekening, dan blijkt dat de Dienst Landbouwkundig Onderzoek maar een klein deel van de inkomsten op de vrije markt verwerft. Om te beginnen komt 155 miljoen rechtstreeks van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie en hangt DLO dus stevig aan de subsidiespeen. Het overgrote deel van de contractresearch wordt bovendien betaald uit publieke middelen, zoals ministeries, Europa, gemeenten en bedrijfschappen. Pakweg een derde komt echt uit de vrije markt.

Laten we dan voor het beoordelen van de beloningen van de topbestuurders nog eens wat vergelijkingsmateriaal in de publieke sector bekijken op basis van de omzet. ‘Wageningen’ had in 2010 een totaalomzet van 701 miljoen euro. Niet gek. De Universiteit Utrecht – meer onderwijs, minder contractresearch - zette 750 miljoen om. Daar krijgt bestuursvoorzitter Yvonne van Rooij 260.000 euro voor. Onderzoeksinstituut TNO – wel research, geen onderwijs – haalde een omzet van 492 miljoen, bestuursvoorzitter Jan Mengelers heeft een bezoldiging van 265.000. Daar steekt Aalt Dijkhuizen toch wel erg ver bovenuit.

Wanneer je het jaarverslag 2010 uit hebt, valt er een behoorlijk beeld van ‘Wageningen’ te schetsen. Het is een efficiënt werkende onderwijs- en onderzoeksinstelling, de omzet groeit, de studentenaantallen nemen toe. Wageningen heeft zich weten te ontworstelen aan het boerenimago, waar studenten bij wijze van spreken met mest aan de laarzen werken aan een carrière in de landbouw. Nee, nu gaat het om food & health, waarmee de aantrekkingskracht in binnen- en buitenland is verbeterd. Een knappe prestatie, dat is zeker wat waard.

Alleen wordt Wageningen University & Researchcentre voor het overgrote deel betaald uit de publieke kas en moet de WUR zich houden aan de normen die daarvoor gelden: de Balkenendenorm. Dat het inkomen wordt opgebracht door drie bedrijfsonderdelen is een smoesje om die extreme hoogte te rechtvaardigen, zoals we bij bovenmatige beloningen wel vaker wonderlijke uitvluchten tegenkomen. Of Wageningen thuishoort in het lijstje van onderwijsinstellingen wordt dan minder relevant. Wij vinden door de combinatie van onderwijs en onderzoek van wel. En wie daar anders over denkt, heeft alle recht op een eigen mening.

Robert Sikkes, hoofdredacteur het Onderwijsblad

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.