• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur T. van Haperen 
  • Redactioneel

Huiswerkinstituten, examentrainers  

Het zijn charlatans, weg ermee

Het is de groeimarkt rond het voortgezet onderwijs: de huiswerkinstituten en de examentrainingen. Wat moeten we met deze ontwikkeling? Een halt toeroepen natuurlijk. Bedrijven nemen activiteiten van scholen over, missen de expertise en vragen aan leerplichtigen een prijs voor schoolsucces. Het zijn peperdure charlatans, weg ermee.

Mijn schooljaar begint ook dit jaar met het gebruikelijke bombardement van mails: leerlingenlijsten, mutaties, roosters en mededelingen, heel veel mededelingen. Echt lezen, het komt er zelden van. Maar deze keer stop ik met wegklikken bij een bericht met het kopje ‘Huiswerkbegeleiding’. Een commercieel huiswerkinstituut vestigt zich in ons gebouw. Dat is goed, want dan kunnen leraren en het bedrijf hun aanpak op elkaar afstemmen.
Over mijn lijk, hoor ik mezelf denken. Huiswerk opgeven zodat het gemaakt wordt, dat kan ik zelf. En de prutser die het vertikt, krijg ik wel klein. Dat is een kwestie van intimideren, eventueel naar huis bellen, pa en ma inschakelen. De puber die zich daar niets van aantrekt, moet ik nog ontmoeten.
Maar eerlijk is eerlijk, er zijn ook leerlingen waar ik met dank aan de buitenschoolse huiswerkbegeleiding geen omkijken naar heb. Kees is er zo één. Na school maakt hij drie keer per week zijn huiswerk op een instituut. En als het regent, brengt zijn moeder hem met de auto. Als ik Kees vraag wat hij hier zelf van vindt, haalt hij zijn schouders op en zucht: “Het lukt me anders niet.” Kees oogt inderdaad wat sloom, heeft nog nooit gedoubleerd en ja, dat is waarschijnlijk te danken aan de huiswerkbegeleiding.
En toch is deze manier van werken onwenselijk. Een externe partij neemt namelijk de activiteiten van ouders, leerlingen en leraren over. Dat maakt deze direct belanghebbenden niet alleen lui en nalatig, het is ook inefficiënt. Want ontwikkeling in schoolkennis komt alleen op gang als leerlingen zelf verantwoordelijkheid leren nemen voor hun leerproces. En dat gaat Kees op deze manier niet doen. Die zit drie keer per week zijn twee uur uit, omdat een ander het zegt. Zo haalt hij een diploma. Het volgend jaar sloft hij het hoger onderwijs binnen.

Leren op school
Vijftien jaar geleden dachten beleidsmakers dat doorgeschoten pubers op havo en vwo vanuit een intrinsiek gemotiveerde leervraag een breed en overladen curriculum geheel zelfstandig zouden gaan bestormen. In dat studiehuis was zelfs aanwezigheid in de les niet verplicht. Degene die goed was in wiskunde, mocht dat vak laten lopen om aan zijn achterstanden in bijvoorbeeld Engels te werken. De individualisering van de leerweg, de zaligverklaring van het begrip zelfstandigheid, de ronkende zin kennis kun je niet overdragen, leerlingen moeten die verwerven, deze retoriek zou van de consumerende leerling een producent van kennis maken.
Over het mislukken hiervan is inmiddels genoeg geschreven. Maar wat blijkt? We zijn ongemerkt in het andere uiterste beland. Want de leerling van nu hoeft geen enkele verantwoordelijkheid meer te nemen voor zijn schoolsucces. Hij is aanwezig in de les en degene die het daarmee niet redt, maakt huiswerk op een instituut en als het examen nadert, koopt hij een training. Kortom, werken voor school, alleen als er een bewaker naast staat.
Deze opvatting over leren op school is even vernietigend als de luchtfietserij rond dat rare studiehuis. Want kennis beklijft alleen als die verbonden is met het eerder geleerde, waarneembaar is in de werkelijkheid en onderhouden wordt door oefening. Ontwikkeling daarin is een integraal proces, dat vraagt om actieve leerlingen, geprikkeld door goede leraren, die opvoeden tot leren in hun vak. Steun van ouders zou handig zijn, maar uiteindelijk moeten kinderen zelf willen. Ook hier geldt de oude wijsheid: je kunt het paard naar het water leiden, maar je kunt het niet doen drinken.

Handelaren in angst
Maar een leerling als Kees drinkt niet. Hij neemt nog geen slok uit zichzelf. En hij is helaas niet alleen. In 2008 zaten 100.000 middelbare scholieren op een huiswerkinstituut. Dat is meer dan 10 procent van de totale leerlingenpopulatie in het voortgezet onderwijs. Een persbericht van de Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten spreekt in 2010 van een groei van 35 tot 40 procent per jaar. Er zijn zelfs wachtlijsten.
Dergelijke afzet- en groeicijfers duiden op een excessieve vraag naar deze nieuwe vorm van onderwijskundige dienstverlening. Maar dat gegeven verandert niets aan de status daarvan. Deze om de school cirkelende bedrijven blijven namelijk handelaren in angst, die hun bestaansrecht vooral ontlenen aan de gemakzucht van ouders en de lamlendigheid van scholen. Want hoe gaat dat, je aanmelden bij een huiswerkinstituut of een examentraining? Eerst komen de verhalen aan de keukentafel over leraren die de klas niet aan de gang krijgen, lessen die uitvallen en proefwerkscores rond de getallen een, twee en drie. Ouders kiezen vervolgens voor de kortste weg naar het doel: ze bellen de mentor, die moet het maar oplossen. Maar die heeft geen tijd, een warrig verhaal over de werkdruk volgt en misschien kan hun kind wat beter zijn best doen. Degene die het zich kan veroorloven denkt: hier heb ik geen in, ik koop de stress af. Maar deze ouder vergeet dat het bij de huiswerkbegeleiding en de examentraining niet beter is dan op school. Hobbyisten die graag wat bijverdienen, meestal studenten, runnen daar namelijk de show. Zij hebben geen verstand van de moeilijke dingen in het schoolvak. Hun instructie beperkt zich tot ‘werk door’, ‘houd je mond’, ‘lees de vraag nog een keer’ en ‘hier zijn de antwoorden’.
Elke leerling kan dit al, zelf, het stelt niets voor. Toch kennen ouders liever waarde toe aan huiswerkbegeleiding of examentraining, dan dat ze zelf met hun kind werkafspraken maken. En het ergste is: de woekerprijs die ze ophoesten is strijdig met het uitgangspunt dat onderwijs aan leerplichtigen gratis is. Precies daarom is in 2005 het schoolgeld voor 16-, 17- en 18-jarigen afgeschaft. In 2009 volgden de gratis schoolboeken. Het is nooit de bedoeling geweest dat dit voordeeltje voor de gezinnen in de zakken van de eigenaren van de huiswerkklassen en de examentrainingen zou verdwijnen.

Lange schooldagen
De groei van particuliere begeleidingsdiensten voor reguliere leerlingen is een vorm van maatschappelijke oplichting. Tussen 2000 en 2010 gaat meer geld naar het voortgezet onderwijs. Het resultaat is dat marktpartijen hun zakken vullen, terwijl scholen doorgaan met falen en ouders de boel de boel laten. Kinderen leren ondertussen steeds minder, maar halen toch een diploma. Een nationale correctie kan niet uitblijven.
Leerlingen hebben tegenwoordig lange schooldagen met tussenuren. In die tijd valt toch te regelen dat het huiswerk gemaakt is? En als het examen nadert, zijn het toch zeker de leraren die hun leerlingen daar op voorbereiden? Ziehier het belang van de belastingbetaler. Het is aan scholen daaraan tegemoet te komen. Vanaf dan kunnen volksvertegenwoordigers moeilijk anders: zij maken wetten en regels die de beunhazerij van commerciële onderwijsdiensten aan banden leggen.

{noot}
Ton van Haperen is leraar economie.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.