• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Groepen worden groter, vooral in witte buurten 

Hoe blijf je overeind voor een grote klas?

Een basisschool in Schoonhoven heeft een klas van 42 kleuters, op een school in Nijmegen tellen bijna alle groepen meer dan dertig leerlingen: veel klassen worden groter. Zien de leerkrachten dat zitten? Jawel, maar met mate. “Hoe groter de groep, hoe meer blauwe plekken.”

Klik, klik, klik… Nannie Verlegh, kleuterjuf op de Koningin Emmaschool in Schoonhoven, klinkt geroutineerd de schroefdoppen van 36 plastic bekertjes een halve slag open. Verlegh neemt een kopje koffie en bekijkt trots hoe 36 kleuters redelijk harmonieus aan hun tienuurtje beginnen. “Ach, als het lukt met twintig leerlingen, lukt het ook met dertig.” En straks met veertig, want aan het eind van het schooljaar zal de klas van Verlegh zijn volgestroomd met in totaal 42 kleuters.
Dat aantal is extreem, maar het past in een trend: de klassen in Nederland worden steeds groter. Uit een enquête van de PO-raad en RTL Nieuws werd vorige maand duidelijk dat het aantal leerlingen per groep stijgt, voornamelijk door bezuinigingen.
Gerard van der Burgt, directeur van de basisschool Nijmeegse School Vereniging II herkent dat. Door bezuinigingen van zijn bestuur verloor hij afgelopen jaar een voltijdbaan en daardoor groeiden bijna al zijn klassen tot meer dan dertig kinderen. De basisschool van Van der Burgt staat in een leuke, witte buurt. En wat blijkt: de groepen groeien vooral op scholen in blanke buurten met veel hoger opgeleide ouders. Scholen in minder goede stadswijken tellen doorgaans meer achterstandsleerlingen en die leveren extra geld op zodat de klassen kleiner kunnen blijven.

Noodlokalen
Het groeien van de klassen wordt overigens niet altijd veroorzaakt door bezuinigingen. Zo raakte het hoofdgebouw van de Koningin Emmaschool in Schoonhoven – de school met de klas van 42 kleuters – domweg gewoon vol. Er was wel een uitwijkmogelijkheid: in Schoonhoven-Oost heeft de school twee gloednieuwe noodlokalen. Maar wilden de ouders uit het centrum hun kinderen daar wel naartoe sturen?
Om dat te weten te komen stelde directeur Rob Zilverberg de ouders drie vragen. De eerste vraag luidde: wat heeft u liever? Een klas met twintig leerlingen of een klas met veertig leerlingen? “Dat was niet zo moeilijk.” De tweede vraag: wilt u liever naar een schoolgebouw om de hoek, of een schoolgebouw buiten de buurt? “Dat was ook niet zo moeilijk.” De derde vraag bleek cruciaal. Wilt u liever een klas met veertig leerlingen om de hoek, of een klas met twintig leerlingen buiten de buurt? De ouders kozen unaniem voor de grote groep in het gebouw om de hoek.
En dat kon gelukkig. In de eerste plaats fysiek: het kleuterlokaal van de Koningin Emmaschool is groot en ligt pal naast de – eveneens grote – hal. Waar de bouwhoek, de zandtafel en een legotafel een plek konden krijgen.
Verder werkten de ouders mee: zij hebben immers zelf voor de grote groep gekozen. Een aantal ouders helpt op vrijdag - de dag dat de onderwijsassistent afwezig is - vrijwillig mee in de klas. En verder houden ze zich aan de afspraken die de dagelijkse gang van zaken moeten versoepelen. Zo nemen de ouders van groep 2 afscheid op de gang en niet in het lokaal: veertig kinderen plus veertig ouders in de klas zou echt te druk worden. En de kinderen drinken hun tienuurtje bij voorkeur uit plastic bekers met schroefdop en niet uit de bekende kartonnen pakjes met rietjes in cellofaan. Zodat kleuterjuf Verlegh niet elke dag veertig rietjes uit hun verpakking hoeft te peuteren.

Kritische ouders
Ook op de basisschool Nijmeegse School Vereniging II staan de ouders achter de grote groepen, zegt directeur Van der Burgt. “Wij hebben op een speciale ouderavond uitgelegd dat we door bezuinigingen de groepen moesten vergroten. De ouders snappen dat.” Tenminste, vooralsnog. “Het zijn hoger opgeleide, kritische ouders die het maximale uit hun kind willen halen. Dat willen wij ook, maar de mogelijkheden zijn beperkt in klassen met meer dan dertig leerlingen. En als je kind dan op een gegeven moment extra aandacht nodig blijkt te hebben…” In het komende schooljaar zal blijken of het begrip van de ouders blijvend is.
Naast de ouders moeten ook de leerlingen meewerken om het lesgeven in grote groepen te laten slagen. Of liever gezegd: er moeten niet te veel leerlingen tussen zitten die een speciale aanpak nodig hebben. “Met twintig leerlingen in je groep kun je iedereen zorg op maat bieden”, zegt Van der Burgt. “Met dertig niet.”
En ten slotte vormen de leerkrachten natuurlijk de doorslaggevende factor. Op de Nijmeegse School Vereniging II wordt dan ook hard gewerkt aan verdere professionalisering in het omgaan met grote groepen. Er zijn teamtrainingen, vijf leerkrachten volgen de masteropleiding Special Educational Needs. “De leerkrachten hebben hier geen negen-tot-vijfmentaliteit”, zegt Van der Burgt trots. “Ik moet ze aan het einde van de dag regelmatig dwingen om naar huis te gaan. Maar ik hoop dat iedereen het dit jaar gaat redden, met die grote klassen. We voelen de druk wel.”

Klossers
Directeur Zilverberg van de Koningin Emmaschool in Schoonhoven heeft gelukkig twee door de wol geverfde klossers in zijn team: leerkrachten die oude kleuterleidsteropleiding, die nog steeds hoog wordt aangeschreven, hebben gevolgd. En die zeiden: ‘Kom maar op met die grote groep.’ Maar wel parttime. Juf Verlegh: “Je kunt niet in je eentje de hele week voor een groep van veertig leerlingen staan. We storten ons ieder twee of drie dagen lang met al onze energie op deze groep, daarna krijgen de kinderen weer een verse juf.”
De truc van lesgeven aan een grote groep is: een goede voorbereiding en de vaart erin houden, vindt Verlegh. “Normaal bereid je de dag natuurlijk ook goed voor, maar dan kun je best tussendoor nog even wat regelen. Maar ik kan nu niet de klas uit lopen om veertig kleurplaten te printen, dat zou veel te lang duren.”
Verder zorgt ze dat de grote kinderen niet op de jongste kleuters hoeven te wachten. “De vierjarigen zitten vaak eindeloos te tutten, terwijl de zesjarigen al lang klaar zijn. De oudste kleuters gaan dan met de onderwijsassistent even naar buiten of naar de speelzaal. Dan kan ik intussen wat extra aandacht aan de kleintjes geven.”
Tot slot moet ze de teugels strak in handen houden. “Ik ben niet streng, maar wel duidelijk. Laatst wilde een meisje nog even snel een tekening mee naar huis nemen, terwijl iedereen al bezig was om naar huis te gaan. Toen heb ik nee moeten zeggen. Ze was in tranen en dat was niet leuk, maar anders sta ik straks na afloop van de les veertig tekeningen op te zoeken en uit te delen.”

Ziek
Een klas van veertig leerlingen lijkt, kortom, wel mogelijk te zijn. Als de ouders het zien zitten, als de leerkracht het aankan, als het gebouw het toelaat, als er geen echte zorgleerlingen zijn en als, in dit geval, de leerkrachten parttime werken. En als, nog steeds in dit geval, de leerkrachten niet ziek worden. “Want je kunt niet zomaar iedereen voor een groep van veertig leerlingen zetten”, realiseert directeur Zilverberg zich.
“We redden het nog wel”, zegt juf Verlegh. “Al is het lichamelijk zwaar. Ik loop de hele tijd van tafeltje naar tafeltje. Maar het blijkt: een grote groep is niet ideaal, maar ook niet onmogelijk.”

{Kader 1}

Meer dan dertig

Op de basisschool Nijmeegse School Vereniging II hebben bijna alle groepen meer dan dertig leerlingen. Wat vinden leerkrachten daarvan? Een rondgang door de koffiekamer.

“Vroeger eindigden we het schooljaar met 26 kinderen in de kleutergroep”, zegt juf Lyëtte Wullems. “Nu beginnen we ermee. In de loop van het jaar stromen steeds nieuwe kleuters in, zo krijg je elke maand meer werk. Er komen de laatste jaren ook steeds meer zorgleerlingen binnen.”
“Add, adhd, pdd-nos, hoogbegaafdheid, hechtingsproblemen - het lijstje wordt elk jaar langer”, vindt Lonneke Vermeulen. “En ook bij de reguliere leerlingen hebben veel ouders wel een gebruiksaanwijzing voor hun kind, die ze met je willen doornemen.” En dat tikt aan, in een klas van meer dan dertig leerlingen. “Het nieuwe schooljaar is pas een maand oud en ik heb nu al zes oudergesprekken achter de rug.”
Kleuterjuf Bea Klaus stond vele jaren geleden voor een klas van 35 leerlingen. Dat was toen redelijk normaal. “Maar de eisen voor de instroom in groep 3 zijn sindsdien wel veel hoger geworden.” En vroeger registreerden we minder, vult Lyëtte Wullems aan. “Tegenwoordig moet je meer dan dertig kinderen observeren, die observaties moet je vastleggen en bespreken met meer dan dertig ouders.” In het begin had het observatie- en registratiesysteem ook maar één bladzijde, herinnert Lieke Dikkers zich. “Nu zijn dat er negentien. Dat is goed voor het kind, maar het verhoogt de werkdruk behoorlijk.”
Lonneke Vermeulen vindt het ‘puzzelen’ om voldoende aandacht aan alle leerlingen te geven. “Echt contact maken met een leerling is moeilijk in een grote groep. Ik heb daar niet altijd een goed gevoel over.”
“Ik betrap me er wel eens op dat ik een leerling een hele dag niet gesproken heb”, zegt Lotte Teunisse.
Een klas met 29 leerlingen, in plaats van 34, zou al veel verschil kunnen maken, vindt Teunisse. “In een klas van 29 leerlingen heb je één tafelgroepje minder. Dat geeft rust.”
En ruimte, zegt Marleen Janssen. “In een volle klas loop ik overal tegenaan. Minder leerlingen scheelt me blauwe plekken.”
Over tafelgroepjes gesproken: sommige klassen op de Nijmeegse School Vereniging II zijn zo vol dat leraren de bankjes weer in rijen achter elkaar hebben gezet. “In een volle klas zijn leerlingen snel afgeleid”, vindt Marleen Janssen. “Dus staan de tafels hier weer in de ouderwetse opstelling.”
Een volle groep stelt ook grenzen aan de activiteiten die je als leerkracht kunt organiseren. “Je gaat niet zo snel eens met z’n allen timmeren of solderen”, vindt Judith Kroes. “Solderen?!”, reageert Lonneke Vermeulen. “Mijn god, ik moet er niet aan denken. Voordat je alle spullen hebt klaargezet ben je al een kwartier verder.”

{Kader 2}

‘Probeer het niet in je eentje’

Hoe kun je als leraar een grote groep de baas? Tips van Dolf Janson, onderwijsadviseur van APS.

Een grote groep is hard werken voor een leraar. Tenminste, als die leraar alles in eigen hand wil houden. De truc is om leerlingen zelf verantwoordelijk te maken, vindt Dolf Janson, adviseur van APS.
Op het schoolplein meldt een kleuter zich bij de juf. “Juf, jàs”, is de boodschap: de leerling krijgt zijn rits niet dicht. De juf (of meester natuurlijk) die in zo’n geval even snel de jas dichtritst, is de sigaar. “Dan sta je voortaan een paar keer per dag dertig jassen dicht te ritsen.” De truc is om de leerling eerst zelf een beetje moeite te laten doen en hulp te laten zoeken bij medeleerlingen. Er is immers altijd wel een oudste kleuter te vinden die de kunst van het dichtritsen al wel beheerst.
Dat principe geldt ook in de hogere klassen. Tijdens een observatie in een les zag Janson hoe een leraar eerst met de groep de lesstof van de vorige dag doornam. “Vijf of zes leerlingen kregen klassikaal een beurt. Die beurten werden al snel individuele gesprekjes, maar intussen zat de rest zich stierlijk te vervelen. Dat leidde tot gepraat en geschuifel. Dan krijg je het als leraar dus erg druk: je moet beurten geven èn de rest van de kinderen manen om stil te zijn.” Zijn suggestie aan de juf was: laat elke leerling eerst met zijn buurman de stof van vorige keer doornemen. “Dan zijn alle kinderen meteen actief en heb je als leerkracht de gelegenheid om sommige leerlingen even extra te ondersteunen. Laat de kinderen werken, benut hun energie.”
Voorkom ook dat kinderen vragen naar de bekende weg. “Kinderen zijn niet snel geneigd om de opdracht in het boek goed te lezen. Het is veel makkelijker om even aan de leraar te vragen wat er precies moet gebeuren: Juf, moet ik dit allemaal opschrijven?” Trap daar niet in, adviseert Janson. “Laat de kinderen eerst zelf goed de opdracht lezen en laat ze daarna hun interpretatie vergelijken met die van hun buurman of buurvrouw. Als er dan nog steeds iets niet duidelijk is, dan is er de leraar.”
Uiteraard moeten leerlingen wel leren om die eigen verantwoordelijkheid te dragen. “Dat kost tijd en dat gaat soms fout. Dat mag. En je moet als leraar dan ook aandacht besteden aan waarom het deze keer niet lukte. Maar ik zou het echt proberen. Want anders krijg je het in een grote klas echt veel te druk.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.