• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

De heilige overtuigingen van Halbe Zijlstra

Hij is er ´heilig van overtuigd´ dat prestatiebeloning werkt. Denkt dat er ´volgens de wetten van de logica´ in 2012 weer over het salaris valt te onderhandelen, maar betwijfelt of de seniorenregeling bapo nog wel van deze tijd is. Hij kan zich zijn eigen excellente leraar nog feilloos herinneren en had hij nu op de basisschool gezeten “dan was ik zeker geadhdeed”.

De nieuwe AOb-leus ‘Geen bonus maar banen´ vindt hij een leus van niks. “Het allitereert leuk, maar dat kun je toch niet tegenover elkaar zetten? De bezuinigingen op passend onderwijs hebben toch niets met prestatiebeloning te maken?”
Sinds zijn aantreden vorig jaar oktober als staatssecretaris op OCW stond Halbe Zijlstra vooral in de spotlights vanwege de bezuinigingen op de kunsten, de hervormingen in het hoger onderwijs en de perikelen in het hbo. Maar hij heeft ook nog het lerarenbeleid onder zijn beheer. Dit jaar zette hij zijn handtekening onder de nota Leraar 2020- een krachtig beroep!. Daarin staat hoe hij de toekomst van de leraar ziet. Prestatiebeloning is een van de speerpunten. De AOb wil de 250 miljoen die daarvoor vanaf 2016 structureel beschikbaar is, inruilen tegen de bezuiniging op passend onderwijs die 6000 fte’s kost.
Zijlstra gaat direct vol op het orgel. “Ik vind dat het een niets met het ander te maken heeft. Bij passend onderwijs gaat het erom dat we, ook in vergelijking met andere landen, veel te veel zorgleerlingen hebben. Ik heb zelf een zoontje van 3. Als ik zie welke vragen er allemaal passeren op het consultatiebureau, dan is het een wonder dat er nog kinderen zijn die normaal genoemd worden. In hoeverre is het terecht dat zoveel kinderen een stempeltje krijgen? Dat is de kernvraag. Daar willen we een eind aan maken. De AOb-campagne gaat voorbij aan die vraag. Als onderwijsvakbond zou je toch ook wel kritisch moeten kijken naar het systeem, want er moet wat veranderen.”
Uit de cijfers blijkt dat het aantal zorgleerlingen in het basisonderwijs daalt, maar in het voortgezet onderwijs stijgt met leerlingen die ernstige problemen hebben. Die zet je toch niet zomaar weg?”
“Er blijven ook heel veel zorgleerlingen over. In onze plannen gaat er niets af van het huidige aantal leerlingen, de bedoeling is alleen dat het niet blijft groeien.”
Maar toch, waarom prestatiebeloning? Niemand uit het onderwijs vraagt erom.
“Ja, ik heb de enquête van de AOb gezien, maar ik zag ook andere enquêtes met een andere uitslag. Er is tot nu toe nooit serieus onderzoek naar gedaan. We voeren het ook niet direct in, er zijn eerst experimenten waar scholen zich nu voor opgeven. Als echt blijkt dat het niet werkt, zullen we het niet doorzetten. Hoewel we er nu heilig van overtuigd zijn dat het wel werkt. Ik hoor dat het kan leiden tot ruzie in de personeelskamer, maar ik vind dat geen goed argument. Verschillen in prestaties mogen ook bij leraren worden beloond.”
Gaat het om hogere leerlingprestaties, dan haken de meeste mensen af. Bovendien is dat heel fraudegevoelig.
“Nee en ja. Het gaat er natuurlijk om dat leerlingen zo goed mogelijk worden opgeleid en de kwaliteit van de docent is daarbij van groot belang. Prestatiebeloning zie ik als een sluitstuk van het personeelsbeleid. De functiemix zorgt dat leraren carrière kunnen maken voor de klas, dat is een structurele beloningscomponent. Prestatiebeloning is incidentele beloning en geeft de mogelijkheid iets extra’s te doen voor een docent die iets speciaals heeft gedaan.”
Dat mag binnen de huidige cao toch ook al?
“Maar het gebeurt niet. Kijk, het is niet het ultieme middel, het is geen zwart-witdiscussie. Ik deel de kritiek dat het niet zeker is of het werkt, ik sta daar redelijk ontspannen in. Het zou mooi zijn als ze dat bij de vakbond ook deden in plaats van alleen maar tegen zijn. Want als het werkt, wat is er dan mis mee?”

Politiek correct
VVD-Kamerlid Ton Elias noemde het Convenant Leerkracht in een interview met het Onderwijsblad (nummer 14) maatschappelijk onverantwoord. De vorige minister van Onderwijs, Plasterk, heeft een miljard aan het onderwijs gegeven zonder dat er iets tegenover staat. Vindt u het ook weggegooid geld?
“Nee, er staat niet voor niets in het regeerakkoord dat we ermee doorgaan. Er wordt dit jaar 700 miljoen uitgetrokken voor de functiemix en de Lerarenbeurs. De kritiek was altijd dat leraren alleen meer konden verdienen in een managersfunctie. Daarom is beloningsdifferentiatie voor dit kabinet heel belangrijk, maar in sommige sectoren blijft het nog wel achter. De stagnatie is het ergste in het mbo, daar loopt het nog niet zo soepel, om het maar politiek correct te zeggen.”
Daar worden steeds meer instructeurs in dienst genomen. Nog slechts 59 procent is bevoegd docent.
“Dat is ook een groot punt van zorg. Daarom moeten onbevoegde docenten na een jaar een traject in waardoor ze hun bevoegdheid halen. In het mbo gaan de eisen omhoog van het eindniveau, die worden getoetst. Het niveau van de docenten voor de algemeen vormende vakken moet ook omhoog, daar zullen ook docenten een master moeten gaan halen.”
Hoe dwingt u dat af? Er zijn nogal wat besturen met slecht personeelsbeleid.
“Via het register, dat nu door de sector zelf wordt opgezet. In 2018 moet dat een civiel effect krijgen. Iedereen staat in dat register. Als je niet aan de eisen voldoet, verlies je je bevoegdheid, dan mag je geen les meer geven. We gaan toe naar een situatie dat werkgevers geen onbevoegde docenten meer in dienst mogen hebben. Met het huidige lerarentekort is dat natuurlijk geen sinecure.”

Nullijn
Tot grote frustratie van de bonden werd de salarisverhoging van het Convenant direct weer verminderd door de nullijn voor twee jaar. Valt er in 2012 weer te onderhandelen?
“Ik ga er voorlopig wel vanuit, maar we hebben nu te maken met een eurocrisis, dus volgende week kan dat weer anders zijn. De tweejarige nullijn is in 2010 en 2011 uitgevoerd, dus volgens de wetten van de logica kan er in 2012 weer onderhandeld worden.”
Er is de prestatiebeloning, het Convenant Leerkracht, de nullijn, plus een brief aan de Stichting van het Onderwijs waarin u de bapo ter discussie stelt. Wilt u niet als overheid zelf weer cao-onderhandelaar zijn?
“Nee, die behoefte heb ik niet, dat laat ik graag aan de sociale partners over. Wij hebben beleidsuitgangspunten en hopen daarmee een vliegwieleffect te hebben. Zodra het werkt trekken wij ons weer terug. Die bapo-brief was op verzoek van de Kamer waarvan wij de dienaar zijn.”
Wat vindt u zelf van deze regeling voor oudere docenten?
“Persoonlijk heb ik mijn twijfels of die nog past in de tijdgeest. Gezien de tekorten is het de vraag of het nog steeds zo is dat docenten daardoor langer blijven werken, of dat ze alleen uren hebben ingeleverd. Wij hebben de sociale partners gevraagd of dit nog het juiste instrument is. Zelf heb ik de laatste tijd geen goede argumenten gehoord om de regeling te handhaven.”

Te weinig tijd
De docent moet centraal staan in het onderwijsproces schrijft u in de nota Leraar 2020. Zelf klagen ze erover dat er te veel regels zijn en dat ze te weinig tijd krijgen. Gaat u daar wat aan doen?
“Volgens mij hebben leraren momenteel in de wet een positie die beter is dan ze zelf doorhebben. Er is veel commentaar geweest op het competentiegericht onderwijs in het mbo, maar de medezeggenschapsraden hadden daar heel veel van kunnen tegenhouden. Je moet oppassen om steeds weer de overheid te vragen om de leraren in positie te helpen. Mijn verantwoordelijkheid is het dat de medezeggenschapsraden goed functioneren. Het gaat om het evenwicht, countervailing power. Aan de andere kant staat de schoolleiding die het beleid uitstippelt, want het is geen arbeiderszelfbestuur. Ik zie nu in het hbo dat als dit evenwicht goed werkt er veel minder problemen en frustraties zijn. Bij Inholland werkte de medezeggenschap niet en bestonden de examencommissies vooral op papier en dan gaat het dus fout.”
En de raad van toezicht?
“De raad van toezicht heeft daar geen goed toezicht gehouden en dan druk ik mij politiek correct uit. Maar ik vind dat docenten niet op hun rug moeten gaan liggen en hun armen in de lucht steken. Het vereist ook een kritische houding om zelf in het geweer te komen.”
Bij Inholland was het vier jaar geleden al zo dat de angst regeerde. Niemand durfde iets te zeggen uit angst ontslagen te worden.
“Ja, als het al zover is dan zit je in zo´n situatie al helemaal fout. Daarom is het ook zo belangrijk dat de medezeggenschapsraad functioneert.”

Excellent
In uw nota komen veel excellente leraren voor. Wie was uw excellente leraar?
“Carel Zuil, geschiedenisleraar op het vwo. Hij was in staat iets zo beeldend te vertellen dat je, als je je ogen dicht deed, zelf bij wijze van spreken tussen de Romeinen rondliep. Op de lagere school was het meester Westra die je als leerling wist te binden, maar die ook met al die verschillende karaktertjes wist om te gaan. Ik was nogal druk en moest dan een rondje om de school rennen. Als ik nu op een basisschool had gezeten was ik zeker `geadhdeed´. Dus, om het cirkeltje rond te maken, als je voor sommige zaken altijd de financiering klaar hebt staan, dan kan dat ook een stimulans zijn om steeds meer zorgleerlingen aan te wijzen, want die brengen immers geld op.”

{kadertje}
CV Halbe Zijlstra
Geboren in Oosterwolde (Fr.) in 1969. Deed marketing aan de Hanzehogeschool en sociologie aan de Universiteit van Groningen. Werd in 2001 eigenaar van een projectmanagementbureau. Vanaf oktober 2006 was hij Tweede Kamerlid van de VVD, onder andere woordvoerder hoger onderwijs en lid van de parlementaire onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen. Op 14 oktober 2010 werd hij benoemd tot staatssecretaris.
Hij begon zijn politieke loopbaan in de gemeenteraad van Utrecht waar hij nog steeds buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is, omdat hij het heel leuk vindt om huwelijken af te mogen sluiten, vooral van vrienden.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.