• blad nr 15
  • 1-10-2011
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

De beste juf

Soms stemmen ze wat moedeloos, de wetenschappelijke ideeën over de beste manier om les te geven aan peuters en andere jonge kinderen. Twintig of dertig kleintjes in een klas, dat gáát helemaal niet, zegt een expert. En een ander merkt op dat je drie- tot achtjarigen eigenlijk niet kunt laten stilzitten. Dat komt de leerprestaties niet ten goede. Wijze woorden, onderbouwd met decennialang lopend onderzoek, maar wat kun je ermee in de praktijk?

Tekst Michiel van Nieuwstadt

Eind vorige maand publiceerde het toonaangevende wetenschapsblad Science een speciale bijlage over lesgeven aan jonge kinderen. Gelukkig presenteren de (vooral Amerikaanse) pedagogen en psychologen niet alleen onhaalbare doelstellingen. Tien overzichtsartikelen, die tezamen enkele honderden wetenschappelijke studies samenvatten, bieden aanknopingspunten voor het dagelijks werk van juffen en peuterleiders.
Kijk bijvoorbeeld goed waar kinderen mee bezig zijn en probeer aan te haken op hun soms grillige gedachtegang. Vraag kinderen die in de poppenhoek gaan spelen van tevoren wat ze van plan zijn en informeer na afloop wat er van hun plannetje terecht is gekomen. Vertel een mooi verhaal over de maan en leg dan ongemerkt een paar lastige woorden uit.
Velen zullen dergelijke voorbeelden herkennen. “Toch zien we dat deze zaken in de praktijk ook vaak niet gebeuren”, zegt de Utrechtse hoogleraar orthopedagogiek Paul Leseman. “En het moet wel. Dat tonen deze studies aan.”

1. Doen alsof

Een eerste belangrijke conclusie van Science is dat vaardigheden als zelfbeheersing, creativiteit en concentratie – de wetenschappers spreken van executieve functies – voorwaarden zijn om goed te leren lezen, schrijven en rekenen. “De studies laten zien dat je breed moet kijken naar de ontwikkeling van een kind”, zegt orthopedagoog Sieneke Goorhuis-Brouwer, emeritus hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Je kunt de intellectuele ontwikkeling niet los zien van de rest. Er is de laatste tijd te veel gefocust op beginnende geletterdheid en gecijferdheid.”
Adèle Diamond (University of British Columbia) publiceert in Science een lijst met activiteiten waarvan is aangetoond dat ze concentratie, focus en zelfbeheersing verbeteren. Rollenspelen staan hoog op dat lijstje. Recente studies bevestigen het belang van doen alsof, iets dat de Russische psycholoog Lev Vygotsky meer dan een halve eeuw geleden ook al inzag. “Speel maar na dat moeder het druk heeft met het huishouden en hoe ze zich dan voelt”, zegt Leseman. “Het is een heel krachtige manier om empathie te bevorderen en ook om negatieve emoties te reguleren.”
Nuttig voor de executieve functies zijn ook computerspelletjes die het werkgeheugen vergroten, hardlopen, oosterse vechtsporten (taekwondo), yoga en circusacts. “Het circus maakt kinderen vrolijk”, zegt Diamond. “Het geeft ze het gevoel dat ze ergens bij horen. Je moet je concentreren en je ontwikkelt je lichaam. Wat wil je nog meer?”
Diamond is een van de wetenschappers die waarschuwen dat je kinderen niet te lang mag dwingen om in de klas stil te zitten. “Vooral jongetjes krijgen daardoor een hekel aan school”, zegt zij. “Er wordt de hele dag tegen ze geschreeuwd dat ze op hun stoel moeten blijven. Laat ze toch lekker bewegen.”
Maar hoe doe je dat in een kleine klas waar je orde wilt houden? “Je moet er in elk geval voor zorgen dat kinderen elk uur ten minste een kwartier in beweging komen”, zegt Diamond. “Hoe de kinderen moeten bewegen maakt niet uit. Juffen moeten daar zelf creatief in zijn.”
De vaardigheden die Diamond belangrijk vindt, worden ook gestimuleerd als kinderen een taak of opdracht moeten uitvoeren, zonder dat ze voortdurend gecorrigeerd worden. Hoe dat gaat? “Denk aan iets simpels als een bordje van een mond en een bordje van een oor”, zegt Diamond. “Kinderen die een bordje met het oor vasthouden moeten luisteren, kinderen met de mond mogen praten. Het mooie van zo'n systeem is dat kinderen die zo'n plaatje vasthouden, blijvend aan hun opdracht herinnerd worden. Dat is heel iets anders dan een commando als houd je mond. Dat is immers na een paar seconden weer uit hun bewustzijn verdwenen.”

2. Mooie praatjes zijn er niet voor niets

De Science-studies belichten nadrukkelijk het belang van veelzijdig taalgebruik in de klas. Als je maar mooie taal gebruikt, dan kun je bij de kleintjes met bijna alles aankomen, ook met wiskunde of exacte wetenschap.
Paul Leseman zegt daarover: “Er zijn zoveel studies die aantonen dat de taal van jonge kinderen enorm wordt gestimuleerd als leraren mooie woorden gebruiken, goede zinnen formuleren en mooie verhalen vertellen. Tegelijkertijd zien we in Nederland, net als in Amerika, dat veel leerkrachten dat niet doen, misschien gewoonweg niet kunnen.”
Hoe lastig het is om voor de klas helder te praten over een onderwerp als wetenschap maakt de Amerikaanse orthopedagoog David Dickinson (Vanderbilt University) duidelijk met een stripverhaaltje, gebaseerd op video-opnamen van een echte les. In de les brengt de juf haar leerlingen in verwarring met een verkeerde uitleg van het begrip ‘vervagen’: ze zegt dat de kleur van een wit T-shirt vervaagt als het samen met een zwart T-shirt in de wastrommel zit. Maar ze bedoelt dat het zwarte T-shirt zijn kleur verliest en dat het witte vergrijst.
Beter leren praten voor de klas is nog niet zo eenvoudig. Dickinson ontdekte dat een kortdurende cursus niet zo veel helpt. Intensieve coaching (door op dat vlak sterkere collega's) werkt al beter. Ook Leseman gelooft daarin: “Collega's moeten van elkaar leren”, zegt hij. “Die cultuur mis ik vaak in het onderwijs. Er moet wel minimaal een paar uur in de week voor worden vrijgemaakt. Coaching werkt beter dan het stellen van hogere, algemene eisen aan het opleidingsniveau van juffen of groepsleiders, zoals dat nu in Amerika gebeurt.”

3. Grillige paden

Verschillende Science-auteurs benadrukken hoe belangrijk het is om kinderen niet alleen te overladen met kennis en eigen ideeën, maar vooral in te spelen op datgene waar zij zelf mee bezig zijn.
Een mogelijk uitgangspunt voor gesprekken is de wetenschappelijke interesse van peuters of kleuters. “Kinderen zijn al heel jong geïnteresseerd in van alles en nog wat rond wetenschap”, zegt Leseman. “Waarom wordt het donker, hoe zit het met de maan, waarom blijven dingen drijven? Dat soort onderwerpen kun je gebruiken om kinderen spelenderwijs nieuwe woorden aan te reiken.”
David Klahr (Carnegie Mellon University) benadrukt hoe belangrijk het is om niet zomaar kennis over een kind uit te storten maar precies na te gaan welke misvattingen er bij een kind bestaan. Een verhaaltje over de aarde die rond de zon draait, beklijft veel beter als je kinderen eerst vraagt wat zij ervan denken: oh ja, beweegt de zon omhoog en omlaag, kan de juf dan vragen, denken jullie echt dat dat klopt?
Dickinson citeert studies die aantonen hoe belangrijk boeken zijn voor de allerkleinsten. Op zichzelf geen verrassing. Interessant is wel hoe groot in de praktijk de verschillen zijn in de manier waarop die boeken worden gebruikt. De ene juf leest stug een verhaal voor en houdt het daarbij. Een andere vraagt de kinderen simpelweg informatie op te hoesten: hoeveel vlekken heeft de koe op dit plaatje, welke kleur heeft de schildpad?
Volgens Dickinson proberen de beste juffen te achterhalen wat een kind zelf van een verhaal heeft opgestoken. Dat is vervolgens uitgangspunt voor discussie. “Het is goed om kinderen te laten verwoorden wat er in een verhaal is gebeurd”, bevestigt Leseman. “Of om ze te laten vertellen wat ze denken dat er gaat gebeuren.”
De Amerikaanse onderwijsspecialist Julie Samara (New York University) vindt dat kleuterleiders te vaak getallen gebruiken in liedjes en verhaaltjes zonder goed op te letten wat kinderen er precies van oppikken.
“Je moet proberen na te gaan hoe goed een kind de getallen in een liedje begrijpt”, zegt zij. “Als je voor een kind acht muntjes op tafel legt, dan zal het misschien tellen: 1-2-3-4-5-6-7-8. Veel mensen zullen dan weglopen en denken dat een kind het begrepen heeft. Een goede leerkracht zal ook nog vragen: hoeveel muntjes liggen er nu? Als een kind die vraag juist beantwoordt, dan begrijpt het dat het einde van het rijtje het totale aantal muntjes is. Dat lijkt voor ons vanzelfsprekend, maar is het niet. Als een kind het nog niet begrijpt, dan moet je het helpen, bijvoorbeeld door te werken met kleinere getallen. Veel kinderen kunnen in een oogopslag zien hoeveel een, twee, drie of zelfs vier is. Je kunt een kind dan dus eerst vragen hoeveel ogen het ziet op de vier van een dobbelsteen en daarna de ogen laten tellen.”
Begeleid spel, het volgen van grillige gedachtekronkels, kinderen het initiatief geven en meegaan in hun spel. Veel van de leermethoden waarover de wetenschap enthousiast is, werken het beste een-op-een of in heel kleine groepjes. Dat lijkt een enorm praktisch probleem. “Met peuters en kleuters moet je nooit klassikaal werken”, zegt Goorhuis-Brouwer. “Je bent binnen de kortste keren hun aandacht kwijt.”
Na enig aandringen ziet zij gelukkig toch een oplossing: “Je kunt ze in groepen laten samenwerken. Jonge kinderen communiceren rijk en expressief met elkaar. Het taalgebruik dat zij toepassen in hun onderlinge fantasiespel, is rijk en creatief.”
Leseman kan zich daarin vinden: “Kinderen kunnen er veel van opsteken als je ze zelfstandig in de poppenhoek laat spelen”, zegt hij. “Dan is het wel verstandig als de leerkracht ze van tevoren vraagt om een plannetje te maken en na afloop informeert wat ze hebben gedaan. In de tussentijd kun je dan de anderen extra aandacht geven.”


8 tips voor het dagelijks werk

-Kijk goed waar kinderen mee bezig zijn en probeer aan te haken op hun soms grillige gedachtegang.
-Vraag kinderen die in de poppenhoek gaan spelen wat ze van plan zijn en informeer na afloop wat er van hun plannetje terecht is gekomen.
-Vertel een mooi verhaal over de maan en leg dan ongemerkt een paar lastige woorden uit.
-Dwing kinderen niet om te lang stil te zitten. Laat ze lekker bewegen.
-De taal van jonge kinderen wordt enorm gestimuleerd als leraren goede zinnen formuleren en mooie verhalen vertellen.
-Coaching werkt beter dan het stellen van hogere eisen aan het opleidingsniveau van juffen.
-Kleuterleiders gebruiken te vaak getallen in liedjes en verhaaltjes zonder goed op te letten wat kinderen er precies van oppikken.
-Laat kinderen in kleine groepjes samenwerken.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.