• blad nr 14
  • 17-9-2011
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Bij passend onderwijs zijn de leraren opvallend onzichtbaar

De belangrijkste les uit al het onderzoek naar onderwijsinnovatie is dat van een aanpak die niet leidt tot ander gedrag van leraren, geen enkel effect valt te verwachten. Passend onderwijs dreigt het volgende hoofdstuk te worden in een geschiedenis van mislukte pogingen om via overheidsbeleid de omvang van het speciaal onderwijs in Nederland te beperken.

Tekst Sietske Waslander

Al vele jaren wordt getracht de groei van het speciaal onderwijs in Nederland een halt toe te roepen. Gedifferentieerd lesgeven door leraren in het reguliere onderwijs is daarvoor een voorwaarde. Zo beschouwd is passend onderwijs een innovatie die het hart van het onderwijs raakt. De belangrijkste les uit al het onderzoek naar onderwijsinnovatie is dat van een aanpak die niet leidt tot ander gedrag van leraren geen enkel effect valt te verwachten.
Het beleidstraject passend onderwijs is vanuit het perspectief van leraren kort samen te vatten als ‘mooie woorden, weinig daden’. Leraren zijn in het hele traject opvallend onzichtbaar.
Van overheidswege richten de interventies zich op het verdelen van verantwoordelijkheden, het verleggen van geldstromen, het ontwikkelen van procedures en het creëren van randvoorwaarden.
Het is dan ook weinig verrassend dat na verloop van tijd bleek dat het beleid vooral tot bestuurlijke drukte heeft geleid. Het nieuwste wetsvoorstel geeft meer duidelijkheid over de zorgplicht, de vorming van samenwerkingsverbanden, de verdeling van verantwoordelijkheden tussen samenwerkingsverbanden en schoolbesturen en over de financieringssystematiek. Maar juist nu overschaduwen aangekondigde bezuinigingen de meer onderwijsinhoudelijke doelen van passend onderwijs. Zo ontstaat – opnieuw – de indruk dat het beleid louter bestuurlijke en financiële ambities heeft. We moeten dan ook niet verbaasd zijn als de komende tijd veel bestuurlijke drukte ontstaat op het regionale niveau van samenwerkingsverbanden waar het verdelen van schaarse middelen en het invullen van bezuinigingen veel aandacht zal vragen. De meer onderwijsinhoudelijke doelen van passend onderwijs – waaronder het versterken van gedifferentieerd lesgeven in het reguliere onderwijs – worden niet expliciet gemaakt.

Paradoxaal
Toch loopt de ambitie leraren beter om te laten gaan met verschillen in de klas, al decennia als een rode draad door het beleid. Of misschien beter gezegd: er onderdoor. Ook bij
passend onderwijs. Het impliciet blijven van deze ambitie heeft ongetwijfeld te maken met de normatieve geladenheid van het onderwerp. Bewindslieden willen of durven zich er niet over uit te spreken. De grondwettelijk verankerde vrijheid van inrichting van het onderwijs door schoolbesturen speelt hierbij een rol.
Het is overigens zeer de vraag hoe houdbaar de stelling is dat schoolbesturen autonoom zijn en dat de overheid zich niet uitspreekt over de inhoud van het onderwijs. Inspanningen op het gebied van taal en rekenen laten zien dat de overheid – via de weg van prestatie-indicatoren en toetsen – het primaire proces in het onderwijs tot in detail stuurt. Doordat de onderwijsinhoudelijke doelen van het beleid impliciet blijven, ontbeert het landelijke beleid een concept dat op regionaal en lokaal niveau kan worden doorvertaald naar het concrete niveau van het dagelijks handelen van leraren. Zo beschouwd was het logischer geweest als passend onderwijs niet zou zijn ingezet als een apart beleidstraject gericht op zorgleerlingen, maar onderdeel zou zijn gemaakt van het bredere streven naar kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Immers, alle leerlingen hebben baat bij leraren die zich de complexe vaardigheid van gedifferentieerd lesgeven eigen hebben kunnen maken.
Het gaat er hier niet om dat leraren geen inzet of geen initiatieven zouden tonen, of daar door geen enkel schoolbestuur in gestimuleerd zouden worden. Het gaat er hier om dat die inzet via het landelijke beleid eerder wordt gehinderd dan geholpen.

Ritueel karakter
Op dit moment dreigt passend onderwijs het volgende hoofdstuk te worden in een geschiedenis die zich herhaalt. Een geschiedenis van mislukte pogingen om via overheidsbeleid de
omvang van het speciaal onderwijs in Nederland te beperken.
Het vraagstuk van groeiende aantallen zorgleerlingen wordt geherdefinieerd tot een opgave voor afzonderlijke schoolbesturen die daar met de inwerkingtreding van de zorgplicht volledig verantwoordelijk voor zijn. Meer structurele ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de groei van het aantal zorgleerlingen verdwijnen daardoor uit beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om verbeterde diagnostiek, zich verruimende definities voor afwijkend gedrag, hoge verwachtingen van ouders, enzovoort.
Al met al dreigt passend onderwijs een rituele dans te worden. Spelers die bij het beleid betrokken zijn, worden onderdeel van een ongewilde dans waarmee ze bijdragen aan het legitimeren van het ritueel. Voor de spelers ontstaat een spanningsveld tussen enerzijds blijven dansen om invloed uit te oefenen, wetende dat men daarmee het proces legitimiteit verschaft, en anderzijds de dans beëindigen, wetende dat men daarmee ook de mogelijkheid van beïnvloeding opgeeft. De organisaties die de belangen van leraren behartigen, ervaren dit spanningsveld al geruime tijd, wat afwisselend leidt tot aanzitten en opstappen.
De Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs (ECPO) dreigt in eenzelfde spanningsveld terecht te komen, ook al is ze onafhankelijk. Vanaf het moment dat de commissie werd ingesteld heeft ze de rol van de leraar benadrukt. En dat keer op keer, bij nagenoeg elk advies en elke tussenrapportage herhaald. Veel effect heeft dat tot dusver niet gehad. Het herhalen van de boodschap dreigt daardoor eveneens een ritueel karakter te krijgen. Zo ontstaat ook voor de ECPO de paradoxale situatie dat het benadrukken dat het beleid onder de huidige randvoorwaarden geen kans van slagen heeft, datzelfde beleid legitimeert.

Dit is het slothoofdstuk van het essay dat Sietske Waslander, hoogleraar sociologie, schreef op verzoek van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs. Het is opgenomen in de brochure ‘Passend onderwijs - Passend beleid? Drie visies op beleidsvorming rondom passend onderwijs’. De twee andere bijdragen komen van Victor Bekkers, hoogleraar bestuurskunde, en Mirko Noordegraaf, hoogleraar publiek management. De publicatie is te downloaden via www.ecpo.nl

Debat
Op woensdag 28 september vindt een debat plaats over leerkrachten en passend onderwijs, georganiseerd door de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs. Passend onderwijs voltrekt zich tot nu toe grotendeels over de hoofden van leerkrachten heen. Tijdens het debat komen in de eerste plaats aan het woord leerkrachten, intern begeleiders, zorgcoördinatoren en schoolleiders. Daarnaast is er ruimte voor bijdragen van coördinatoren van samenwerkingsverbanden, onderwijsadviseurs, ambulant begeleiders, wetenschappers en ambtenaren.
De bijeenkomst is bestemd voor iedereen die werkzaam is in en rond het basis- en voortgezet onderwijs. Het doel is een beeld te krijgen van de weerbarstige praktijk en hoe een idee als passend onderwijs daarop aangesloten kan worden. Reserveren is nodig en dat kan via www.ecpo.nl. De entree is gratis.
Woensdag 28 september, 15.30-17.30 uur, de Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, Amsterdam.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.