- blad nr 14
- 17-9-2011
- auteur R. Wisman
- Redactioneel
Geen directeurentekort bij de Haagse Scholen
Van leerkracht naar schoolleider
Om het toekomstige tekort aan schoolleiders op te vangen, startten de Haagse Scholen in 2007 een opleidingstraject voor leraren met directiepotentie. Het werpt vruchten af. “Ik heb nog geen moment gedacht: waar ben ik aan begonnen”, aldus een kersverse directeur.
‘Groeiend tekort aan schoolleiders’, kopte het Onderwijsblad in juni dit jaar. Door de vergrijzing hebben veel schoolbesturen moeite om de vacatures voor directeuren tijdig en adequaat in te vullen. Bij stichting de Haagse Scholen (die 54 scholen voor basis- en speciaal onderwijs in de regio Den Haag bestuurt) is daar geen sprake van, liet bestuurslid Wim Smink de redactie van het Onderwijsblad weten. Zij zetten hun vooruitziende blik vijf jaar geleden om in actie.“Wij constateerden dat de helft van onze zestig directeuren ouder was dan 55 jaar. De komende tien jaar zouden er dus enorm veel met pensioen gaan. Om deze vacatures op te kunnen vullen, ontwikkelden we een intern opleidingstraject.”
In 2009 startte dit traject met tien en in 2010 met zeven kandidaten: leerkrachten die naast hun werk voor de klas een managementtaak vervullen of die daar de potentie voor hebben.
Van deze zeventien kandidaten (dertien vrouwen, vier mannen) zijn er inmiddels acht aangesteld als directeur. De rest heeft voorlopig een baan met managementtaken met uitzicht op een functie als schoolleider. Vincent Wanschers is een van de nieuwe directeuren. In augustus stroomde hij na acht jaar leraarschap door naar een positie als leider van de Max Velthuijs basisschool (160 leerlingen) in Den Haag.
Of hij altijd al schoolleider wilde worden? “Nee”, zegt hij ronduit. “En als je mij dat vijf jaar geleden had gevraagd, had ik er ‘nooit van mijn leven’ aan toegevoegd. Ik ging het onderwijs in, omdat ik van kinderen houd. Gaandeweg ben ik daar beleidsmatige dingen bij gaan doen, zoals de medezeggenschapsraad. Een andersoortige uitdaging die me ook goed bleek te liggen.”
Het was een verrassing dat zijn leidinggevende hem had opgegeven voor het opleidingstraject. “Toen ik dat hoorde, schrok ik me wild. Ik doe het niet, dacht ik eerst.” Er bleek echter voldoende twijfel, want een collega wist hem over te halen.
Samen met de negen andere kandidaten deed hij een jaar lang een dag per week kennis op over het schoolleidersvak in zijn algemeenheid - hoe maak je een begroting, hoe bereken je de normjaartaak – en over specifieke beleidsonderdelen van de scholen van de Haagse stichting (bepaalde softwareprogramma’s en ziekteverzuim bijvoorbeeld).
Bestuurslid Smink: “De kracht van het traject ligt in de directe vertaling van de kennis en informatie naar de praktijk op onze scholen. De interne opleiding zorgt ervoor dat ze de organisatie door en door kennen voordat ze in functie zijn. De medewerkers van het bestuurskantoor kennen de toekomstige directeuren al waardoor de samenwerking een stuk makkelijker is.”
Naast een gezamenlijk deel biedt de opleiding ook een op de persoon toegesneden deel. Omdat Wanschers nog geen managementervaring had, liep hij een stage waarbij hij directeursopdrachten moest uitvoeren, zoals het maken van een school- en leerlingenzorgplan.
En nu is hij dus bezig met het echte werk. Bij de Max Velthuijsschool krijgt hij de gelegenheid langzaam op te bouwen, want de scheidend directeur werkt nog twee dagen per week. De eerste weken waren desondanks pittig, geeft hij toe. Maar hij heeft geen spijt van zijn keuze. “Ik weet hoe het zit en waar ik informatie kan vinden. Dat moet ik mezelf eigen maken. Ik heb nog geen moment gedacht: waar ben ik aan begonnen?”
“Ik mis de kinderen wel. Als ik dit werk goed in de vingers heb, zie ik mezelf wel weer een dag per week voor de klas staan. Betrokken blijven bij het primair proces vind ik belangrijk.”
Energie
Ook Margreeth Alta is sinds het begin van dit schooljaar begonnen als directeur. En ook voor haar was het schoolleiderschap geen lang gekoesterde wens. Tijdens haar werk als leerkracht en intern begeleider kwamen er steeds meer beleidstaken bij. “Ik merkte dat het me energie gaf om een bijdrage aan te leveren die verder reikt dan de individuele ontwikkeling van de kinderen alleen.”
Het bleef niet onopgemerkt. Haar directeur zei: Daar moet je wat mee. Toen het scholingstraject startte, zette deze haar aanmelding in gang. “Ik vond het fantastisch dat ik was voorgedragen. Het feit dat iemand met wie je intensief samenwerkt managementpotentie in je ziet, ervaar ik als een mooi compliment voor mijn werk tot dan toe.”
Net als de andere voorgedragen kandidaten moest ze na de aanmelding nog wel een sollicitatiebrief schrijven, en een assessment ondergaan, benadrukt Alta.
Ze is nu directeur van het Volle Leven (400 leerlingen) en nam het stokje over van een interim die een aantal onderwijsvernieuwingen in gang had gezet, zoals een verbetertraject voor de leesvaardigheid en een ander instructiemodel voor de leerkrachten. Alta: “Aan mij de taak door te pakken, te borgen en de school naar een hoger niveau te tillen.”
De opleiding bereidde haar goed voor op die taak, vindt ook zij. “Omdat ik al ervaring had met het opstellen van een begroting en taak- en registratiebeleid, lag in mijn persoonlijke opleidingsdeel de nadruk op het verdiepen van kennis en op persoonlijke ontwikkeling; wie ben je en hoe verhoudt zich dat tot je rol als directeur.” In dit verband deed ze bijvoorbeeld vergadertechnieken op en dacht na over vraagstukken die te maken hebben met het creëren van draagvlak.
Somber
Dat het beroep van schoolleider een zware, matig betaalde klus is, en daarom niet erg populair meer onder leerkrachten, sluit niet aan bij de realiteit. Alta: “Dat is me wat te somber. Ik kijk naar andere dingen. Heb ik plezier? Vind ik er voldoening en uitdaging in en krijg ik er energie voor terug? Dan doe ik het graag en ben ik ook bereid dat ene tandje harder te werken.” Ze werkt momenteel zo’n vijftig uren per week. “Ik vertrouw erop dat het zich in de loop der tijd meer reguleert.”
Ook Wanschers draait overuren. “Door moderniseringen in het schoolgebouw was het de eerste week onrustig. Ik hield me bezig met keukenblokken en afzuigkappen, maar ook met het computernetwerk. Tussendoor wilde een leerkracht weten hoe het zit met de bapo als onderdeel van de normjaartaak. Mijn voorganger zou het zo uit zijn mouw schudden, maar ik moet daar apart induiken. En waar haal je bijvoorbeeld een speldje voor iemand die 25 jaar werkzaam is bij het openbaar onderwijs in Den Haag?”
Ja, het is hard werken, vindt Wanschers. “Ik maak nu wat meer uren, en hoop er in de loop van het jaar wat terug te nemen. Het voelt trouwens niet als overwerk, omdat ik mijn werk met plezier doe.”
En hoe denken de gepromoveerde leerkrachten over het salaris?
“Een heel betrekkelijke vooruitgang”, vindt Wanschers die hoopt dat hij als leider van een school met minder dan 200 leerlingen mogelijk in de DB-trede komt.
“Ik heb deze stap niet voor het geld gemaakt”, zegt Alta. “Maar ik heb een aardig groeiperspectief: ik ben jong en kan nog wat schalen klimmen.”
In 2012 gaat een nieuw scholingstraject van start waarvoor momenteel de selectieprocedure loopt, want niet iedereen kan directeur worden. Bestuurslid Smink. “Je moet ongelooflijk betrokken zijn bij wat je doet. Passie hebben. Anders red je het niet.”
{kader}
Kosten en baten
Het opleidingstraject tot schoolleider is een initiatief van stichting de Haagse Scholen die 54 scholen onder haar hoede heeft. Een extern bureau (Maatschap Onderwijs) verzorgt het algemene opleidingsdeel dat zich richt op onderwijskundig en persoonlijk leiderschap (en de mogelijkheid tot certificering). Het bestuur verzorgt het opleidingsdeel dat draait om specifieke kennis en vaardigheden voor scholen die bij de stichting aangesloten zijn.
Het scholingstraject kost ongeveer 90 duizend euro per kalenderjaar. Dit budget ontstaat door van alle schoolbudgetten een beetje af te romen. Alle scholen betalen mee. “Ze hebben er allemaal belang bij”, aldus bestuurslid Wim Smink. Leerkrachten die het traject volgen hoeven niet mee te betalen aan de kosten.
‘Groeiend tekort aan schoolleiders’, kopte het Onderwijsblad in juni dit jaar. Door de vergrijzing hebben veel schoolbesturen moeite om de vacatures voor directeuren tijdig en adequaat in te vullen. Bij stichting de Haagse Scholen (die 54 scholen voor basis- en speciaal onderwijs in de regio Den Haag bestuurt) is daar geen sprake van, liet bestuurslid Wim Smink de redactie van het Onderwijsblad weten. Zij zetten hun vooruitziende blik vijf jaar geleden om in actie.“Wij constateerden dat de helft van onze zestig directeuren ouder was dan 55 jaar. De komende tien jaar zouden er dus enorm veel met pensioen gaan. Om deze vacatures op te kunnen vullen, ontwikkelden we een intern opleidingstraject.”
In 2009 startte dit traject met tien en in 2010 met zeven kandidaten: leerkrachten die naast hun werk voor de klas een managementtaak vervullen of die daar de potentie voor hebben.
Van deze zeventien kandidaten (dertien vrouwen, vier mannen) zijn er inmiddels acht aangesteld als directeur. De rest heeft voorlopig een baan met managementtaken met uitzicht op een functie als schoolleider. Vincent Wanschers is een van de nieuwe directeuren. In augustus stroomde hij na acht jaar leraarschap door naar een positie als leider van de Max Velthuijs basisschool (160 leerlingen) in Den Haag.
Of hij altijd al schoolleider wilde worden? “Nee”, zegt hij ronduit. “En als je mij dat vijf jaar geleden had gevraagd, had ik er ‘nooit van mijn leven’ aan toegevoegd. Ik ging het onderwijs in, omdat ik van kinderen houd. Gaandeweg ben ik daar beleidsmatige dingen bij gaan doen, zoals de medezeggenschapsraad. Een andersoortige uitdaging die me ook goed bleek te liggen.”
Het was een verrassing dat zijn leidinggevende hem had opgegeven voor het opleidingstraject. “Toen ik dat hoorde, schrok ik me wild. Ik doe het niet, dacht ik eerst.” Er bleek echter voldoende twijfel, want een collega wist hem over te halen.
Samen met de negen andere kandidaten deed hij een jaar lang een dag per week kennis op over het schoolleidersvak in zijn algemeenheid - hoe maak je een begroting, hoe bereken je de normjaartaak – en over specifieke beleidsonderdelen van de scholen van de Haagse stichting (bepaalde softwareprogramma’s en ziekteverzuim bijvoorbeeld).
Bestuurslid Smink: “De kracht van het traject ligt in de directe vertaling van de kennis en informatie naar de praktijk op onze scholen. De interne opleiding zorgt ervoor dat ze de organisatie door en door kennen voordat ze in functie zijn. De medewerkers van het bestuurskantoor kennen de toekomstige directeuren al waardoor de samenwerking een stuk makkelijker is.”
Naast een gezamenlijk deel biedt de opleiding ook een op de persoon toegesneden deel. Omdat Wanschers nog geen managementervaring had, liep hij een stage waarbij hij directeursopdrachten moest uitvoeren, zoals het maken van een school- en leerlingenzorgplan.
En nu is hij dus bezig met het echte werk. Bij de Max Velthuijsschool krijgt hij de gelegenheid langzaam op te bouwen, want de scheidend directeur werkt nog twee dagen per week. De eerste weken waren desondanks pittig, geeft hij toe. Maar hij heeft geen spijt van zijn keuze. “Ik weet hoe het zit en waar ik informatie kan vinden. Dat moet ik mezelf eigen maken. Ik heb nog geen moment gedacht: waar ben ik aan begonnen?”
“Ik mis de kinderen wel. Als ik dit werk goed in de vingers heb, zie ik mezelf wel weer een dag per week voor de klas staan. Betrokken blijven bij het primair proces vind ik belangrijk.”
Energie
Ook Margreeth Alta is sinds het begin van dit schooljaar begonnen als directeur. En ook voor haar was het schoolleiderschap geen lang gekoesterde wens. Tijdens haar werk als leerkracht en intern begeleider kwamen er steeds meer beleidstaken bij. “Ik merkte dat het me energie gaf om een bijdrage aan te leveren die verder reikt dan de individuele ontwikkeling van de kinderen alleen.”
Het bleef niet onopgemerkt. Haar directeur zei: Daar moet je wat mee. Toen het scholingstraject startte, zette deze haar aanmelding in gang. “Ik vond het fantastisch dat ik was voorgedragen. Het feit dat iemand met wie je intensief samenwerkt managementpotentie in je ziet, ervaar ik als een mooi compliment voor mijn werk tot dan toe.”
Net als de andere voorgedragen kandidaten moest ze na de aanmelding nog wel een sollicitatiebrief schrijven, en een assessment ondergaan, benadrukt Alta.
Ze is nu directeur van het Volle Leven (400 leerlingen) en nam het stokje over van een interim die een aantal onderwijsvernieuwingen in gang had gezet, zoals een verbetertraject voor de leesvaardigheid en een ander instructiemodel voor de leerkrachten. Alta: “Aan mij de taak door te pakken, te borgen en de school naar een hoger niveau te tillen.”
De opleiding bereidde haar goed voor op die taak, vindt ook zij. “Omdat ik al ervaring had met het opstellen van een begroting en taak- en registratiebeleid, lag in mijn persoonlijke opleidingsdeel de nadruk op het verdiepen van kennis en op persoonlijke ontwikkeling; wie ben je en hoe verhoudt zich dat tot je rol als directeur.” In dit verband deed ze bijvoorbeeld vergadertechnieken op en dacht na over vraagstukken die te maken hebben met het creëren van draagvlak.
Somber
Dat het beroep van schoolleider een zware, matig betaalde klus is, en daarom niet erg populair meer onder leerkrachten, sluit niet aan bij de realiteit. Alta: “Dat is me wat te somber. Ik kijk naar andere dingen. Heb ik plezier? Vind ik er voldoening en uitdaging in en krijg ik er energie voor terug? Dan doe ik het graag en ben ik ook bereid dat ene tandje harder te werken.” Ze werkt momenteel zo’n vijftig uren per week. “Ik vertrouw erop dat het zich in de loop der tijd meer reguleert.”
Ook Wanschers draait overuren. “Door moderniseringen in het schoolgebouw was het de eerste week onrustig. Ik hield me bezig met keukenblokken en afzuigkappen, maar ook met het computernetwerk. Tussendoor wilde een leerkracht weten hoe het zit met de bapo als onderdeel van de normjaartaak. Mijn voorganger zou het zo uit zijn mouw schudden, maar ik moet daar apart induiken. En waar haal je bijvoorbeeld een speldje voor iemand die 25 jaar werkzaam is bij het openbaar onderwijs in Den Haag?”
Ja, het is hard werken, vindt Wanschers. “Ik maak nu wat meer uren, en hoop er in de loop van het jaar wat terug te nemen. Het voelt trouwens niet als overwerk, omdat ik mijn werk met plezier doe.”
En hoe denken de gepromoveerde leerkrachten over het salaris?
“Een heel betrekkelijke vooruitgang”, vindt Wanschers die hoopt dat hij als leider van een school met minder dan 200 leerlingen mogelijk in de DB-trede komt.
“Ik heb deze stap niet voor het geld gemaakt”, zegt Alta. “Maar ik heb een aardig groeiperspectief: ik ben jong en kan nog wat schalen klimmen.”
In 2012 gaat een nieuw scholingstraject van start waarvoor momenteel de selectieprocedure loopt, want niet iedereen kan directeur worden. Bestuurslid Smink. “Je moet ongelooflijk betrokken zijn bij wat je doet. Passie hebben. Anders red je het niet.”
{kader}
Kosten en baten
Het opleidingstraject tot schoolleider is een initiatief van stichting de Haagse Scholen die 54 scholen onder haar hoede heeft. Een extern bureau (Maatschap Onderwijs) verzorgt het algemene opleidingsdeel dat zich richt op onderwijskundig en persoonlijk leiderschap (en de mogelijkheid tot certificering). Het bestuur verzorgt het opleidingsdeel dat draait om specifieke kennis en vaardigheden voor scholen die bij de stichting aangesloten zijn.
Het scholingstraject kost ongeveer 90 duizend euro per kalenderjaar. Dit budget ontstaat door van alle schoolbudgetten een beetje af te romen. Alle scholen betalen mee. “Ze hebben er allemaal belang bij”, aldus bestuurslid Wim Smink. Leerkrachten die het traject volgen hoeven niet mee te betalen aan de kosten.