• blad nr 14
  • 17-9-2011
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Zittenblijven helpt niet

Een jaartje doubleren is meestal niet zinvol, zeker niet op de lange termijn, zo blijkt uit studies. Toch doet bijna een op de drie leerlingen op de basis- of middelbare school wel eens een jaartje over. “Zittenblijven is een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen”, vindt onderwijsonderzoeker Hans Luyten. Het is vooral de leerkracht die baat heeft bij doubleren.

“Het eerste jaar nadat een kind is blijven zitten, presteert hij vaak beter. Dat is logisch: hij doet alles voor een tweede keer. Maar na een aantal jaren zakt de zittenblijver toch weer terug naar het niveau van voor doubleren”, vertelt Hans Luyten, onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Twente. Met andere woorden: zittenblijven helpt niet.
En toch doen vrijwel alle Nederlandse scholen eraan. In vergelijking met andere Europese landen heeft Nederland een zeer hoog percentage zittenblijvers op de basisschool. In het Pisa-onderzoek van 2009 zegt 22 procent van de vijftienjarigen op de basisschool een jaartje over te hebben gedaan. Ter vergelijking: in landen als Engeland of Finland is dit 1,6 respectievelijk 2,4 procent. In Nederland blijft op de middelbare school ook nog eens bijna 10 procent zitten.
Vlaanderen (niet te verwarren met België) is hekkensluiter als je kijkt naar het percentage zittenblijvers. Alleen al het eerste leerjaar doet 7 procent van de leerlingen daar twee keer. In Antwerpen blijft 27 procent op de basisschool zitten. Reden voor Vlaamse onderwijsonderzoekers om op een rij te zetten wat internationale onderzoeken zeggen over doubleren.

Oudste
In het boek Samen tot aan de meet* geven Vlaamse docenten aan zittenblijven zeer zinvol te vinden. Zij gaan er vanuit dat zittenblijven een noodzakelijke maatregel is om ervoor te zorgen dat kinderen met een leerachterstand niet nog verder achter raken. Zittenblijvers kunnen bijgespijkerd worden zodat hun verdere schoolcarričre vlotter zal verlopen. Bovendien veronderstellen voorstanders dat zittenblijven het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen helpt te vergroten. “De status in de nieuwe klas is vaak hoger”, bevestigt de Nederlandse onderwijsonderzoeker Luyten. “Nadat een leerling is blijven zitten, wordt hij vaak de oudste van de klas. Dan wordt er tegen de leerling opgekeken.”
Tegenstanders geloven echter dat door zittenblijven kinderen geen intellectuele uitdagingen krijgen, ze zich gaan vervelen en attitudeproblemen krijgen. De tegenstanders worden door internationale onderzoeken gesteund. Op korte termijn lijkt doubleren een gunstig effect te hebben. Maar op lange termijn heeft zittenblijven eerder een negatief effect: naarmate de leerjaren vorderen, doen zittenblijvers het minder goed dan net zo zwak presterende vroegere klasgenoten die wel normaal zijn doorgestroomd. Zwakke leerlingen die zijn blijven zitten, verlaten eerder zonder diploma het voortgezet onderwijs dan zwakke leerlingen die niet zijn blijven zitten.
Ook klasgenoten hebben geen baat bij zittenblijvers. Hoewel de resultaten niet eenduidig zijn, stellen onderzoekers op basis van empirisch onderzoek dat homogene klassen niet effectief zijn. Juist zwakkere en normaalvorderende leerlingen hebben baat bij heterogene klassen, dus bij niveauverschillen.

Vreemd
In Nederland is het percentage zittenblijven al jaren constant. In het basisonderwijs blijven de meeste kinderen zitten bij de overgang tussen groep 2 en 3. Op vrijwel alle scholen liggen de percentages gelijk, scholen die werken met individuele leerlijnen – zoals jenaplan- en montessorischolen – uitgezonderd. En dat is vreemd, want in de Wet op het basisonderwijs wordt gesteld dat het onderwijs zo ingericht moet zijn dat alle leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het onderwijs moet worden afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Dat is dus niet het geval. Nog vreemder is het, vindt Luyten, dat het percentage zittenblijvers op gemiddeld sterke en gemiddeld zwakke scholen niet verschilt. “Alle scholen hebben de neiging de minst goede leerlingen te laten doubleren. Zo kan het gebeuren dat de minst goede leerling op een school met een gemiddeld hoog niveau, blijft zitten, terwijl diezelfde leerling op een school met een gemiddeld laag niveau was overgegaan.”
Luyten noemt zittenblijven een onbeholpen manier van omgaan met leerlingen die niet meekomen. “Je hoort vaak dat leraren zeggen: Mijn leerling is nog zo speels, dus heb ik hem laten zitten. De vraag is of dat extra jaar voor speelsheid echt nodig is. Zou je niet iets anders kunnen bedenken waardoor de leerling toch weer aanhaakt? Dat kan wel, maar dat kost extra tijd en aandacht en dat is waar de schoen wringt.” Volgens Luyten moet er extra maatwerk geleverd worden om zittenblijven tegen te gaan. “Dat vraagt om een cultuuromslag.” Wie er nu echt baat heeft bij zittenblijven? “Zittenblijven maakt het werk voor de leerkracht makkelijker.”
Toch adviseert de Onderwijsraad sinds een aantal jaren zittenblijven niet langer tegen te gaan. In het voortgezet onderwijs, welteverstaan. Daar moet doubleren vaker als alternatief beschouwd worden voor afstromen naar een lager schooltype. Appels met peren vergelijken, zegt Luyten. “In het voortgezet onderwijs zijn de argumenten voor zittenblijven vaak heel anders dan in het basisonderwijs. Daar kan een leerling er eens een jaartje met de pet naar gooien, maar op zich wel voldoende capaciteiten hebben. Dat is een heel ander verhaal dan in het basisonderwijs waar leerlingen - vooral in de lagere groepen – eigenlijk altijd wel gemotiveerd zijn.”

{noot}
*)Samen tot aan de meet, Goedroen Juchtmans, Barbara Belfi, Bieke de Fraine, Mieke Goos, Heidi Knipprath, Anneloes Vandenbroucke en Bengt Verbeeck (red.), uitgeverij Garant (2011), ISBN 9789044127430, € 21,00

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.