• blad nr 14
  • 17-9-2011
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

VVD-Kamerlid Ton Elias heeft niks met cao’s


Een nieuw schooljaar en een vers politiek seizoen, VVD-Tweede Kamerlid Ton Elias heeft er zin in. Het onderwijs zoals de liberale communicatiestrateeg dat voor ogen staat? Meer commercieel denken, meer zzp’ers, meer prestatiebeloning. En meer investeringen in het onderwijs, om niet achterop te raken in de wereld? Nee. “Ik ken die hele D66-riedel.”

Tekst Arno Kersten Beeld Rob Niemantsverdriet

Een noodzakelijke reorganisatie van passend onderwijs. Zo noemt VVD-Tweede Kamerlid Ton Elias, oud-journalist en communicatiestrateeg, de voorgenomen bezuinigingen van 300 miljoen euro op het speciaal onderwijs.
Ferm: “Kinderen mogen er niet de dupe van worden.”
Daarom is het nodig om te weten waar het overheidsbudget echt onmisbaar is en moet die zorgbehoefte in kaart worden gebracht, aldus Elias.
Is het geen vreemde volgorde: eerst het te bezuinigen bedrag van 300 miljoen vaststellen, en pas daarna gaan kijken hoeveel je waar kunt missen?
“Ach, ik heb in het bedrijfsleven zo ongelooflijk vaak gezien – ik heb na de journalistiek lang in het bedrijfsleven gezeten – dat mensen zeggen: Het kan absoluut niet. En als ze dan een doelstelling krijgen opgelegd, blijkt dat het uiteindelijk prima gaat.”
Het onderwijs is geen bedrijfsleven, het gaat toch niet om producten?
“Nou, deels gaat het wel om producten. Het gaat ook om inkoop, van schoonmaak, en...
Het gaat toch vooral om de zorg aan leerlingen die extra kwetsbaar zijn?
“Ja. Zeker. Die moet overeind blijven, dat is zo. Maar zoals overal valt er te rationaliseren.”
Dan schakelt Elias door, hij zegt dat hij een algemeen punt wil maken. “Men is zich binnen het onderwijs bijna niet bewust van geld. Ik vraag op werkbezoek in het speciaal onderwijs: Waarom komen hier om half vier veertig taxi’s voorrijden, in plaats van zes busjes? En het antwoord is dan: dat betaalt de gemeente. Ja, en is het daarmee dan klaar? Het interesseert hen doorgaans geen zier. Dat vind ik raar. Je zou veel kunnen bereiken door schoolleiders een cursus commercieel denken te geven. Dat werkt beter dan allerlei circulaires en missives.”

Staatjes
Een nieuw schooljaar, een nieuw politiek seizoen voor de onderwijswoordvoerder op de rechterflank van het Haagse speelveld. Ton Elias heeft er zin in. In de aanloop naar Prinsjesdag denkt de liberale mediastrateeg nog met genoegen terug aan vorig najaar, toen hij het onderwijsdebat naar zijn hand zette met het thema ‘cultuurverandering’. Uitgewerkt in onderwerpen als prestatiebeloning, de ‘zuurgraad’ in de docentenkamer, en het ontslaan van slechte leraren. Zijn motto: beter onderwijs vergt geen grote investeringen.
Begin dit jaar presenteerde een brede coalitie van zo’n dertig organisaties uit de kenniswereld en het bedrijfsleven aangevoerd door D66-prominent en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Alexander Rinnooy Kan een rapport waaruit blijkt dat Nederland achter gaat lopen als het kabinet niet veel meer in het onderwijs investeert. Dezelfde Rinnooy Kan die jaren terug met zijn commissie-Leraren de weg bereidde voor het Convenant Leerkracht, waardoor een miljard wordt geïnvesteerd in de verbetering van lerarensalarissen om zo het beroep aantrekkelijker te maken.
Heeft u dat rapport ook gelezen?
“Jaja, ik ken de hele D66-riedel.”
Zo vat u het op, als een D66-riedel?
“Ja natuurlijk. Er is geen verband tussen de onderwijsuitgaven en de kwaliteit van het onderwijs.”
Elias naar zijn fractiemedewerker, die achter een beeldscherm zit: “Kun jij die staatjes er nog even bijpakken?”
“We hebben het uitgezocht. Het is een klein staatje, maar er zit vrij veel werk achter. Niemand wil het horen. Kwaliteit en onderwijsuitgaven, het loopt allemaal door elkaar heen. Het is van alles wat.”
De printer zoemt. De fractiemedewerker komt het staatje brengen. Het is de top vijftien van landen en hun Pisa-score in 2009, met daarachter de overheidsuitgaven aan onderwijs als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Achter Aziatische landen staat een hoge Pisa-score en een lage onderwijsbijdrage. Shanghai. Hong Kong. Singapore.
“Het is voornamelijk mentaliteit”, vindt Elias.
“Kijk, Plasterk heeft een miljard aan het onderwijs gegeven zonder er iets voor terug te vragen, dat zullen wij niet doen. Daar maak je de bonden blij mee, maar of dat maatschappelijk gezien verantwoord is, is vers twee.”
Betwijfelt u serieus of het Convenant Leerkracht een goede investering is?
”Ja, wel op die manier. Het is weggegeven voor salarisverbetering.”

Vraag en aanbod
Wat Elias wel graag zou zien: meer zzp’ers in het onderwijs. Docenten als zelfstandig ondernemers zonder een vaste aanstelling, met een salaris afhankelijk van vraag en aanbod. “Als er meer zzp’ers komen in het onderwijs, komt er meer concurrentie op die markt, gaat de prijs omlaag van die zzp’ers, en kunnen er voor hetzelfde geld dus meer komen.”
Maar op allerlei terreinen, zoals de inburgering, zie je dat door concurrentie op prijs de kwaliteit onder druk komt te staan. Hoe moeten zzp-docenten tegen kostprijs überhaupt zorgen dat ze bijgeschoold blijven en aan alle vereisten voldoen?
“Waarom zou iemand met een contract tot in lengte van jaren en een vastgestelde pensioenregeling beter lesgeven dan een jonger iemand die zegt: Dat pensioen regel ik zelf wel, ik voel me ondernemer, ik geef op zes scholen les een aantal uren, en ik zorg dat ik mezelf bekwaam? Ik ben niet tegen cao’s in het onderwijs, maar persoonlijk heb ik er niks mee. Toen ik zelf ondernemer was, wilde ik veel meer betalen aan goeie mensen. En ik wilde ook de mogelijkheid hebben om makkelijker van mensen afscheid te nemen die de kantjes ervan afliepen. Zo heb ik ook een succesvol bedrijf opgebouwd en verkocht.”
“Ik heb een beetje moeten lachen wat er vorig jaar gebeurde toen ik die oproep deed om slechte leerkrachten te ontslaan. Wat volgens mij een groot taboe is in het onderwijs.”
Schoolleiders kunnen leraren ontslaan, maar dan moeten ze wel met een dossier kunnen aantonen dat daar reden voor is. Dat heet toch gewoon personeelsbeleid?
“Maar dat gebeurt niet of nauwelijks. Een van de grootste problemen in het onderwijs is dat er van alles en nog wat wordt afgesproken, en dat het vervolgens niet gebeurt.”
Het beeld dat uit uw oproep oprees was dat veel leraren niet kunnen lesgeven of de kantjes ervan af lopen.
“Dat is een misverstand, dat heb ik niet gezegd.”
U weet zelf alles van beeldvorming, dat was wel het beeld.
“Dat komt omdat mensen nooit naar de bijzinnen luisteren. Ik ben begonnen met te zeggen dat er heel veel goeie en enthousiaste leraren rondlopen, dat het me een buitengewoon moeilijk vak lijkt, dat het me ontzettend leuk en interessant lijkt als ik er het geduld voor zou hebben.”

Beroepsregister
Streng klinkt Elias over besturen die onverstandig met hun rijksbijdrage omspringen. Die te veel uitgeven of te veel opsparen. Het thema oppotten van overheidsgeld, waarover het Onderwijsblad al jaren publiceert, spreekt het Kamerlid aan. “Ik zeg tegen de minister: Ik wil dat we daar echt iets aan doen.”
Maar de overheid heeft besturen juist op afstand geplaatst. Hoe kunt u schoolbesturen aanspreken op hun financiën als ze zelf over hun eigen lumpsum gaan?
“Dan verzinnen we daar iets anders op. We gaan eerst eens kijken of de dames en heren in beweging komen en welke instrumenten we daarvoor hebben. En als die instrumenten onvoldoende zijn, dan moeten we ze ontwikkelen.”
Het interne toezicht schiet geregeld tekort. Er wordt vaak pas achteraf ingegrepen.
“Ik reken vooralsnog op het zelfreinigend vermogen.”
Van wie?
“De toezichthouders, de schoolleiders, de besturen.”
Daar gaat het in zo’n geval toch juist mis?
“Maar daar zullen toch andere toezichthouders van leren? En we kunnen hier en daar nog eens een duwtje geven, een telefoontje hier en een gesprek daar. Dat gebeurt ook wel hoor.”
Elias begint over het beroepsregister voor leraren, iets waarvan het kabinet in het regeerakkoord heeft opgenomen dat het er dit jaar moet komen.
Wat heeft dat beroepsregister te maken met het toezicht?
“Die leden van raden van toezicht moeten daar wat mij betreft ook in.”
In het beroepsregister voor leraren?
“Jazeker, of een aanpalend iets. Die moeten ook gaan voldoen aan een aantal criteria. Ik heb gevraagd om een registratie van toezichthouders en de minister heeft toezeggingen gedaan. Ik wil dat een toezichthouder die opstapt bij de een niet bij een ander het geklungel kan voortzetten.”

Enquêtes
Tegen het einde van het interview komt prestatiebeloning voor leraren ter sprake, iets waarover in het onderwijs vooral scepsis bestaat. Al was het maar omdat de bijdrage van één specifieke leraar aan de ontwikkeling van een leerling zich moeilijk laat kwalificeren.
“Iedere spreekbeurt die ik geef, roepen ze vanuit de zaal: Hoe meet je nou wat een goeie leraar is? Dat begint met een goeie schoolleider die functioneringsgesprekken houdt. Maar er kan veel meer. Het is heel goed mogelijk leerlingen te enquêteren, anoniem, over leraren. En dan zie je dat ze niet die leuke leraar kiezen die op schoolreis een biertje meedrinkt in de kroeg, maar juist die nare lerares Duits van wie ze zoveel leren.”
Vindt u een enquête onder leerlingen een basis om prestatiebeloning voor leraren op te baseren?
“Bijna alle vragen die je me tot nu toe hebt gesteld, hebben een ondertoon dat je het eigenlijk maar onzin vindt wat ik zeg. Een enquête is natuurlijk een van de vele criteria waarmee je een totaalbeeld opstelt. Intervisie, 360 graden-beoordelingen, functioneringsgesprekken, enquêtes onder klanten, in dit geval leerlingen. Allemaal volkomen normaal in andere beroepsgroepen! Als je al die dingen bij elkaar optelt, kun je uitstekend zien welke leraren uitspringen boven de rest.”
U maakt er juist een punt van dat schoolleiders veel te weinig werk maken van de dossiervorming bij slecht presterende leraren, hoe verwacht u dan dat ze al die dingen erbij zouden doen voor de uitblinkers?
“Uit al jouw vragen blijkt dat het glas half leeg is, en uit al mijn antwoorden blijkt dat het glas half vol is. Dat moet gaan lopen. Het begint met het overwinnen van de scepsis van vastgeroeste lieden. Natuurlijk kan het onderwijsveld blijven denken: dat kabinet is over een half jaar weg, dan krijgen we wel weer een miljard van de volgende Plasterk. Maar men kan ook denken: er moet echt iets veranderen. We zullen zien.”


Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.