• blad nr 14
  • 17-9-2011
  • auteur S. Ridder 
  • Redactioneel

 

Mobieltjes in de klas




In de klas mag je niet twitteren, sms’en en googelen. Ook Facebook of Youtube mogen niet bezocht worden. Het leidt tot spieken, pesten en concentratieverlies. Maar wat doe je als dat apparaat vastgeplakt lijkt te zitten aan het lichaam van jouw leerlingen?

Ruim 55 procent van de kinderen van acht tot twaalf jaar heeft een mobiele telefoon. Bij twaalfjarigen is dat volgens KPN 88 procent. Dat mobieltje kan tegenwoordig veel meer dan alleen sms’en en telefoneren. Het wordt terecht een ‘smart’ phone genoemd. Kinderen willen niet meer zonder.
De Nationale Academie voor Media & Maatschappij (Namm) publiceerde vlak voor de zomer een onderzoek over mobieltjes in de klas. Daaruit bleek dat naïviteit en onkunde bij scholen over de mogelijkheden van smartphones ten koste gaat van de veiligheid van leerlingen en personeel. De onderzoekers constateerden dat scholen geen effectief beleid hebben dat aansluit bij de nieuwe ontwikkelingen. Zij betrekken jeugd en ouders niet bij het tot stand komen van mediabeleid en geven zelf niet het goede voorbeeld.
Het onderzoek ontketende een ware mediahype. De reacties op internetfora als Oudersonline en Beteronderwijsnederland en logen er niet om. Velen weten wel wat ze zouden doen met oneigenlijk gebruik van mobieltjes in de klas. ‘Verbieden’, ‘afpakken’, ‘een emmer met water als bewaarbak voor mobieltjes die toch gebruikt worden’. Op papier zijn dit makkelijke oplossingen. In de praktijk valt het tegen. Zo goed als iedere school verbiedt leerlingen een mobieltje mee te nemen in de klas. Maar het is vechten tegen de bierkaai. Volgens het Namm-onderzoek handhaaft niet iedere docent de schoolregels consequent en bovendien weten leerlingen hun mobieltjes toch wel de klas in te smokkelen en te gebruiken. Een leerling die meedeed aan het onderzoek verwoordt het als volgt: ‘Mijn koelkast geef ik af, mijn Blackberry hou ik bij me.’ Andere ondervraagde leerlingen hebben het over docenten die makkelijk om de tuin te leiden zijn. ‘Ik zeg dat ‘ie uit staat of dat ik geen internetverbinding heb, maar hij heeft geen benul van hoe onze apparaten werken. Even later zit ik toch gewoon op Wikipedia of Google.’
Er is dus een kloof tussen de digitale leefwerelden van leerkracht en leerling. De leerkracht verliest zijn autoriteit als rolmodel als die kloof nog groter wordt. Leraartje pesten was nog nooit zo makkelijk. Een docent op een forum heeft het over ‘digitaal op het schavot gehesen worden’. Een treffend beeld dat schrik aanjaagt. De Namm pleit dan ook voor schoolbeleid dat aansluit bij de huidige mediaontwikkelingen en tijdgeest. Liesbeth Hop van de Namm: “Leerlingen krijgen nu vrij spel in het gebruik van hun mobieltjes en zetten ze in als wapens tegen medeleerlingen en onderwijzend personeel. Niet zelden worden heel vervelende filmpjes van docenten op Youtube gezet en ook het digitaal pesten neemt een enorme vlucht.” Volgens Hop moeten ook basisscholen aan de bak, want kinderen krijgen op steeds jongere leeftijd een mobiel.
De Namm geeft in het onderzoeksrapport tips hoe scholen beter om kunnen gaan met de nieuwste ontwikkelingen. Een daarvan is dat docenten zichzelf ook moeten bekwamen op Twitter, Hyves en Facebook. “Pas dan krijg je een idee in welke werelden jouw leerlingen zich bewegen”, zegt Hop.
Ton Duif, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders is het hier helemaal mee eens. Hij gaat zelfs een stap verder. In een artikel in de Telegraaf reageerde hij op het onderzoek. ‘Scholen moeten het gebruik van mobieltjes met internet in de klas juist stimuleren, in plaats van verbieden.’

Slaptebod
Enige research – onder andere via sociale media als Twitter en Facebook - leert echter dat nog lang niet alle scholen hiermee bezig zijn. Reacties komen vooral van individuele docenten die proberen de gsm van hun leerlingen nuttig in te zetten. Zoals een docent Engels die stelt dat haar leerlingen best mogen twitteren in de klas. Mits het natuurlijk in het Engels is. Met een verplichte hashtag kan zij de tweets nakijken.
Arnoud Onnink, docent natuurkunde bij het Pallas Athene uit Ede laat zijn leerlingen bij proefjes de stopwatch op hun mobiel gebruiken. Op de vraag of hij niet bang is dat ze ondertussen andere leuke activiteiten op hun mobiel uitvoeren, antwoordt hij nuchter: “Dan hebben ze geen meetresultaten en vallen ze vanzelf door de mand.” Het Pallas Athene is overigens benaderd mee te doen aan een project waarbij mobieltjes actief worden ingezet in de klas. Conrector Peter van Dijk: “Het is een samenwerkingsproject met Duitse scholen, de universiteit en het bedrijfsleven. In plaats van de computers die we nu voor projecten gebruiken, worden de mobieltjes van de leerlingen ingezet.”
Hoewel het project nog in de opstartfase zit, is Van Dijk er enthousiast over. “Je moet als school meegaan met de nieuwe technologie, net zoals kinderen dat van nature doen. Jongeren zijn vergroeid met dat ding, willen en kunnen niet meer zonder. Verbieden of afnemen alleen is dan een slaptebod. Bovendien, ouders pikken het niet meer. Zij willen per se dat hun kinderen mobiel bereikbaar zijn.”

Mobieltjes aan
Ook op de universiteiten is onderzoek gedaan naar het gebruik van mobieltjes in de klas, onder andere door Tim de Jong. Hij had geen beter moment kunnen kiezen voor zijn promotie. Precies op de toppen van de mediahype promoveerde De Jong bij de Open Universiteit op de inzet van mobieltjes in het onderwijs. “Mits op de juiste manier ingezet, kunnen mobieltjes van grote toegevoegde waarde zijn”, stelt hij. “Alleen moet de focus liggen op het probleem van de lerenden en niet op het willen introduceren van de techniek.” Uit het onderzoek bleek dat de sociale functionaliteit van de software bijdroeg aan de samenwerking en de communicatie onderling. Leerlingen konden hun ideeën, ervaringen en zelf gecreëerde leermaterialen beter delen door de smartphones. Belangrijkste tip van De Jong? “Denk als docent out of the box.”
Dat is ook wat Eric Slaats, projectleider van iFontys van de Fontys hogeschool, doet. Hij laat zijn studenten liefst zelf op onderzoek uitgaan om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van de Ipad en mobieltjes in uiteenlopende lessituaties. Het is onderdeel van een groter programma waarmee Fontys haar onderwijs wil innoveren. Met succes. Het devies van Slaats is dan ook: mobieltjes aan. “We hebben nu samen met studenten een app ontwikkeld waarmee ze via hun mobiel kunnen reageren op een presentatie van een docent, bijvoorbeeld met aantekeningen over wat ze nog moeten opzoeken. De presentatie krijgen ze direct na afloop op hun mobiel, inclusief hun eigen aantekeningen. De docent kan ook polls uitzetten naar de mobieltjes waarna de resultaten meteen verwerkt worden en als grafiek in de presentatie gezet worden.” En de ontwikkelingen gaan verder. Er komt binnenkort een app waarmee de docent via zijn mobiel feedback geeft op de presentatie van de student. Na afloop heeft de student een video-opname van zijn presentatie met in de tijdlijn de interventies van de docent. “Meteen boter bij de vis”, aldus Slaats. “De student krijgt gerichte feedback, hier leert hij het meeste van.” Hij voorziet een revolutie. “Het op grote schaal inzetten van multimedia, e-books en speciale onderwijsapplicaties kan een grote invloed hebben op de lesvormen, toetssystemen en de onderwijsinhoud. Ook de communicatie met studenten, binnen en buiten de les, kan ermee verbeteren. En dan is snellere communicatie over roosterwijzigingen en cijfers nog het meest eenvoudige voorbeeld.”
Conclusie? Mobieltjes kunnen een prima toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs. Er is een scala aan leermogelijkheden zoals visueel en auditief onderwijs, voor verslaglegging (film, foto, tekst), als naslagwerk, om te leren op locatie, voor samenwerking en interactie. En er is nog veel te ontdekken terwijl de ontwikkelingen razendsnel gaan en de mogelijkheden exponentieel groeien. Tip? Lift mee op de expertise van de leerlingen. Laat hen ontdekken, zij zijn de experts.

{kader 1}
Meer informatie
• Het Project Preventie Seksuele Intimidatie heeft zowel voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs informatiebladen ontwikkeld: Mobieltjes, leuk én lastig. Ze zijn gratis aan te vragen via de helpdesk van PPSI, 030 2856762, ppsi@aps.nl
• De site www.mobielleren.nl geeft inzicht in wat allemaal mogelijk is en wat al bij een aantal scholen in de praktijk is gebracht, binnen en buiten de school.

{kader 2}
Tips

1 Besef je verantwoordelijkheid
Je ogen sluiten voor alle nieuwe ontwikkelingen op mediagebied is geen optie. Als school ben je verantwoordelijk voor de veiligheid van de leerlingen, ook als via de mobieltjes de buitenwereld binnengehaald wordt.

2 Weet wat er kan
Weet dat je met de kleinste mobieltjes kunt filmen, fotograferen, beelden uploaden en continue op internet kan zijn. Mailen, sms’en, pingen en whatsappen is in een handomdraai gebeurd. Met sociale media zoals Facebook en Twitter ben je in contact met de rest van de wereld. En is de les saai, dan is Youtube of iTunes zo gevonden.

3 Zorg voor deskundigheid
Zorg voor een mediacoach. Hij is verantwoordelijk voor het mediabeleid, het bijhouden van alle ontwikkelingen en voor het delen van die kennis met de overige teamleden.

4 Schakel de experts zelf in
Leerlingen zelf zijn natuurlijk de experts. Gebruik die expertise. Vraag hen regelmatig hun kennis over de media en nieuwe toepassingen te delen zodat het mediabeleid op school beter wordt.

5 Zorg voor eenduidige afspraken
Het mag niet zo zijn dat het schoolbeleid voor de leerling per uur en per docent wisselt. Maak daarom heldere afspraken die voor ieder teamlid handhaafbaar zijn. De leerling moet namelijk ervaren dat hij met het schoolbeleid te maken heeft en niet met de grillen van een enkele docent.

6 Licht ouders in
Neem de mediaprotocollen op in informatiemateriaal van je school. Steeds meer ouders vinden dit belangrijk en zullen dit criterium mee laten wegen in de keuze voor de school.

7 Geef zelf het goede voorbeeld
Geen mobieltjes toegestaan tijdens de les? Doe het zelf dan ook niet. En pas op met al te enthousiaste tweets over je avondje stappen in het weekend. Of zorg met circles van Google+ dat je kunt differentiëren in je posts zodat leerlingen alleen zien wat ze mogen zien. Je vrienden informeer je een andere circle.

8 Wees actief
Open accounts op Twitter, Facebook en Hyves en zorg voor relevante tweets en posts zodat leerlingen de school gaan volgen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.