- blad nr 14
- 17-9-2011
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Fraude islamitische scholen niet vervolgd
Spookwerknemers en reisjes naar Mekka. Op sommige islamitische werd fraude gepleegd, die nooit is vervolgd. De AOb bekijkt of een artikel 12-procedure kan worden ingezet. Eind 2008 maakte de inspectie bekend dat op 15 van de 43 islamitische scholen fraude was gepleegd. Uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van het weekblad Binnenlands Bestuur (2 en 9 september) blijkt dat er weliswaar 4,6 miljoen is verduisterd, maar dat dit slechts in één geval heeft geleid tot een rechtszaak. Van een aantal scholen was al bekend waaraan het geld was uitgegeven. Zo deed het ministerie van Onderwijs aangifte tegen de middelbare school Ibn Ghaldoun (Rotterdam) die 1,2 miljoen moest terugbetalen. Het geld was onder andere gebruikt voor reizen naar Mekka, waaraan in totaal 197 personen deelnamen. Het op de loonlijst zetten van spookwerknemers was een van de methoden om achterover gedrukt geld te verantwoorden. Vaak gebeurde dat met terugwerkende kracht en ging het om functies, zoals een financieel medewerker, die op basisscholen niet gebruikelijk zijn. Bij de Stichting Islamitische Scholen Helmond (waar scholen in Roermond en Helmond onder vallen) maakten ze het helemaal bont. Daar werden zeven beleidsmedewerkers, een administratief medewerkster en twee schoonmakers opgevoerd die in werkelijkheid niets of nauwelijks iets voor de school deden. De schoonmaaksters waren de echtgenotes van de voorzitter en de secretaris van het schoolbestuur. Daarnaast stonden bestuurders zelf vaak op de loonlijst, terwijl dit doorgaans vrijwilligerswerk is. Uit de administratie van SIS Helmond wordt duidelijk dat het administratiekantoor Dyade in Nieuwegein hand-en-spandiensten verrichtte. Het zette personeel van het eigen kantoor op de loonlijst van de school. Op die manier konden formatieplaatsen die in het echt niet bestonden, toch worden doorberekend aan het rijk. Het bestuur hoefde in ruil daarvoor geen administratiekosten te betalen, dat deed de overheid immers al met de salarissen voor de spookdocenten. Op vragen van Binnenlands Bestuur waarom de frauderende bestuurders niet vervolgd worden, verwijst justitie naar OCW. Het ministerie op zijn beurt wijst naar het openbaar ministerie. Justitie stelt ook dat sommige fraudezaken moeilijk te bewijzen zijn. Intussen vordert het ministerie wel het geld terug, maar doorgaans van nieuwe besturen van de scholen, die hiervoor de tegoeden voor het onderwijs aanspreken. Eigenlijk worden de docenten en leerlingen op die manier dubbel gepakt, vindt AOb-voorzitter Walter Dresscher. Hij beticht OCW van lafheid. De AOb onderzoekt of de artikel 12-procedure kan worden ingezet. Dat houdt in dat direct belanghebbenden strafvervolging kunnen eisen.