- blad nr 14
- 17-9-2011
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Jongen/meisje & juf/meester
Vroeger waren de meisjes zielig omdat ze nauwelijks doordrongen tot het hoger onderwijs. Nu de meisjes massaal doorstuderen en betere resultaten halen dan de heren hebben we opeens een jongensprobleem. Volgens een uitgebreide reportage in het Algemeen Dagblad komt dat door de feminisering in het basisonderwijs. Al die vrouwen voor de klas, daar komt ellende van. Normen en waarden, dat moeten mannen van een echte man leren, niet van een juf. Juffen willen reguleren, meesters gaan ook ravotten. Ik snap dat soort psychologie van de koude grond niet zo goed. Want eigenlijk is er geen probleem. Jongens zijn het namelijk helemaal niet slechter gaan doen dan vroeger, maar meisjes veel beter. Dat is winst, zou ik zo zeggen. Los daarvan is een beetje evenwicht op school natuurlijk prettig, dat er én mannen én vrouwen voor de klas staan, mannen en vrouwen in de personeelskamer zitten. Een paar jaar geleden was het in de grote feminiseringenquête van het Onderwijsblad de uitdrukkelijke wens van de vrouwen zelf: ze wilden niet alleen maar met seksegenoten ‘in het kippenhok’ zitten. Waarom is het basisonderwijs toch in hoog tempo gefeminiseerd? Het Algemeen Dagblad legt de bal bij de pabo’s met een overmaat aan plak- en knipwerk. Maar waarom worden dan ook de academische pabo’s met een heel ander programma vooral bevolkt door meiden? Het antwoord is simpel: werken in het onderwijs is voor vrouwen door allerlei economische prikkels extra aantrekkelijk. Deeltijdwerk is goed mogelijk, waardoor de balans privé en werken makkelijker te maken is. Deeltijdwerk wordt bovendien niet financieel afgestraft zoals in het bedrijfsleven, de carrièrelijn loopt gewoon door. In vergelijkbare banen met een vergelijkbaar niveau verdienen vrouwen in het onderwijs gemiddeld beter dan daarbuiten en mannen gemiddeld minder dan in het bedrijfsleven. Pas als dat verandert, valt er iets te doen aan de vervrouwelijking en blijven de 27 duizend mannen een minderheid. Tot die tijd leveren zij samen met onze 120 duizend juffen meesterlijk werk af: de jongens doen het prima en de meisjes steeds beter.