• blad nr 13
  • 3-9-2011
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Geheugen houdt niet van rijtjes leren


Jaartallen, plaatsen, naamvallen - leerlingen moeten veel onthouden. Dus leren ze traditioneel allerlei feiten, cijfers en woordjes uit hun hoofd. Helaas is het menselijk geheugen extreem slecht in rijtjes leren. Dat kan beter: bouw eens een geheugenpaleis. Tekst Rob Voorwinden Beeld Barbara Moget “Java, Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor.” Henk Witteman, oud-leraar Engels, onderwijsconsultant en specialist op het gebied van de werking van het geheugen, kan de eilanden van ‘ons’ Indië nog feilloos opnoemen. Net als veel anderen van zijn generatie (Witteman mag al acht jaar met pensioen, maar trekt zich daar niets van aan). Want zo ging dat nog niet zo heel lang geleden: onderwijs was rijtjes leren. Rijtjes met plaatsen, rijtjes met historische gebeurtenissen, rijtjes met vreemde woorden. De afgelopen decennia zijn er echter grote stappen gemaakt op het gebied van hersenonderzoek en de werking van het geheugen. En inmiddels is gebleken dat het geheugen in weinig dingen zo slecht is als leren van rijtjes. Dat komt waarschijnlijk door onze evolutie: in de oertijd hoefden we geen plaatsnamen uit ons hoofd te kennen, geen formules, geen woordjes met Duitse naamvallen of het jaar waarin de Tachtigjarige Oorlog eindigde. We moesten alleen maar weten – maar dan ook héél goed - hoe de weg naar huis er uitziet, welke planten eetbaar of giftig zijn en welke dieren gevaarlijk zijn of juist een lekkere lunch vormen. Ons geheugen is dan ook visueel en emotioneel ingesteld: we onthouden wat we hebben gezien, wat we hebben meegemaakt en wat ons emotioneel heeft geraakt. Zo weten veel mensen nog precies wat ze deden toen ze hoorden van de aanslagen op de Twin Towers. Met puur feitelijke informatie, zoals namen en getallen, kan het geheugen echter veel minder goed uit de voeten. Dit soort informatie moet in het geheugen worden gestampt door herhaling, herhaling en nog eens herhaling. Losse brok kennis Herhaling vormde vele jaren de kern van het onderwijs. Het werd ook gezien als iets positiefs: het zou de leerlingen discipline bijbrengen. Nu klopt dat natuurlijk wel – voor ‘blokken’ is veel zelfdiscipline nodig – maar wat een leerling daar verder wijzer van wordt? “Een rijtje feiten is een losse brok kennis”, zegt Witteman, “waar je verder vaak niets meer mee doet.” Want wat heb je er aan als je de eilanden van Indië kunt opdreunen? “De manier waarop die eilanden geologisch gevormd zijn en de economische en politieke structuur zijn veel interessanter.” Dat betekent overigens niet dat leerlingen tegenwoordig helemaal niets meer uit hun hoofd zouden hoeven te leren. Het automatiseren van de tafels, op de basisschool, is bijvoorbeeld uitermate praktisch. Het dagelijks leven wordt een stukje makkelijker als je niet iedere keer opnieuw hoeft uit te rekenen hoeveel drie maal vier is, of vijf maal acht. En wie Duitse naamvallen wil leren, zal de woorden die daarbij horen ook goed moeten kennen. Maar het nieuwe inzicht in de werking van het geheugen maakt wel duidelijk dat automatiseren extreem lastig is en dat er betere manieren zijn om dingen te onthouden. Door het visualiseren van de lesstof wordt bijvoorbeeld het weerbarstige semantische geheugen – het geheugen voor rijtjes feiten en cijfers – omzeild, en wordt de informatie opgeslagen in het veel toegankelijker visuele geheugen. Wie wil dat leerlingen zaken onthouden, moet die zaken dus visueel maken: laat het maar zien, op je elektronische schoolbord. Ook helpt het om leerlingen de lesstof te laten beleven: houd gerust eens een quiz in de klas. Het geheugen is er dankbaar voor. Waarbij wel moet worden opgemerkt dat uit het hoofd leren – visueel of traditioneel – slechts een eerste stap is. “Bij het woord ‘leren’ denken veel mensen aan ‘uit je hoofd leren’”, zegt Babette Meijer, trainer en coach bij het APS. “Maar het reproduceren van weetjes en feiten is slechts een eerste niveau van het leren. Een hoger niveau bestaat uit integreren en toepassen van die opgedane basiskennis. De leerling moet echt iets met de kennis kunnen. Leren is veel complexer dan uit je hoofd leren.” {Tips, mogen verspreid over pagina’s} - Laat leerlingen iets beleven Geef de ene helft van de klas een boekje over hoe een circus werkt, en laat de andere helft een dag meelopen met een circus. Wie leert het meest? - Visualiseer Hang posters op in de klas die te maken hebben met wat er geleerd moet worden. Vertoon YouTube-filmpjes op je elektronische schoolbord. Show, don’t tell! - Maak het praktisch Laat meteen zien wat leerlingen met bepaalde kennis kunnen. Begin de eerste les Spaans niet met de basisregels van de grammatica, maar leer de leerlingen om tapas te bestellen. Vooruit, en een cerveza. {Kader} Geheugenpaleis In de brievenbus van mijn ouders staat een potje ingemaakte knoflook. Hun kelderkast is volgestort met cottage cheese, boven de gaskachel in de kamer hangt een gerookte zalm. Op de bank, precies op de plek waar mijn moeder altijd haar glaasje dronk, staan zes flessen wijn, en de afzichtelijke jaren zeventig lamp is een mooi droogrek voor drie paar zwarte sokken. Op de computer van mijn vader zit mijn goede vriendin Sofia een email te tikken. Ziehier het ‘geheugenpaleis’ dat ik maanden geleden heb gemaakt om het to do-lijstje van de Amerikaanse journalist Joshua Foer te onthouden. (Kopen: knoflook, cottage cheese, gerookte zalm, zes flessen wijn, drie paar zwarte sokken. En vergeet niet om Sofia een email te sturen.) Als ik in gedachten door dat geheugenpaleis loop, kan ik het hele lijstje – ook al is het maanden geleden dat ik het leerde - zó reproduceren. Van voor naar achteren, andersom of in willekeurige volgorde. Het bouwen van een geheugenpaleis is heel simpel, legt Foer uit in zijn boek Moonwalking with Einstein: the art and science of remembering everything. Je koppelt een lijstje met zaken die je wilt onthouden (feiten, namen, dingen – wat dan ook) aan een fysieke ruimte. Waarbij je zoveel mogelijk een link legt tussen eigenschappen van de ruimte en eigenschappen van de zaken die je wilt onthouden (dus koppel je bijvoorbeeld de gaskachel aan een gerookte zalm). Daardoor gebruik je je visuele geheugen, dat vele malen krachtiger is dan het zogenoemde semantische geheugen – het geheugen dat doorgaans wordt gebruikt om lijstjes te leren. Het semantische geheugen slaat een lijstje informatie pas op na eindeloze herhaling, het visuele geheugen legt het in een oogwenk vast. De journalist Foer is zich in de werking van het geheugen gaan verdiepen toen hij in contact kwam met mental athletes. Deze ‘atleten’ maken er een sport van om zaken zo snel mogelijk uit hun hoofd te leren: een gedicht van vijftig regels, een lijst met duizend willekeurige getallen of bijvoorbeeld de volgorde van een geschud spel kaarten. Let wel: dit zijn normale mensen die gewoon geheugentechnieken toepassen, geen hoogbegaafde halve of hele autisten zoals in de film Rain Man. Foer leerde zelf de geheugentechnieken en hij bleek talent te hebben: een jaar later won hij de Amerikaanse geheugenkampioenschappen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.