• blad nr 13
  • 3-9-2011
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Accu


We zijn niet allemaal onze jonge collega Janssen. Hij kwam, zag en overwon al in zijn eerste les bij ons op school. Vanaf het eerste moment vertoonde hij iets vrolijks, grofs en gemeens dat voor de leerlingen onweerstaanbaar is. Kletsers en giechels walst hij plat, met een glimlachje: “Ik haat je, je zeurt, ga naar je plaats en wees stil.” Ze gaan, zijn stil en wachten op de genadeslag: “Je denkt nu dat ik je niet haat, dat ik een grapje maak. Maar dat is een vergissing.” Leerlingen boos? Ouders woedend aan de lijn? Welnee. Iedereen geniet, ook de slachtoffers. Bij Janssen moet je zijn, daar word je tenminste lekker met de grond gelijk gemaakt!
Het is maar hoogst zelden dat ik een fijnbesnaarde leerling over Janssen hoor klagen. Kwetsbaren kunnen in vrede leren en leven in zijn schaduw, zelfs als ze niet van zijn grappen houden.
“Jij hebt zelf kinderen, toch?”, vraagt Janssen met een meewarige blik, als ik om goede raad kom. “Tja, liefde voor kinderen, moet je mee oppassen”, zegt hij met een grijns. Hij beschrijft wat hij doet als een vorm van oorlog. “Je moet winnen. Je weet dat je zult winnen. Daar moet je geen seconde over twijfelen en daar moeten zij ook geen seconde over twijfelen.” Janssens kracht ligt niet in bruutheid. Zijn kracht ligt in de zichtbare lol die hij beleeft aan een stevige knokpartij. We zijn dus niet allemaal zoals Janssen. We zijn ook niet allemaal zoals collega Zus of collega Zo, die ieder hun eigen manier hebben om gezag uit te oefenen. De één door juist helemaal nooit gemeen te zijn en altijd gewetensvol, de ander door ontzettend grappig te zijn als het kan en heel hard als hij vermoedt dat nodig is. Collega Janssen, collega Zus en collega Zo hebben het, dat mythische ‘het’ dat bij iedere topdocent anders is. Het voornaamste bestanddeel van ‘het’ is dat wat ontbreekt: wie ‘het’ heeft, kent geen twijfel.
Wij zijn anders, zoals we hier met zijn tweeën op een terras zitten, de accu half vol of half leeg, in de vakantie. We twijfelen juist vaak. Niet dat we ongemotiveerde ‘lesboeren’ zijn. Integendeel, we zijn allebei een paar jaar geleden willens en wetens overgestapt uit een ander beroep en juist zeer gedreven; zij op haar school, ik op de mijne. Goede wil te over, kennis te over, kwalificaties te over, maar charisma… tja.
Langzaam brouwen we allebei een surrogaat voor charisma uit wat wij in de aanbieding hebben: liefde voor ons vak, belangstelling voor leerlingen, een groeiend fonds aan didactische middelen, gewoontes, een helderder onderscheid tussen wat mag en wat niet mag in een les. Of ze van ons ooit in een verre toekomst zullen zeggen dat we ‘het’ hebben (een beetje), weten we niet. Er groeit ‘íets’. “Ik ben wel een stuk relaxter”, zegt mijn overbuurvrouw weifelend. Ik ook, knik ik. “Ik heb deze keer echt zin”, zeg ik. Ik ook, knikt ze.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.