- blad nr 13
- 3-9-2011
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Help, mijn leerling steelt
Opeens was de digitale camera van de school verdwenen. “Ieder jaar worstelt ons team met een reactie op zo’n vergrijp. Doen we aangifte? Informeren we de andere ouders?” Diefstal komt op alle scholen voor. Het begint met een gummetje en eindigt met een iPod. Welke sancties zijn passend, wanneer stap je naar de politie? “Ik sta nu bijna dertien jaar voor de klas maar de juiste aanpak moet voor mij nog uitgevonden worden.” “Soms weet je als leerkracht teveel van de situatie van een leerling en heb je medelijden. Maar daar is hij niet mee geholpen.” Een lezer van het Onderwijsblad stuurde een mail met een duidelijke vraag. ‘Hoe kunnen we het beste reageren op kinderen die stelen? Wij vallen van het ene incident in het andere en doen dan maar wat. Hoe doen andere scholen dat?’ De schrijver wil wel vertellen wat er is gebeurd, maar omdat het om een dorpsschool gaat wil hij anoniem blijven, bang voor de reputatie van de school. “Vorig jaar bleek de digitale camera van een stagiaire gestolen te zijn. De dader verraadde zich doordat hij een foto van zichzelf plus de camera op Hyves had gezet. Er volgde een gesprek met zijn ouders. Vervolgens bleek dat hij al heel veel achterover had gedrukt, waaronder een andere digitale camera, van de school. Omdat de spullen waren doorverkocht, beloofden die ouders het te vergoeden. De jongen, een leerling van groep 8, moest zijn excuses aanbieden voor de klas. Maar of dat nou zo geholpen heeft bij het verbeteren van zijn gedrag, betwijfel ik. De ouders hebben nog steeds niets terugbetaald; moeten we dat hoog op gaan spelen? Nu hebben we weer zo’n leerling. Portemonnee, horloge, rekenmachine weg. Zijn eerste diefstalletje pleegde hij in groep 3. Dat realiseer je je pas achteraf. Sommige kinderen hebben al een zesjarige carrière in stelen achter de rug. Het begint met een gummetje en een potlood en het eindigt met een iPod.” De maatregelen die tot nu toe werden genomen, zoals het inschakelen van de maatschappelijk werker (“die gaat dan één keer met de ouders praten”) hebben weinig uitgehaald. “We hebben nog niets gevonden waar we tevreden mee zijn. Ik denk dat zo’n kind op de volgende school gewoon doorgaat met stelen. Ze beloven beterschap, en dat is het. Represailles zoals van de school verwijderen hebben we nog nooit genomen. Ik sta nu bijna dertien jaar voor de klas, maar de juiste aanpak moet voor mij nog uitgevonden worden. In ons team hebben we ook het gevoel dat we slechts het topje van de ijsberg ontdekken aan diefstallen op school.” Eigen risico Het voortgezet onderwijs is veel meer ingesteld op stelende leerlingen. Kluisjes, strenge regels en politiebezoek zijn er aan de orde van de dag. In het basisonderwijs is nog een zekere verlegenheid aanwezig, vooral bij scholen met kleine besturen en een makkelijke populatie. Een aantal scholen werkt met protocollen, waarin stap voor stap wordt aangegeven wat er gebeurt in geval van diefstal. In het protocol dat de medezeggenschapsraad van de Montessorischool Apollo in Leiden opstelde staat heel precies wat de directie moet doen. Gelukkig heeft Jos Schuurhuizen, adjunct van de Apollo, tot nu toe slechts één keer een incident gehad waarbij ze de wijkagent moest inschakelen. “Zo’n protocol moet vooral een beetje afschrikwekkende uitwerking hebben. Ouders weten daardoor hoe wij optreden en dat we optreden.” Volgens het protocol wordt als er geld verdwijnt altijd de wijkagent ingeschakeld. Bij vermissing van spullen mag de directeur bij een groep leerlingen tassen en laatjes nakijken. Altijd worden daarbij de ouders op de hoogte gesteld. Haar eigen ervaring is dat er al op jonge leeftijd gedoe is met afpakken van spullen van elkaar. Dus moet er vanaf het prille begin duidelijk gemaakt worden dat het niet de bedoeling is om met je vingers aan het laatje van iemand anders te zitten. “Ik heb ook wel ouders hier gehad die verhaal kwamen halen omdat er mooie glimmende plaatjes waren gestolen van hun kind. Of wij dat maar even wilden betalen! Maar de school vergoedt dit soort zaken echt niet. Het is de verantwoordelijkheid van ouders wat ze hun kind meegeven naar school. Mobieltjes bijvoorbeeld mogen eigenlijk niet mee. Maar als ze toch kostbaarheden meenemen is dat op eigen risico, of ze moeten het aan ons in bewaring geven.” Aangifte Ton van Laar heeft het niet zo op protocollen. Hij werkt al twintig jaar op de Kinkerschool, een brede basisschool in hartje Amsterdam. “Nee, protocollen suggereren een soort veiligheid, terwijl je in de werkelijkheid altijd weer nieuwe dingen moet bedenken, er is niet één oplossing. We steken wel heel veel energie en tijd in het praten erover. Dus als er bepaalde zaken vermist worden, ook al zijn het maar gummetjes of pennen, dan weet ik meestal wel wie dat gedaan heeft. Maar ik praat er over met alle kinderen in de kring. We betalen daar allemaal voor, wat vinden zij er nou van als dat wordt weggepakt? Ze zijn dan meestal nog heel jong. Misschien heeft zo’n kind thuis wel helemaal geen kleurtjes of ander speelgoed. Als het de spuigaten uitloopt en een leerling maakt zich stelselmatig schuldig aan diefstal of vandalisme, dan doen we aangifte. We hebben hier binnen het team afspraken over.” Belangrijke pijler in het beleid van de Kinkerschool zijn de huisbezoeken, ieder jaar bij alle ouders. “Ze waarderen dat heel erg. Als er iets misgaat met een kind proberen we altijd die ouders erbij te betrekken. Soms lukt dat niet, maar we doen altijd onze uiterste best dat lijntje open te houden. Op de basisschool kan dat nog, dan zijn wij de spin in het web waar alle partijen bij elkaar komen. Soms wordt de buurtregisseur erbij gehaald. Wordt er bijvoorbeeld een laptop gestolen, dan volgt er altijd aangifte. Dan gaan we het formele traject in, maar daar praten we ook weer over met de kinderen: wat vinden ze daar nou van?” Sancties Hanteer duidelijke regels en sancties en doe niet net of er niets is gebeurd. Dat advies staat bij de onderwijsadviseurs die het Onderwijsblad belde op nummer één. Scholen die diefstal afdoen als een incident, geven een slecht voorbeeld aan de andere leerlingen. Op het stelen van een camera van de school moet een duidelijke sanctie staan. “Dat is beginnend crimineel gedrag”, zegt Karel Drexhage. Het maakt volgens hem zelfs uit of een kind van medeleerlingen iets steelt of van de school. “Als het van andere kinderen is ontstaat er nog een soort groepsdruk dat dat niet kan, maar stelen van de school kunnen ze misschien wel stoer vinden. In de klas van de dader moet daarom duidelijk zijn dat dit hoog wordt opgenomen. Je moet er met ze over praten want daar zitten allemaal kinderen die er ook een mening over hebben.” Drexhage is programmamanager Opgroeitrainingen bij de Stichting SO&T, voorheen onderdeel van bureau Jeugdzorg Amsterdam. Hij heeft een jarenlange ervaring met jongeren die uit de bocht vliegen, zijn adviezen hangen af van de ernst van de situatie. “Deed hij het alleen of had hij handlangers? Daar moet je je strategie op afstemmen. De ouders moeten altijd ingeschakeld worden en er moeten duidelijke sancties zijn. Tegelijkertijd moet je hem voorhouden, dat het wat oplevert als hij zijn leven betert. Vriendschappen bijvoorbeeld, die hij anders kwijtraakt. En het moet duidelijk zijn dat bij herhaling de politie wordt ingeschakeld en hij van school moet.” Ook Maartje Reitsma, orthopedagoog en onderzoeker/adviseur bij KPC Groep, vindt dat er altijd een duidelijke sanctie moet zijn. Maar het hangt af van het incident hoe er gereageerd wordt. “Als er bij ons zo’n vraag binnenkomt: wat te doen bij diefstal, dan gaan we de situatie ter plekke bekijken. Is het één leerling, dan moet je kijken wat er met het kind aan de hand is. Was het een opwelling, zijn er problemen thuis? Misschien heeft hij een stoornis. Daarnaast gaat het om het beleid op de school. Zijn de regels wel duidelijk, worden die ook nageleefd, is het gebouw wel veilig genoeg? Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan de sociale veiligheid van een school, die gaan we dan na.” Reitsma deed in Noord-Brabant onderzoek naar het effect van een preventiemaatregel waarbij de politie scholen adopteert. “Als er al contacten zijn met de politie, dan hoeft de school ook niet meer zo bang te zijn ze in te schakelen als er echt wat aan de hand is.” Reitsma ontdekte dat het primair onderwijs een ondergeschoven kindje is bij de preventie. Daarnaast had de politie eigenlijk onvoldoende tijd voor dit soort taken. Goede naam Directeuren die bang zijn voor de goede naam van de school en daardoor niet ingrijpen - Karel Drexhage kent het mechanisme. “Leerlingen die elkaar geld afpersen en bedreigen, dat soort gedrag zorgt voor een heel onveilig klimaat in de school. Het beste is toch om open kaart te spelen, ook met de ouders. Wij hebben een training ‘De plezierige klas’ voor zowel de groepsleerkrachten als de leerlingen, om verstoorde relaties weer te normaliseren. Het is een intensieve training, waarbij iedereen betrokken wordt. Spannend voor kinderen, ouders en de school. Laatst was ik ook weer op een school waar iedereen erg opgelucht was dat er was ingegrepen, inclusief de directeur die eerst geen actie wilde ondernemen.” {Tips,} Hanteer duidelijke regels en sancties Doe niet net of er niets is gebeurd Speel open kaart tegenover de ouders {Kader} In de Sociale Veiligheidsmonitor van het Centrum School en Veiligheid wordt diefstal niet als aparte categorie genoemd. Stelen valt onder ‘materieel geweld’, waaronder bijvoorbeeld ook het beschadigen of bekladden van spullen valt. Volgens de cijfers uit 2010 had 27 procent van het personeel in het primair onderwijs te maken met materieel geweld. Bij de leerlingen was 19 procent daar slachtoffer van, 9 procent was dader en 43 procent was er getuige van.