• blad nr 13
  • 3-9-2011
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Zes weken max


Het is september, ik werk weer en denk melodramatisch: dat was-ie dan, de laatste grote zomervakantie, want in 2012 gaat die van zeven naar zes weken. Iedereen wil dat ook. Mijn buurtgenoten vinden dat ik - veel vakantie, vroeg thuis - best wat meer mag doen. De collega’s in het basisonderwijs zijn ook voor, want die hebben altijd al een week minder. Ouders huldigen de stelling ‘hoe korter de zomervakantie hoe beter’. Die pubers over de vloer is geen feest. Om één uur in de middag komen ze uit bed, hangen rond, achter de computer, bij elkaar - stuur ze toch naar school. En dan zijn er nog de beroepszwetsers die de zomervakantie zien als de vermenigvuldiger van kansenongelijkheid: kinderen in achterstandsbuurten raken zonder zomerlessen verder achterop. De minister pikt deze potpourri van signalen op en voegt daaraan toe dat een week minder vakantie spreiding van de werkdruk mogelijk maakt, wat weer de arbeidssatisfactie bevordert.
Inderdaad, allemaal onzin. Mijn buurtgenoten kunnen met mij meeprofiteren door zich aan te sluiten bij het leger onbevoegden. Iedereen mag immers tegenwoordig voor de klas. De onderwijzers hebben een punt. Ouders niet. Zij zouden eens moeten kijken hoe hun kinderen groeien, juist in de zomer, dan leren ze namelijk van elkaar. Tegen de beroepszwetsers zeg ik: de Nederlandse zomervakantie is internationaal gezien kort. En de minister weet ook dat een leraar zijn werkdruk niet kan spreiden, het is de onregelmatige piekbelasting die het beroep zwaar maakt.
Maar het gaat niet om argumenten. Het besluit de zomervakantie voor leraren in te korten is gevoed door rancune. Onze parlementariërs hebben daar tegenwoordig gevoel voor. En dat maakt mij weer rancuneus. Want zij hebben een zomerreces van negen weken.
NRC/Handelsblad (21 juli 2011) zocht uit wat politici in die periode doen. Er is tijd voor vakantie, maar de arbeid gaat ook gewoon door, met werkbezoeken. Wel ontbreken daarover afspraken en welk Kamerlid waar werkt in de zomer is niet altijd te achterhalen. Bij leraren gaat het eigenlijk net zo. De voorbereiding op het komend schooljaar begint in de vakantie. Er is slechts één verschil: wij geven les, volksvertegenwoordigers controleren de regering. Maar kennelijk niet in de zomer. Want als de minister-president wankelt vanwege een onhandige presentatie van reddingsplannen rond de euro, leidt dat in augustus tot een plenair debat en menig Kamerlid komt niet opdagen wegens vakantieverblijf in het buitenland. Zij zijn kennelijk zo ver weg dat de Blackberry van deze normaal toch uitbundige twitteraars daar geen bereik heeft. Kortom, ruziënde regeringen fikken de wereldeconomie af en onze vertegenwoordigers in het parlement doen even niet mee.
Ik ga naar de website van het ministerie. Daar staat dat mijn regio in 2012 van 30 juni tot en met 19 augustus vrij is. Hè? Dat is zeven weken! In 2008 stelde de commissie Onderwijstijd de zomervakantiekorting voor. Het parlement riep: ‘Doen, vanaf 2012.’ Vier jaar later is nog niks bereikt. Deze bestuurlijke traagheid komt vast door die lange vakanties. Het zomerreces voor Kamerleden moet naar zes weken, maximaal!

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.