• blad nr 13
  • 3-9-2011
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Profielen havo en vwo 

Vier, drie, twee of nul


Als staatssecretaris verwees ze het advies voor twee profielen nog naar de prullenbak, als minister wil Marja van Bijsterveldt wel naar minder dan vier profielen. De vermindering moet vijftig miljoen euro opleveren.  In een bijlage bij het regeerakkoord staat ‘vermindering van het aantal profielen in de tweede fase van havo en vwo’ als bezuinigingsmaatregel. Vermindering, dus het moeten er minder dan de huidige vier zijn. Nu zijn er twee natuurprofielen en twee maatschappijprofielen: natuur en techniek, natuur en gezondheid, cultuur en maatschappij en maatschappij en economie. In december 2010 dacht de bewindsvrouw aan twee profielen door samenvoeging van de twee natuurprofielen tot één bètaprofiel en samenvoeging van de twee maatschappijprofielen tot één alfaprofiel. Dat zou betekenen dat de situatie van vóór de Mammoetwet zou weerkeren met de nog altijd nostalgisch besproken hbs-a en hbs-b. Eind juni opperde zij ook de keuze voor drie profielen, waarbij of het natuurprofiel of het maatschappijprofiel toch gesplitst blijft. Ook de nuloptie is een mogelijkheid, dat wil zeggen dat geen enkele vaste vakkencombinatie meer wordt voorgeschreven, zodat de oorspronkelijke vrije vakkenkeuze van de Mammoetwet in ere wordt hersteld. De Onderwijsraad brengt hierover een advies uit. Coen Gelinck, vice-voorzitter van de Vereniging van Leraren Maatschappijleer, deed half augustus in de Volkskrant een oproep aan de Onderwijsraad om de profielstructuur ongemoeid te laten. ‘Vakken moeten weer met elkaar gaan knokken om hun plek in het rooster, bestaande samenwerkingen tussen vakken worden uit elkaar getrokken.’ Minder profielen betekent volgens hem een stelselwijziging en die zijn in strijd met de conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem, die in 2008 vaststelde dat onderwijsvernieuwingen onzorgvuldig, gehaast en met te weinig financiële middelen zijn uitgevoerd. Ook AOb-voorzitter Walter Dresscher zegt: “Na de commissie-Dijsselbloem was de afspraak niet meer te gaan sleutelen aan het stelsel, maar voor je het weet liggen de blauwdrukken weer klaar. Het is heel wonderlijk hoe deze bewindslieden van Onderwijs met de lessen van de commissie omgaan. Eén van hen, staatssecretaris Zijlstra, was nota bene zelf lid van de commissie-Dijsselbloem.” Aan de andere kant weet Dresscher dat de vier profielen de schoolorganisatie zeer belasten: “De verplichting van Engels, Nederlands en wiskunde is organisatorisch al ingewikkeld. Het wordt heel moeizaam roosters te maken en tussenuren zoveel mogelijk te vermijden. Een teruggang van vier naar drie profielen is dan minder belastend, tenzij er weer allerlei keuzemogelijkheden bij komen. De twee bètaprofielen vertonen een enorme overlap, dus theoretisch kan het, maar je moet als school wel weer de hele boel overhoop halen met het risico dat allerlei nieuwe problemen ontstaan waaraan je vooraf niet hebt gedacht. Dat hebben we ook gezien bij de invoering van de tweede fase.” Armetierig In juni hield de AOb een enquête onder zijn leden waaruit blijkt dat een nipte meerderheid van net 50 procent het liefst de vier profielen wil handhaven. Als er toch iets moet veranderen, neigt bijna een kwart naar de nuloptie met alleen een verplichting voor Nederlands, Engels en wiskunde. De keuze voor twee of drie profielen krijgt weinig aanhang. Zelf organiseerde minister Van Bijsterveldt een zogeheten consultatiepeiling. Het verslag meldt dat veel deelnemers kritisch zijn en weinig voordeel zien in minder profielen. Bij nul vrezen zij een machtsstrijd tussen de vakken. De gemoederen lopen al hoog op bij de bespreking alleen. ‘Alle aanwezige leraren hebben hart voor de zaak en komen op voor de belangen van hun eigen vak’, meldt het verslag. Als leraar geschiedenis op het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam ziet Albert van der Meer zijn vak nu al enigszins in de verdrukking komen. “Engels, Nederlands en wiskunde krijgen voorrang, nu al door de slaag-zakregeling waarbij leerlingen voor deze vakken niet meer dan één 5 mogen hebben. Bij ons krijgt Nederlands er bijvoorbeeld nu al een uur bij.” Bovendien zou hij het erg jammer vinden als door een strakke scheiding in bèta en alfa de natuurleerlingen geen geschiedenis kunnen kiezen. “Dat zijn mijn beste leerlingen.” Op dezelfde school is Anton Kanneworff decaan havo/vwo. Hij vindt de profielstructuur toch al erg aangetast door het fenomeen profielkeuzevak. “Jammer, want kinderen vereenzelvigen zich met hun profiel. Ze zeggen: Ik ben natuur en gezond of ik ben cultuur en maatschappij. Het profiel was als het ware een soort gezicht.” Hij hoopt vooral dat de Onderwijsraad met een visie komt. “De trend van dit kabinet is maximale vrijheid bieden. Dat zou betekenen dat er naast Nederlands, Engels en wiskunde geen verplichte vakken meer komen. En dat vind ik zo armetierig, zo visieloos.” Mooi sausje Tom van Veen, conrector op Het Amsterdams Lyceum, zag bij de laatste diploma-uitreiking dat de helft van de vwo’ers al in twee profielen is afgestudeerd. “Gewoon op een natuurlijke manier, dus je vraagt je af: Wat is eigenlijk het probleem? Als het alleen om die vijftig miljoen gaat, geld verdienen door vollere klassen, zeg dat dan en giet er geen mooi sausje over.” Mochten er twee profielen komen, dan voorspelt hij dat Nederland verder gaat dalen op de internationale ranglijsten: “Als je meer leerlingen in een natuurprofiel wilt hebben, krijg je een soort bèta-light en grotere groepen met iets lagere kwaliteit.” Ook vreest hij dat de kunstvakken zullen sneuvelen. “De beide maatschappijprofielen verschillen heel wezenlijk, maar je zult vakken moeten offeren en dat worden bij dit kabinet waarschijnlijk de kunstvakken. Dat zijn toch maar linkse hobby’s, vindt dit kabinet.” René Wellen, havo-afdelingsleider op het Jac. P. Thijsse College in Castricum, vindt het profielmodel eigenlijk al te veel verwaterd. Sinds 2007 is natuurkunde geen verplicht vak meer in natuur en gezondheid. “Scheikunde heeft duidelijk een betere lobby dan natuurkunde. Ik zie in toenemende mate dat leerlingen maatschappij en economie als profiel kiezen met als keuzevakken natuurkunde en wiskunde-b, gewoon omdat ze geen zin hebben in al die scheikunde.” Wat hem betreft kan de hele profielstructuur verdwijnen. “De profielen zijn ooit ingesteld vanwege de instroomeisen van het hoger onderwijs, maar universiteiten en hogescholen hebben die al snel laten vallen, want ze zaten te springen om studenten. Alles draait om geld, hè?” Te simpel Hij krijgt bijval van Ellen Vos, afdelingsleider bovenbouw havo/vwo van het Bonhoeffer College in Enschede: “Het is een ratjetoe. Voor leerlingen is het erg lastig die vakken te kiezen die aansluiten op een vervolgopleiding. Soms zijn ze gedwongen een vak te kiezen waar ze niet zoveel mee kunnen, zoals scheikunde. Aan de andere kant, je kunt zelfs fysiotherapie gaan doen zonder biologie. Als het hoger onderwijs blijkbaar nergens op let, wat zitten wij dan moeilijk te doen met die profielen?” Met nadruk zegt zij: “Ik zit er ook niet op te wachten om alles weer om te gooien.” Haar school kan niet op alle locaties alle keuzes aanbieden, dus soms moeten leerlingen van locatie veranderen. Voor sommige vakken valt het niet mee een groep van behoorlijke omvang te vormen. “Duits loopt bij ons altijd wel vol, maar Frans is lastig. We hebben nu een groep met zes leerlingen, dat is een investering, maar dat kun je niet met te veel vakken doen.” Monika Defourny, directeur van het Lyceum aan Zee in Den Helder tobt ook met de versnippering. “Bij Grieks heb je nooit een volle groep en voor de beeldende vakken kiezen vaak ook maar weinig leerlingen. Natuurlijk verzinnen we wel allerlei trucjes, zoals het koppelen van de drie hoogste klassen van het vwo, maar het blijft een kostbare zaak. Nu is alles dubbel: we moeten focussen op de kernvakken en tegelijk moet er een brede keuzevrijheid zijn.” Teruggaan naar twee profielen is haar te simpel, hoewel ook op haar school al behoorlijk wat leerlingen beide natuurprofielen combineren. “Maar bij maatschappijprofielen ligt het ingewikkelder. Ik denk dat met een andere rangschikking van vakken een beter te organiseren programma is te bedenken, dat toch een hoge kwaliteit heeft. Het zou goed zijn als iemand eens met een frisse blik naar de hele tweede fase zou kijken.” Vermindering van het aantal profielen lijkt Hetty Mulder, sectormanager tweede fase van het Instituut voor Leerplanontwikkeling SLO, erg onverstandig. Zij ziet allerlei problemen, onder meer in de samenhang en de vraag wat te doen met de leerlingen die nu nog een profiel zonder wiskunde kunnen kiezen. “De studielast zal ongeveer gelijk moeten blijven. Dus je kunt het algemeen deel wel wat groter maken, maar dan blijft er beperkte tijd over voor keuzevakken. Het moet uit de lengte of uit de breedte.” Zij betwijfelt of de opbrengst wel vijftig miljoen euro zal zijn. “Dat is helemaal niet doorgerekend.” En scholen verzinnen volgens haar allerlei slimme manieren om de versnippering tegen te gaan. “Bijvoorbeeld Spaans dat alle scholen in één stad gezamenlijk aanbieden. En filosofie door middel van videoconferencing. Eigenlijk is er geen probleem, dus waarom zou je iets veranderen?” Voorspellende waarde Jaren geleden maakte Taede Sminia, voormalig rector van de Vrije Universiteit, deel uit van een prestigieuze commissie die op verzoek van de toenmalige minister Maria van der Hoeven de hele tweede fase en de doorstroming onder de loep nam. Langdurig en uitgebreid. De commissie bood na twee jaar werk het eindrapport aan aan de toenmalige staatssecretaris Van Bijsterveldt. Zij deed absoluut niets met het advies en verwees het acuut naar de prullenbak. “Het kwam haar politiek toen niet goed uit.” Eén advies was de vorming van twee profielen: alfa en bèta. Wat toen nog onbespreekbaar was, stelt Van Bijsterveldt nu zelf voor. Sminia: “Verheugend. We pleitten voor de twee profielen vooral om af te zijn van cultuur en maatschappij. Iedere leerling die daarin zit, zit in de afvalbak. En eigenlijk geldt hetzelfde voor maatschappij en economie. We vonden dat je je moest realiseren dat er nu eenmaal alfa- en bètamensen zijn. Als je dat erkent, doe je mensen meer recht.” Ook Hanke Korpershoek, die promoveerde op de profielkeuze aan de Rijksuniversiteit Groningen, is een voorstander van twee profielen. Haar promotieonderzoek leerde dat veel bètatalent, vooral onder meisjes, verloren gaat omdat het niet tot ontwikkeling komt. De keuze tussen alfa en bèta moet wat haar betreft later liggen. “Als je ziet in welke landen meer meisjes een bètastudie kiezen, zijn dat altijd landen waar de leerlingen langer gemeenschappelijk hetzelfde vakkenpakket kiezen.” Tot exact dezelfde conclusie kwam indertijd Sminia’s commissie, die adviseerde tot een gemeenschappelijke vier jaar. “Wij wilden dan ook de havo zesjarig maken.” Op die manier hield zowel havo als vwo twee jaar over voor de profielen. “Dat sluit ook beter aan bij een driejarige bachelor in het hoger onderwijs.” Universiteiten en hogescholen zullen volgens hem ook binnenkort serieuze toelatingseisen gaan stellen nu zij niet meer bekostigd worden per ingeschreven student. De gezamenlijke universiteiten, verenigd in de VSNU, willen voorlopig geen commentaar geven. Maar bij de Hbo-raad zegt woordvoerder Annelieke van Schie: “Vier profielen, drie, twee of nul - het maakt ons allemaal niets uit. De voorspellende waarde voor studiesucces hangt meer af van de resultaten van de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.” {kader} Meisjes vinden de bètakant steeds beter Op de havo is het profiel cultuur en maatschappij sterk in populariteit gedaald, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek in het Jaarboek Onderwijs in cijfers 2010. Het CBS verklaart dit als volgt: ‘Sinds de invoering van de vernieuwde tweede fase zijn wiskunde en economie geen verplichte vakken meer in dit profiel. Aangezien één van beide vakken voor veel hbo-studies een vereiste is, kiezen havisten de laatste twee jaar eerder voor het profiel economie en maatschappij.’ De doorstroming naar het hbo ligt voor geslaagden met cultuur en maatschappij dan ook het laagst, naar het mbo het hoogst. Havisten met een natuurprofiel, vooral de meisjes onder hen, stromen het vaakst door naar het vwo. Vmbo’ers die doorstromen naar havo kiezen vooral voor economie en maatschappij, jarenlang verreweg het populairste profiel. Maar er treedt een verschuiving op richting natuurprofielen. In het vwo zijn de beide natuurprofielen sinds 2007 in de meerderheid. Meisjes volgen nog steeds minder vaak een natuurprofiel dan jongens, maar het verschil neemt af. Meisjes kiezen relatief vaak voor natuur en gezondheid, maar het aandeel meisjes in natuur en techniek en de combinatie van beide natuurprofielen neemt toe. Meisjes kiezen nu bijna even vaak een natuur- als een maatschappijprofiel. Op het vwo zijn ook steeds meer jongens met een natuurprofiel. Vooral de keuze natuur en techniek en de combinatie van beide natuurprofielen neemt toe. Waar bij de meisjes de natuur- en maatschappijprofielen steeds meer in balans zijn, komen ze bij de jongens juist verder uit elkaar te liggen. Hoewel op de havo de maatschappijprofielen nog altijd vaker gekozen worden dan de natuurprofielen, treedt een soortgelijke ontwikkeling op als in het vwo. Ook op de havo neemt het aantal leerlingen met een natuurprofiel toe en ook hier doet zich een grotere stijging voor onder meisjes dan onder jongens.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.